De ontsluiting van Afrika

Vier weken geleden ging deze rubriek over het tekort aan krachtige spotbeams (gebundelde satellietsignalen) op de armste delen van Afrika. Als ze daar buiten de steden, en dus buiten de kabelnetwerken, aansluiting willen op het internet, is satelliet bijna de enige optie. De andere heet packet radio, een manier om digitale signalen over een paar honderd kilometer door de ether te sturen, bijvoorbeeld naar de dichtstbijzijnde internet toegang.

Hoe sterker het satellietsignaal en hoe hoger de frequentie, hoe kleiner en goedkoper je schotel. Wat dat betreft kan het aanzienlijk beter: wie nu in, zeg, Mali een telecenter (een laagdrempelig internet café met veel persoonlijke begeleiding) wil openen, of een ziekenhuis op het internet wil aansluiten, of een school, is onnodig veel geld kwijt aan de techniek. De signalen naar de arme delen van Afrika zijn te zwak en dus zijn de schotels te groot en te duur.

Afrika onderkent dit probleem. Sinds 1993 zetelt in Abidjan de Regional African Satellite Communications Organisation (Rascom), met 44 lidstaten. Eutelsat, maar dan voor Afrika, met eigen satellieten. Dat is althans het plan. Jaar in jaar uit leek Rascom dicht bij de aanbesteding van de eerste eigen satelliet, en steeds ging het niet door wegens geldgebrek. Voordeel van die eindeloze vertraging is dat het huidige plan van Rascom erg up to date is: een satelliet die heel Afrika in gelijke mate bedient met de krachtige Ku-band signalen die nodig zijn om internet naar het platteland te brengen. De Franse satellietbouwer Alcatel gaat de Rascom-satelliet (plus een reserve) bouwen en begint daar naar verwachting dit jaar nog mee. De lancering staat gepland voor het derde kwartaal van 2003.

Tijdens het wachten komen er waarschijnlijk mogelijkheden om met reeds bestaande satellieten snelle en bovenal goedkope internetverbindingen op te zetten. Het had nog goedkoper gekund als de satellieten die nu de armste delen van Afrika bedienen zo sterk waren geweest als de kunstmanen van Eutelsat en de Astra, maar ook nu al zijn er perspectieven.

WebSat van Armstrong Electronics in Dublin (www.web-sat.

com) kwam in deze rubriek al een aantal keren aan de orde. Voor een paar duizend gulden aan hardware en een paar honderd gulden abonnementskosten per maand kun je binnen de footprint van de Eutelsat W3 (op 7 graden oost) op elke plek een tweerichting internetverbinding opzetten. Vooral aan de randen is dat interessant, in gebieden met weinig of geen kabels. In Iran, Kosovo en de Oekraïne wordt druk geïnternet via WebSat, en in het sinds 1991 de facto onafhankelijke Noord-Irak is WebSat helemaal een succes. In Europa krijgt WebSat dit jaar gezelschap van het vergelijkbare StarBand systeem, van het Israëlisch-Amerikaanse Gilat - waarschijnlijk de beste bouwer van kleine satellietgrondstations - en Microsoft.

Bij WebSat en StarBand delen alle abonnees tezamen een flink deel van de satellietcapaciteit, en iedereen krijgt zoveel bandbreedte als hij op dat moment nodig heeft; alleen als abonnees tegelijk videofilmpje willen binnenhalen gaat het fout. Het werkt beter naarmate er meer abonnees zijn.

De vraag is nu: hoeveel abonnees moeten er minimaal in Afrika gevonden worden en binnen welke footprint van welke bestaande satelliet? WebSat dealer Tiscsat in Leiden (www.tiscsat.com) denkt aan een paar honderd gebruikers. De mogelijkheid is er, en het wachten lijkt op een paar grote (donor)organisaties die Afrika - om te beginnen binnen één nader te kiezen footprint - over deze drempel tillen.