Buren

Het lijkt me een typische Fransman, het mannetje dat recht op het terras toeloopt waar ik zit in de eerste lentezon. Met zijn korte, kordate pas, zijn snor en zijn donkere baret... Alleen het stokbrood onder zijn arm ontbreekt nog.

Maar je kunt je lelijk vergissen! Hij bereikt het terras, kiest het tafeltje naast het mijne en neemt de tijd om zich te installeren. ,,Goeiemiddag'', klinkt het dan in onvervalst Nederlands. Alsof er geen andere taal bestaat. Ik antwoord hem insgelijks.

Dat brengt ons in gesprek. Hij meet mij van terzijde op en stelt dan de obligate vraag: ,,Woont u hier, in deze streek?'' Ik kan het beamen: ,,Ja, inderdaad, wij wonen hier, al enige jaren, in de Morvan.'' Hij denkt er even over na en dan volgt de bekende tweede vraag: ,,En, bevalt het?''

Ook dat kan ik bevestigen, mede namens mijn vrouw. Ik geef een opsomming van onze zegeningen, beginnend met het landschap: ,,Donkergroen gestoffeerde heuveltoppen, dalen met dartele beekjes en blanke runderen in de weiden, als witte kleuraccenten. Vredige dorpjes, verspreide hoeven, vriendelijke mensen...''

Maar nu veert hij overeind, heft zijn hand en zegt: ,,Nee, nee, wacht u even, u loopt te hard van stapel. Dat van die natuur, dat kan ik plaatsen. Maar `aardige mensen', dat hou ik tegen, dat klopt niet. Het is raar volk, die Fransen. Zeker geen aardige mensen. Hoe komt u daar bij?''

Het is mijn beurt om verbaasd te zijn. ,,Het is uw volste recht om mij tegen te spreken'', zeg ik. ,,Maar dat zult u moeten uitleggen.''

Nu, dat wil hij wel doen. En hij begint zijn verhaal.

,,Mijn vrouw en ik komen al vele jaren hier in de Morvan. We gaan elk jaar met de camper naar een vaste plek hier in de buurt, bij dat grote meer, Lac de Settons. Dat zult u ook wel kennen. Maar onlangs ben ik in de vut gegaan en het leek ons een goed idee om te gaan wonen in onze vakantiestreek, waar we graag zijn. Iets mooiers bestaat niet. Dus hebben we een huis gezocht hier in de streek; en dat huis hebben we gevonden hier, in de buurtschap La Chaume, gemeente Anost.

,,Een leuk huis. Het ligt op een heuvelrug, dus met een mooi uitzicht op het dal. Er was wel het een en ander van binnen aan te doen. En dat hebben we ook gedaan, met de hulp van mijn zoon. Want, o ja, dat moet ik nog zeggen: mijn vrouw en ik spreken niet goed Frans. Mijn zoon wel. En dat heb je wel nodig, als de loodgieter eraan te pas moet komen. Wat waren we opgelucht, toen we eindelijk klaar waren! Ik ging er eens rustig bij zitten en mijn vrouw ging voor het venster staan, om van dat mooie uitzicht te genieten... En toen gebeurde het. Mijn vrouw sloeg de handen ineen en gaf een gil: `Jongens, kom kijken, wat vreselijk!' In een oogwenk stonden we naast haar, mijn zoon en ik. En wij ook naar buiten kijken. Wat we toen zagen, was inderdaad verschrikkelijk. U moet weten dat aan de overkant van de landweg die voor ons huis loopt, een boerderij staat. Een oude boerderij, een oud huis met een paar stallen en schuren. En daaromheen zet die Franse boer neer wat hij kwijt wil. Nu de bladeren in onze boomgaard gevallen waren zagen we het pas goed. Het was een verschrikking: oude auto's, helemaal verroest en vergaan, oude tractoren, autobanden, landbouwwerktuigen, alles verroest en verrot, alles schots en scheef. Daartussen is de natuur verder gegaan: bomen en struiken, het groeit er doorheen, er tussendoor en erin. En rondom dat tafereel scharrelende kippen en een paar schurftige honden. Kortom, een echte vuilnisbelt! Mijn vrouw zegt: `Daarvoor hebben we niet zo hard gewerkt, daarvoor hebben we niet al dat geld betaald, om nu tegen een vuilnisbelt aan te kijken.' `Ach, Wim', zegt ze tegen mij. `Ga eens naar die mensen en vraag ze om die rommel op te ruimen...'

