Zorreguieta is nog niet van de rechter af

Eén week voor de verloving van zijn dochter met Willem-Alexander besloot justitie een aanklacht tegen Jorge Zorreguieta niet in behandeling te nemen. Toch zijn de juridische perikelen niet voorbij, nu er beklag is ingediend bij het hof.

Heeft het één iets met het ander te maken? Vrijdag werd de verloving van kroonprins Willem-Alexander met Máxima Zorreguieta aangekondigd. Precies een week daarvoor besloot het openbaar ministerie om een aangifte tegen Jorge Zorreguieta, Máxima's vader, niet in behandeling te nemen. Toeval?

Eén ding is zeker: de beslissing van het OM, nog geen twee weken geleden, kwam onverwachts. Vooral door het tijdstip. Datzelfde OM is immers in afwachting van een oordeel dat het zelf aan de Hoge Raad heeft gevraagd, naar aanleiding van een verwante volkenrechtelijke zaak, de zaak-Bouterse (zie kader). Die moet, op bevel van het gerechtshof, in Nederland wegens foltering worden vervolgd.

Ook de aanklacht tegen Zorreguieta, ingediend door onder andere oud-ambassadeur M. Mourik, gaat over foltering en over misdaden tegen de menselijkheid. Hoewel er inhoudelijk verschillen zijn, is één vraag in beide kwesties essentieel: heeft Nederland überhaupt rechtsmacht voor een vervolging?

Ja, oordeelde het gerechtshof in de zaak-Bouterse. Maar bij het OM was men het daar niet mee eens. Vandaar dat op 14 februari van dit jaar advies werd gevraagd aan de Hoge Raad.

Onder betrokken juristen ging men ervan uit dat het OM de mening van het hoogste rechtscollege zou afwachten, alvorens een beslissing in de Zorreguieta-zaak te nemen. Dat was ook de lijn van de Amsterdamse officier van justitie A. Maan, die zowel de Bouterse- als de Zorreguieta-affaire behandelt. Althans, dat vertelde hij vier weken geleden nog aan J. Pen, een van de raadslieden die de nabestaanden van de Decembermoorden bijstaat. Pen: ,,Een logisch standpunt van Maan. Stel dat de Hoge Raad de Bouterse-beschikking van het hof bevestigt. Dan komt de Zorreguieta-zaak ook in een ander daglicht te staan.''

Ook B. Böhler, advocate van Mourik, zegt dat ze dezelfde boodschap van Maan kreeg. Op donderdag 15 maart vertelde hij haar telefonisch dat hij een beslissing over vervolging pas zou nemen ná het oordeel van de Hoge Raad. ,,Ik vond het vervelend'', zei Böhler, ,,want het leverde in mijn zaak vertraging op. Maar juridisch begreep ik het wel. Je kunt niet van Maan verwachten dat hij een beslissing neemt over een ingewikkelde rechtsvraag waar zijn eigen OM een advies aan de Hoge Raad over heeft gevraagd.''

Vervolgens raakte de zaak-Zorreguieta in een stroomversnelling. Op 23 maart kreeg Böhler een fax, niet van zaaksofficier Maan, maar van hoofdofficier L. de Wit: de aangifte tegen Zorreguieta zou niet in behandeling worden genomen. De reden, schreef De Wit: het OM zag ,,geen ruimte'' voor vervolging. De wet die foltering strafbaar stelt, is namelijk pas in 1989 in Nederland ingevoerd.

Precies dit argument heeft het OM op 14 februari ter toetsing aan de Hoge Raad voorgelegd. Böhler: ,,Je vraagt je af wat zo'n toetsing dan waard is. Als ze deze afwijzingsgrond gebruiken, hadden ze ons dat net zo goed eerder kunnen laten weten. Tenslotte ligt onze aangifte er al vanaf januari.''

Böhler vroeg Maan vorige week om opheldering. Hij bevestigde haar dat het besluit van het OM een ander was dan hem een week eerder nog voor ogen stond. Maan zelf wil geen toelichting geven op de zaak, evenmin als het Amsterdamse parket.

Zo blijft het de vraag waarom hoofdofficier De Wit deze beslissing zo plotsklaps nam. Volgens D. van der Landen, ook advocaat namens een van de nabestaanden in de Bouterse-zaak, lag er politieke druk aan ten grondslag: ,,Dat kan niet anders. Er moest haast gezet achter de verlovingsaankondiging, omdat de kwestie onbeheersbaar dreigde te worden. Maar daartoe moest de dreiging van strafvervolging tegen Zorreguieta van tafel. Wachten op de Hoge Raad zou te lang kunnen duren. En dus hielp het OM een handje mee.''

Zijn collega Pen stelt dat ,,De Wit zich daarbij eerder heeft laten zien als een lakei dan als een magistraat.'' Over de gang van zaken zijn door de SP vragen gesteld aan minister Korthals (Justitie).

Inmiddels ligt de zaak-Zorreguieta bij het gerechtshof. Böhler heeft daar vrijdag, namens Mourik en een aantal Argentijnse nabestaanden, beklag ingediend tegen het besluit niet te vervolgen. Of het hof de zaak zwaar genoeg acht om het OM, net als in de zaak-Bouterse, tot vervolging te bevelen, moet afgewacht. Maar definitief afgeserveerd is de aangifte tegen Zorreguieta juridisch dus nog niet.