Virus krijgt nu alle kans zich te verspreiden

Als de overheid na lang aarzelen overgaat tot ruiming van een boerderij, is het vaak al te laat. Alleen een stringent ruimbleied kan het MKZ-virus stoppen, betogen Britse onderzoekers.

In Vaassen werd op 1 april de twaalfde Nederlandse boerderij ontdekt waar mond- en klauwzeer heerste. De martelende vraag na twaalf gevallen in anderhalve week tijd is hoe groot de epidemie in Nederland wordt.

Tijdens de laatste grote, maanden durende Nederlandse MKZ-epidemie, in 1966, leefden er lang niet zoveel schapen in Nederland. Schapen vormen een probleem omdat ze nauwelijks blaren in hun bek en tussen hun hoeven krijgen. Het Nederlandse rundvee was in 1966 bovendien ingeënt tegen de ziekte en het maatschappelijk verzet tegen het ruimen van dieren was er nauwelijks.

Nu zijn de voortekenen minder gunstig. Boeren, zoals in Kootwijkerbroek eind vorige week, die ruimers gijzelden en zich een dag lang verzetten tegen het enten en ruimen van hun dieren verlengen de epidemie waarschijnlijk. Dat blijkt uit de adviezen over het beheersen van de MKZ-epidemie die Britse epidemiologen de Britse regering vorige week gaven. Volgens hen is het cruciaal om een besmet bedrijf zo snel mogelijk te ruimen. En nadat een besmetting met tests is bevestigd moeten ook de bedrijven in de buurt zo snel mogelijk worden geruimd, schrijven twee van de adviserende epidemiologen in het Britse tijdschrift Nature van vorige week.

De Britse epidemie zal nu tussen de 900 en 4.400 besmette bedrijven opleveren, berekenden de Britse epidemiologen. De onderzoekers denken dat de epidemie nog zeker een maand, misschien langer zal duren. Het uitstel van de Britse verkiezingen met een maand garandeert minister Blair dus niet dat de verkiezingskaravaan nu wel over het platteland kan trekken.

Anderhalve week na de voorspelling van de epidemiologen is de laagste schatting al gerealiseerd en het dagelijkse aantal nieuwe gevallen daalt nauwelijks. Vanmorgen telde Groot-Brittannië ruim 900 besmette bedrijven. Het aantal dieren dat moet worden afgemaakt overschrijdt vandaag of morgen het miljoen. Ruim 600.000 dieren zijn al afgemaakt en bijna 200.000 daarvan moeten nog worden verbrand of begraven.

De Britse minister Nick Brown schetste vorige week tijdens een dramatische toespraak tot de leden van het Lagerhuis het begin van de Britse epidemie. Die begon waarschijnlijk op de boerderij van mr. R. Waugh gelegen aan de Burnside in East Heddon, Heddon-on-the-Wall in het graafschap Tyne and Wear. Waugh voerde swill aan zijn varkens en had daar een vergunning voor. Swill is gekookt restaurant-, supermarkt- en voedingsindsutrie-afval. In dit geval is er waarschijnlijk geïmporteerd vlees voor Chinese restaurants in Groot-Brittannië verwerkt, maar kennelijk was dat niet goed gesteriliseerd. De boerderij van Waugh staat nu als no.4 op de lijst besmette bedrijven die het Britse ministerie van Landbouw met volledige adresgegevens op internet publiceert

(www.maff.gov.uk).

De varkens van boer Waugh besmetten dieren op zeven bedrijven in de buurt. Schapen van één van die bedrijven gingen op 13 februari op transport naar de veemarkt van Hexham. Binnen een week kwamen andere dieren bij een tiental handelaren terecht die ze verder verspreidden. Dat was allemaal al gebeurd voordat op 20 februari in een slachthuis van Cheale Meats in Brentwood in het graafschap Essex de eerste varkens met mond- en klauwzeer werden opgemerkt.

Vandaag zaait de Britse krant The Independent overigens twijfel over de lezing van minister Brown. Mond- en klauwzeer waarde al twee maanden eerder rond, zegt bestuursvoorzitter David Owen van de grote Britse veevervoerder Farmers First in die krant. Volgens Owen zijn bij Britse schapen die op 31 januari naar Frankrijk werden vervoerd afweerstoffen tegen MKZ in het bloed gedetecteerd. De dieren zijn afgemaakt op 7 maart, evenals de koeien waarmee ze in Frankrijk in één stal hebben gestaan. Dieren die antilichamen hebben, zijn op zijn minst al een paar dagen ziek, maar mogelijk dateert de besmetting al van veel langer geleden.

Het grootste probleem bij de beheersing van een MKZ-epidemie is dat dieren (en vooral schapen en varkens) het besmettelijkst voor andere dieren zijn vóórdat de boer ziet dat ze ziek zijn. Als varkens eindelijk duidelijk blaren op hun snuit en poten krijgen, scheiden ze per uitademing alweer duizend keer minder virus uit dan een dag eerder.

Vanwege de situatie van een onzichtbaar om zich heen grijpend virus adviseren de Brits epidemiologen vooral snel te ruimen, in een poging om de besmettelijke periode zo kort mogelijk te laten duren. Ieder uur telt, wat hen betreft.

Maar toch duurt het ook in Nederland soms dagen voordat mogelijk besmette dieren zijn geruimd. Nadat een bedrijf verdacht is duurt het een dag, maar soms een week voordat testen de boerderij officieel als besmet aanmerken. Bij een duidelijk geval, waarbij koeien schuimend staan te kwijlen en blaren in hun mond en op hun tong hebben, valt de beslissing om te ruimen snel. Maar bij de geiten en kalveren in Oene duurde het ruim een week voordat de bevestiging kwam en de boerderijen rond het bedrijf werden geruimd. Die boerderij is misschien wel tien dagen een besmettingsbron geweest en alle elf andere Nederlandse gevallen zijn tot nu toe op die ene boederij terug te voeren.

Epidemiologen wijzen er nuchter op dat een epidemie pas uitdooft als een besmettingsbron gemiddeld minder dan één andere besmetting veroorzaakt. R0 moet kleiner zijn dan één, heet dat in vaktermen. En als R0 maar heel weinig kleiner dan één is, duurt het erg lang voor de ziekte weg is. De Britten wijzen nog op het probleem dat sommige dieren maandenlang drager van het virus kunnen zijn, zonder zelf ziek te zijn. Die mogelijke dragerdieren worden mogelijk van grote invloed op het besluit om binnen de EU over te gaan op preventieve vaccinatie om de ziekte buiten de EU-grenzen te houden.

    • Wim Köhler