Primeur

Van alle kranten kwam Het Parool gisteren met de aardigste primeur: de opening van een eigen theater in het centrum van Amsterdam. In de Sint Pieterspoortsteeg, een lange sleuf tussen Nes en Oudezijds Voorburgwal, heeft de krant het vroegere Pantijn-theater van poppenspeler Wim Kerkhove gehuurd. Redacteur Paul Arnoldussen kwam op het idee toen hij Kerkhove over zijn afscheid sprak. Zo'n mooi theater, vond Arnoldussen, moest behouden blijven.

Theater is een groot woord voor een zaaltje waar hooguit 35 mensen in kunnen, het is eerder een soort babytheater: een glanzend, vertederend zijtakje van de familie der grote theaters. Het interieur is fraai: groene wanden, rode balkonnetjes en in de huiskamerachtige zaal 35 rode klapstoeltjes. Intiemer kan het niet. Het Parool wil er allerlei kleinschalige evenementen organiseren, zoals interviews en debatten, vaak met spraakmakende figuren uit de stad.

Het Parool Theater wordt gerund door redacteuren en medewerkers van de krant. Ze verkopen je het kaartje (dat niet gereserveerd kan worden) en ze schenken je een glaasje wijn in, waarbij ik me bijna op de vraag betrapte: ,,Je hoeft voor mij toch geen nieuwe fles open te maken?''

Deze eerste avond was gewijd aan een fenomeen uit de beginperiode van Het Parool: de uit de Parool-redactie voortgekomen cabaretgroep De Inktvis met mensen als Annie M.G. Schmidt, Jeanne Roos, Ton van Duinhoven, Wim Hora Adema, Wim Bijmoer en Bob Steinmetz. Simon Carmiggelt niet? Nee, hij heeft een paar keer meegedaan `met hele vreemde conferences' (aldus Steinmetz), maar hij had het toen al te druk met zijn cursiefjes.

Steinmetz en Carmiggelt-biograaf Henk van Gelder (Jeanne Roos was wegens ziekte verhinderd) spraken samen over de kortstondige geschiedenis – van 1947 tot 1953 – van De Inktvis. Ze kwamen tot de conclusie dat het gezelschap zonder het plotseling uitbottende talent van schrijfster Annie Schmidt ondenkbaar was geweest. Ze was chef documentatie van Het Parool, een wat schuwe, verlegen vrouw, en ze vond opeens een podium voor haar teksten.

Ze ging zelf ook wel eens op dat podium staan, maar dat was geen groot succes. Ze was zo bang dat ze haar eigen teksten vergat, herinnerde Steinmetz zich, dat ze ze eindeloos op het theatertoilet zat te repeteren.

Maar haar teksten deden wonderen, niet in de laatste plaats voor haarzelf. Befaamde cabaretiers als Sonneveld en Kan kochten die teksten – aanvankelijk voor een appel en een ei – en Annie Schmidt kwam tot het besef dat ze beter van de pen kon gaan leven. Haar succes betekende de ondergang van De Inktvis, dat niet verder kon zonder haar.

Wat maakte deze teksten zo bijzonder? Het lichte, laconieke gebruik van de spreektaal, vond Van Gelder. En, voeg ik eraan toe, de ironie natuurlijk – toen nog niet verdacht gemaakt door mensen die er geen gevoel voor hebben.