Zwitser verliest geloof in Swissair

Het jaar 2000 was het slechtste in de zeventigjarige geschiedenis van Swissair. Alle mondiale invloeden ten spijt is de maatschappij te lang als een nationaal instituut geleid.

Elke dag opnieuw gaan er bij vrijwel alle deelnames miljoenen in lucht op; vooral bij Sabena en de Franse deelnames van de groep. Maar ook de andere Europese dochters en de moedermaatschappij staan in het rood.

De neerwaartse spiraal van Swissair – ooit het toonbeeld van kwaliteit – is sinds gisteren gestopt. Dat althans beloofde de nieuwe bestuursvoorzitter Mario Corti bij de presentatie van de jaarcijfers. Stop the bleeding, luidt het motto. Te beginnen met het Franse Air Littoral, waar sinds gisteren de geldkraan is dichtgedraaid. Voor zover er geen kopers worden gevonden, zullen ook andere maatschappijen dat lot ondergaan. Bij Sabena valt de beslissing komende zomer. De prognoses zijn uitermate slecht. Ook hier sprak Corti klare taal. Er is niks exotisch aan dat men in het in bedrijfsleven winst moet maken, zei hij, het subsidiëren van maatschappijen druist tegen de economische wetten in. Het is echter de vraag of Corti het sterk met de overheid ervlochten, internationale luchtvaartbedrijf precies zo kan leiden als de levensmiddelengigant waar hij vandaan komt, Nestlé.

Vorig jaar begon het te rommelen in de Zwitserse pers. Swissair was bezig delen van zijn pensioenfonds te verzilveren en aan de balans toe te voegen, schreef een kritische zondagskrant. Meer dan een paar vervolgberichtjes in andere media leverde dat niet op. Ook bij het vertrek van Swissair-topman Jeffrey Katz, een Amerikaan, die begin 2000 na amper twee jaar de handdoek in de ring gooide, leek er nog niets aan de hand. Pas bij het ontslag van concernchef Philippe Brugisser in januari van dit jaar viel de munt.

De strategie waar Brugisser zijn reputatie aan had verbonden, was gestrand. De filosofie, jarenlang door de raad van bestuur gesteund, was om kleine luchtvaartmaatschappijen op te kopen en zo de winstgevende, niet-vliegende, dochtermaatschappijen afzetmarkten te geven. Cateraar Gate Gourmet is nog steeds nummer twee van de wereld, Swissport, het elektronische registratiesysteem, is nummer één. Niks mooier dan SR Technics en Swisscargo – beide bloeiende bedrijven volop werk te verschaffen bij de 17 luchtvaartmaatschappijen van de groep.

Voor de deelname aan Sabena was er een nog belangrijker reden. Met een meerderheidsbelang tot 85 procent in Sabena zou Swissair dezelfde rechten verkrijgen als de EU-partners. Mooie gedachten, maar het liep anders. In 2000 tekenden Zwitserland en de EU een handelsverdrag, dat de Zwitsers veelal dezelfde rechten bood als de Europeanen. Dat maakte het huwelijk met Sabena overbodig. Bovendien bleek de bruid – Sabena is verliesgevend en heeft een verouderde vloot – al snel een kat in de zak. Inmiddels gaat de dagelijkse injectie van zo'n twee miljoen gulden in Sabena nog steeds door.

Slechts zes weken hield Brugissers opvolger Moritz Suter het uit. Een dag na diens vertrek volgde half maart vrijwel de voltallige raad van bestuur, exclusief Corti, zijn voorbeeld. Pas toen begon het vertrouwen van de Zwitsers te wankelen.

Meer nog dan in andere landen is Swissair het symbool van nationale trots. De staat heeft slechts een aandeel van 3 procent in de maatschappij en heeft zijn waarnemersstatus in het bestuur allang opgegeven. Naar goed Helvetisch model dragen de burgers als mijlensparende reizigers, of als (klein-) aandeelhouders, de nationale maatschappij op handen.

Alle mondiale invloeden ten spijt is Swissair te lang als een nationaal instituut geleid. Openheid en transparantie zijn al geen sterke kenmerken van het klassieke Zwitserse zakenmodel. Een thuismarkt die soms nog wordt geregeerd door kantonale aanbestedingsregels en een bestuur dat meer politieke ervaring heeft dan internationale managementervaring zijn dan grote obstakels. Veel te lang heeft het management een verkeerde strategie doorgezet, menen waarnemers. Hoe is het mogelijk, roepen beursanalisten nu, dat er niet eerder aan de bel is getrokken? Zelfs na het activeren van de pensioenfondsen, bleef het eigen kapitaal met 25 procent onder de maat. Bij een oververzadiging van de markt bleef Swissair acquisities doen.

Het bleef opvallend stil in de dagbladen. Toen de crisis uitbrak gaf bestuursvoorzitter Eric Honegger alleen de Neue Zürcher Zeitung een interview. Het echec van de Swissair is het failliet van het rechts-liberale bolwerk, roepen de socialisten in Bern. Maar in dit land kan de politiek zich op afstand houden. Er zijn immers banken. Een consortium van de twee grootste, UBS en Credit Suisse, zal zich, samen met de Deutsche Bank en een vierde, internationale bank, over de sanering buigen.

Onderwijl is de stemming volledig omgeslagen. Afgelopen vrijdag werd een aanklacht ingediend tegen de verantwoordelijke organen bij Swissair. Bestuur en management worden ervan beschuldigd in het jaarverslag 1999 het publiek een onvolledig en onwaar beeld te hebben geschetst. Hoe slecht Sabena ervoor stond, werd verzwegen. Op 25 april vergaderen de aandeelhouders. Dat het afgetreden bestuur en management daar gedechargeerd zullen worden, is niet waarschijnlijk. Brugisser, Honegger en collega's worden mogelijk persoonlijk aansprakelijk gesteld voor de schade. En voor het nieuwe Swissair geldt: het ergste moet nog komen.

    • Renske Heddema