,,Maar ik zei het al, ik spreek de taal niet goed. Bovendien heb ik last van hoge bloeddruk, dus ik moet oppassen. Ik zeg tegen mijn zoon: Henk, jij spreekt aardig Frans. Ga jij naar die boer aan de overkant en vraag of hij de rommel op zijn erf wil opruimen.

,,En mijn zoon steekt de weg over en klopt aan de deur bij die boer. Nu, die was thuis en komt aan de deur. Mijn zoon legt hem het probleem voor: mijn ouders hebben het huis aan de overkant gekocht. Het bevalt ze goed, maar ze willen u vragen of u de rotzooi op uw erf wil opruimen. Want het is zo'n rotgezicht bij ons vandaan.

,,Die boer hoort het verhaal aan en hij knikt dat hij het begrijpt. En weet u wat hij doet? Hij zegt: `Wacht even.' Nu heeft hij naast het huis zo'n valse waakhond aan de ketting. Daar loopt hij naartoe en hij maakt de hond los. En die hond komt op mijn zoon af en trekt zijn bovenlip op. Eén minuut later staat mijn zoon weer naast ons in de kamer.

,,Kijk, begrijpt u, dat bedoel ik nou. Zo zijn ze, die Fransen. Mijn vrouw helemaal in zak en as. En maar jammeren: `Straks komt de familie uit Nederland, en dan krijgen zij die vuilnisbelt te zien...'

,,Ik dacht: dat moeten we anders oplossen. Dus ik geef mijn zoon de autosleutels en ik zeg: Henk, rijd jij naar het gemeentehuis in Anost en vraag de burgemeester te spreken. Leg hem ons probleem voor.

,,Mijn zoon rijdt naar het gemeentehuis en krijgt de burgemeester te spreken. Hij zegt: `Mijn ouders hebben dat huis gekocht, ze zijn zeer tevreden, maar aan de overkant maakt die boer er een puinhoop van. Wilt u ervoor zorgen dat hij dat opruimt?'

,,En wat denkt u dat die burgemeester zegt? Die zei: `Gaat u maar terug naar uw ouders en zegt u ze namens mij het volgende. De familie van die boer daar, die woont al zo'n vierhonderd jaar op die plek. Dat is meer dan tien generaties lang. En al die tijd hebben zij op hun eigen terrein hun spullen neergezet op hun eigen manier. En dat is iets, meneer, waar u zich niet mee heeft te bemoeien... Zegt u dat maar aan uw ouders. Tot ziens meneer.'

,,En kijk, dat bedoel ik dus. Zo zijn ze, die Fransen... Raar volk, altijd anders dan je verwacht. Nee meneer, geen aardige mensen...''

Hij kijkt me ongemakkelijk aan. ,,Zegt u nou zelf. Vindt u dit een aardig volk?'' En hij heft zijn kin, als teken dat er een antwoord wordt verwacht.

Maar ik zwijg. En ik bestel voor ons elk nog zo'n hartversterkende espresso, zoals je ze alleen hier krijgt.

Inmiddels is de zon geklommen en heeft het zonlicht zich verspreid over het dorpsplein. Je voelt dat de zon aan kracht heeft gewonnen. Dan brengt de dienster de geurige koffie. En wanneer de arabica haar heilzame werk heeft gedaan, klinkt het opeens tot mijn verbazing: ,,Verdomd, buurman, het wordt nog wat vandaag!''