Controle op intermediairs moet beter

Het toezicht op tussenpersonen dient verbeterd te worden. Vooral de controle op intermediairs die voor rekening van verzekeraars polissen verkopen, is uitermate beperkt, en vergroot de kans op fraude. Dat blijkt uit het gisteren verschenen jaarverslag van het Financieel Expertisecentrum (FEC).

Het FEC, waar onder meer justitie en de financiële toezichthouders in samenwerken, constateert min of meer dat het huidige toezicht op tussenpersonen faalt. Op dit moment ligt die controle bij de SER, en bestaat voornamelijk uit een eenmalige registratie. ,,De positie van de tussenpersoon houdt de gemoederen bezig'', zo reageert een woordvoerder van de Pensioen- en Verzekeringskamer. ,,Wij praten er over binnen de Raad van Financiële Toezichthouders over met de STE en Nederlandsche Bank. Het toezicht zou eigenlijk goed geregeld moeten zijn.''

Uit onderzoek van de FEC is gebleken dat er vorig jaar nog al wat gevolmachtigde tussenpersonen (9,1 procent) waren, die optraden voor bedrijven die achteraf helemaal niet de benodigde vergunningen bleken te bezitten om actief te zijn als verzekeraar. Ook stelt de FEC vast dat bij een aantal tussenpersonen de administratie niet klopte. Het expertisecentrum vindt het dan ook opmerkelijk dat verzekeraars zo weinig controle houden op `hun' tussenpersonen: een kwart van bijvoorbeeld de premie-inkomens uit schadeverzekeringen (4,1 miljard gulden) wordt via gevolmachtigde tussenpersonen gerealiseerd. Volgens de FEC zou het een goede zaak zijn als de Pensioen- en Verzekeringskamer, de verzekeraars op dit vlak in de toekomst wat nadrukkelijker gaat `aansturen'.

De matige controle op tussenpersonen baart ook het DSI (Dutch Securities Institute), het keurmerkinstituut van de effectenbranche, zorgen. ,,Het toezicht van de SER is een dode letter. Je ziet ook steeds meer tussenpersonen financiële producten verkopen. Consumenten die daar bij het schip in gaan, hebben een probleem. Je kan jarenlang gaan procederen, maar verder kan een gedupeerde nergens naar toe. Tussenpersonen zouden onder een officieel toezichtorgaan moeten vallen'', zegt Kees Oosterholt, directeur van DSI.

Het DSI is ook verontrust over de explosieve groei van remisiers, bemiddelaars die beleggers en effectenorders aanbrengen bij financiële instellingen. Tussen 1995 en 2000 groeide het aantal cliëntenremisiers van 800 naar 6800. Volgens het FEC voldeden bij nader onderzoek ruim 2100 van deze klantenremisiers niet aan de registratie-eisen. Ze moeten zich in principe melden bij de STE, de toezichthouder op het effectenverkeer. ,,Wij gaan er nadrukkelijker naar kijken'', aldus de STE.