Content: kan het deksel op het potje blijven?

De bestuursvoorzitter van het Belgische Creyf's was gisteren een van de getuigen in de voorkenniszaak rond Content.

De spanning was bijna tastbaar in de rechtszaal waar gisteren twee heren op nog geen meter van elkaar zaten: voormalig president-commissaris A. Maas van uitzendbedrijf Content en bestuursvoorzitter M. van Hemele van de Belgische branchegenoot Creyf's. De één in het verdachtenbankje, de ander op de stoel voor de getuige.

Van Hemele, die in maart 1999 de overname van Content door Creyf's met Maas had beklonken, speelt een opmerkelijke rol in de voorkennisaffaire rond het uitzendbedrijf. Toen de Belgen, enkele maanden na de overname, erachter kwamen dat er een aantal opmerkelijke zaken hadden gespeeld, aarzelde hij niet om alle feiten panklaar aan te geven bij justitie.

De Content-top bleek vlak vóór de overname nog snel opties te hebben uitgegeven aan het personeel terwijl de termijn waarop dat besluit uitgevoerd moest worden al verlopen was. Ook werden er nog eigen aandelen ingekocht. Onaanvaardbaar, vond Creyf's en liep naar justitie. Daar betaalde men een boete die grotendeels werd gebruikt om gedupeerde aandeelhouders te compenseren.

De vlaag van barmhartigheid kwam de Belgen niet slecht uit. Er werd schoon schip gemaakt, het bedrijf had goede pr en was bovendien in één klap van dreigende juridische procedures af. Maar de drie verantwoordelijken, Maas en twee directieleden, worden nu vervolgd. Tja, zo zei Van Hemele, daar kon hij ook niets aan doen. Hij vocht voor de rechtspersoon. Maas was trouwens op de hoogte dat hij naar justitie wilde stappen. Hij had Van Hemele, een dag na die aankondiging, nog gebeld om te zeggen dat dat ,,toch niet zo'n goed idee was.'' Maar toen was het te laat: de afspraak met het OM was al gemaakt. Maas, zo vertelde de Creyf'stopman fijntjes, had hem eerder gevraagd of ,,de deksel niet op het potje'' kon blijven. Van Hemele: ,,Maar voor mij kon deze zaak niet door de beugel.''

Ook de rol van de externe adviseurs en de vraag waarom die in het overnameproces niet de noodklok luidden, kwam weer aan de orde. Eén van hen, fiscalist Rog van KPMG Meijburg, moest gisteren getuigen. KPMG paste onder meer de aanbiedingsbrief bij de personeelsopties aan. Daarin werd de acceptatietermijn gewijzigd van de gebruikelijke veertien dagen in nauwelijks één beursdag. En dat terwijl de overname aanstaande was. ,,Had u die informatie niet in uw advies moeten betrekken'', vroeg officier van justitie H. De Graaff. Nee, zei Rog: die wijziging had puur fiscale redenen. Waarop rechter M. Mastboom op verschillende manieren probeerde te onderzoeken of Rog niet wat verder had kunnen kijken dan zijn neus lang was. Hij wist toch dat de opties normaliter drie dagen na de jaarcijfers werden verstrekt? Hij had toch kunnen zien dat dat nu niet zo was? Als het om de fiscaliteit ging, dan had hij die regeling toch eerder kunnen aanpassen? Waarom gebeurde dat plotseling terwijl er een overname in de pen zat? Maar Rog, die de rechtbank zichtbaar irriteerde door zijn hautaine houding, hield vol: ,,Dat was mijn taak niet.''

De KPMG-man vond dat zijn advies op dat moment het enige juiste. Toch is dat de vraag. Rog had natuurlijk ook, gezien de aanstaande overname, kunnen adviseren de optieregeling uit te stellen, af te blazen of te vervangen door bijoorbeeld een bonusregeling. Dan waren de juridische problemen waarin de Content-top nu verwikkeld is, in ieder geval voorkomen. De zaak gaat vandaag verder.

    • Joost Oranje