Reisboekenwurmen

Reisbeurzen trokken de afgelopen maanden tienduizenden bezoekers. De komende weken zijn er nog wat kleinere beurzen, vooral bestemd voor wandelaars en buitensporters. Miljoenen mensen weten inmiddels waar zij hun vakantie zullen doorbrengen.

En ja hoor, over die vakantie heb ik de eerste zure stukjes alweer gelezen. Arme toerist! Elke keer als hij van verre oorden begint te dromen, wordt hij in de krant door een of andere thuisblijver op minachtende wijze toegesproken. `Een toerist reist niet om de geest te verrijken', zo las ik ergens, `maar om op een prettige manier te vergeten dat er zoiets als een geest bestaat.' Het kan niet anders of de naam van Blaise Pascal, die ooit beweerd zou hebben dat het ongeluk in de wereld komt doordat de mens niet op zijn eigen kamer kan blijven, duikt binnenkort weer in vele columns op.

Meestal vermeldt de criticus nog even dat hij in eigen huis en tuin vakantie zal vieren. Wat is hij blij dat hij niet met een jetlag op Bali rondloopt of in de schoenen staat van de Nederlander die in Rome op één dag drie keer werd beroofd!

Met graagte worden ANWB psychiaters geciteerd die gezegd zouden hebben dat het verschijnsel van de `overspannen vakantieganger' steeds vaker voorkomt. Juist op vakantie raakt men uit zijn gewone doen. Onder huwelijken, die tot dan toe best dragelijk waren, wordt opeens een tijdbom gelegd, omdat man en vrouw elkaar niet meer kunnen ontlopen. Niet alleen voetbal maar ook vakantie zou oorlog zijn.

`Vakantiegeluk is een drogbeeld', las ik bij een filosoof. `Iets wat niet bestaat.'

`Toerisme is een milieubedervende vluchtreactie', hield een andere denker mij voor. Het algeme advies: blijf thuis en lees een reisboek.

Helaas, niet alleen het reizen ligt al jaren onder vuur, maar ook het reisboek. Bij literaire critici werkt het woord `reisauteur' als een rode lap op een stier. Reisauteurs zijn in hun ogen marskramers die inferieure waar verkopen. Het schort hun aan `verbeelding', zoals Xandra Schutte in Vrij Nederland schreef, de magische oersoep waarvan echte literatuur wordt gebrouwen. Een reisauteur is niet in staat zelf iets te verzinnen: ,,Ze hebben niets te vertellen wat er werkelijk toe doet, maar ze moeten zo nodig.'' Volgens haar zijn er drie typen reisschrijvers: pochers, stuntelaars en mopperaars. Bruce Chatwin zou een voorbeeld zijn van de eerste, Redmond O'Hanlon van de tweede en Paul Theroux van de derde categorie.

Past de beschouwende Cees Nooteboom in dit rijtje? En de kordate Aya Zikken? En Boudewijn Büch, de reizende bibliotheekmol? Nee, natuurlijk. Wat echt typisch is, is dat Schutte a priori allerlei oncontroleerbare verzinsels hoger aanslaat dan een op feiten gebaseerd boek.

Een andere criticus, Hans Warren, spuwt al sinds jaar en dag vanuit het Zeeuwse gehucht Kloetinge zijn gal over reisauteurs. Het zijn allemaal krabbelaars en kladschrijvers, volgens Warren. Zelfs Nooteboom, de peetvader van het literaire reisboek, kan steevast op zijn hoon rekenen. Toen die eens over Warrens `Geheim dagboek' opmerkte dat het schrijven van een dagboek een `goedkope vorm van tekstproductie' was, sloeg Warren meteen terug; de openingszin van diens bespreking van het eerstvolgende reisboek van Nooteboom luidde: ,,Het schrijven van een reisboek is een goedkope vorm van tekstproductie.'' Nooteboom heeft nog altijd gelijk met zijn constatering dat Nederlandse critici liever aandacht besteden aan een beroerde roman dan aan een goed reisboek.

In werkelijkheid vormt het reisboek een prachtig bastaardgenre, waarin plaats is voor verhalen, gedichten, overpeinzingen en ontboezemingen. Het reizen zelf komt immers neer op een warrige mengeling van associatie, vergelijking en herinnering. Wie het belang van de reiservaring ontkent, staat als een zombie in deze tijd. Talloze schrijvers en denkers hebben hierover belangwekkende dingen gezegd, alleen de literaire critici laten het afweten.

Laat ik eens een van die denkers aanhalen. Zijn naam is H.P. Pas en volgens Marten Toonder dreef hij (zie: `Tom Poes en de wilde wagen') een tijdje een reisbureau. ,,Men moet met zijn tijd meegaan'', lispelde de oude bij zichzelf. ,,De markt voor alruinwortels en pentagrammen is aan het verlopen, maar hier ligt een nieuw terrein braak. Reiservaringen!''

    • Gerrit Jan Zwier