De tijd als ondoordringbare sluier

Wat er zich precies in die bus heeft afgespeeld blijft onduidelijk. Van de buskaping die de asyncopische opmaat vormt tot de gebeurtenissen in de Japanse film Eureka van Shinji Aoyama, zijn alleen het koortsige begin en de overspannen afloop overgebleven. Die maken echter de ontwrichtende werking van deze kidnap op de buschauffeur en de enige twee overlevende schoolkinderen, een broer en een zus, op zo'n manier duidelijk, dat er ook niet meer voor nodig was geweest. Bovendien gáát Eureka over die momenten, de momenten voordat en nadat er iets gebeurt, de tussenmomenten waarin er niets gebeurt en over de tijd die als een ondoordringbare sluier over de gebeurtenissen heen ligt, waardoor je opeens kunt concluderen dat er iets veranderd is, alleen weet je niet hoe.

Het is doorgaans een riskante onderneming als een filmmaker zich aan een dergelijke abstracte onderneming wil wagen. Het bewust wegfilteren van dramatische gebeurtenissen heeft snel een loodzwaar, statisch of gewoonweg pretentieus resultaat. Niets van dat alles echter in Eureka, waarin een minimum aan gebeurtenissen niet wil zeggen dat er niets gebeurt! Het is alleen steeds net niet datgene waarvan je als toeschouwer verwacht dat het je logisch inzicht verschaft in de manier waarop de buschauffeur en de twee schoolkinderen die traumatische ervaring proberen te verwerken. Hun leven na dat verpletterende punt nul is uit het lood geslagen. De kinderen worden na de dood van hun vader ook nog door hun moeder in de steek gelaten en verzinken in diepe apathie. Zij zijn de minst grijpbare karakters van de film, die bij zijn première tijdens het Filmfestival Cannes vorig jaar met de FIPRESCI-prijs van de internationale filmkritiek werd onderscheiden. De buschauffeur Makato (de Japanse acteur Koji Yakusho, die in Nederland ook al te zien was in Cure, 1997 van Kiyoshi Kurosawa) wordt vooral getoond in zijn onvermogen weer contact te maken met de wereld om hem heen. Aoyama heeft in hun sociale en mentale isolement een subtiel commentaar op de Japanse samenleving verwerkt. Ook wij in het Westen hebben die leren kennen als een deels ingetogen, deels geremde maatschappij. Gesteund door de betoverende werking die er uitgaat van het bijzondere kleurenprocédé dat Aoyama voor zijn film koos (hij liet het CinemaScope kleurennegatief in sepia ontwikkelen, waardoor er een onnatuurlijk ontkleurd zwart-wit overbleef), is Eureka een meditatieve en louterende filmervaring. De kleurresten die door het zwart-wit heen schemeren, maken van de toeschouwer een archeoloog, die op zoek moet naar het ware verhaal van de film. Bijna vier uur duurt hij, maar dat zijn 217 actieve minuten, vol haarscherpe details die de spanning opbouwen met de trefzekere irritatie van een vlieg die tegen een raam zoemt. Hij ziet het niet, het is glashelder, maar ondoordringbaar en bikkelhard. Die spanning tussen gebeuren en niet gebeuren, kleur en niet kleur, tekent de film. Hij lijkt op een catharsis af te stevenen, die als hij eenmaal voltrokken is, zich al veel eerder blijkt te hebben afgespeeld, waardoor het einde van de film niet een lang ingehouden zucht, maar juist het laatste restje zuurstof van één lange verlossende ademhaling is.

Eureka. Regie: Shinji Aoyama. Met: Koji Yakusho, Aoi Miyazaki, Masuru Miyazaki, Yohichiroh Saitoh, Ken Mitsuishi, Yutaka Matsushige. In: Rialto, Amsterdam; t Hoogt, Utrecht.