Pensioenbeleggingen: winnaars plots verliezers

De winnaars van 1999 zijn de verliezers van vorig jaar.

Pensioenfondsen die veel in aandelen beleggen stonden er vorig jaar gekleurd op. Rood gekleurd. Shell Pensioenfonds, dat eind vorig jaar 64 procent van zijn ruim 29 miljard gulden beleggingen in aandelen had geïnvesteerd, boekte vorig jaar een negatief rendement van 3,7 procent, zo blijkt uit de jaarlijkse ranglijst die de twee branche-organisaties gisteren publiceerden.

Het pensioenfonds van Shell is hekkensluiter op de ranglijst over het jaar 2000. Maar Shell is wel een van de toppers onder de pensioenfondsen die op langere termijn, in dit geval een periode van vijf jaar, de beste rendementen boeken. En lange termijn telt bij de pensioenbeheerders.

Een gemiddeld pensioenfonds boekte vorig jaar een rendement van 2,6 procent, het laagste cijfer in zes jaar tijd. Wie vorig jaar veel in effecten met een vaste rente had belegd, sprong er relatief goed uit (7,8 procent rendement), maar het was een slecht aandelenjaar (negatief rendement van 5,2 procent) en dat speelde de meeste pensioenfondsen parten.

Pensioenfondsen zijn de afgelopen jaren steeds hogere percentages van hun vermogen in aandelen gaan beleggen. Eind vorig jaar hadden de pensioenbeheerders 47,9 procent van hun vermogen in aandelen belegd, dat was drie procentpunt minder dan een jaar eerder. Samen beheren de pensioenfondsen bijna 1.000 miljard gulden. Het rendement is voor het eerst in zes jaar ook lager dan de ondergrens van 4 procent die de toezichthoudende Pensioen- en Verzekeringskamer hanteert. De pensioenfondsen moeten het achterblijvende rendement opvangen met hun reserves, zogeheten financiële buffers, die de afgelopen jaren aanzienlijk zijn gespekt door de ongewoon hoge rendementen op de financiële markten.

Diverse ondernemingspensioenfondsen hebben van hun relatieve rijkdom gebruik gemaakt om kortingen op pensioenpremies aan hun werkgever te gunnen, terwijl sommigen een deel van hun overreserves hebben uitgekeerd aan hun werkgever, soms in samenhang met een verbetering van de pensioenregeling.

De twee grootste pensioenfondsen, ABP (sectoren overheid en onderwijs) en PGGM (zorg en welzijn), deden het vorig jaar iets beter dan het gemiddelde. ABP, dat 38 procent van zijn vermogen van 331 miljard gulden in aandelen heeft belegd, haalde vorig jaar 3,2 procent rendement. ABP wil de komende jaren zijn beleggingen in aandelen opvoeren tot meer dan 50 procent. PGGM, dat 55 procent van het vermogen van 116 miljard in aandelen heeft gestoken, boekte 3,4 procent.