Pater familias

Betekent pater familias nog iets in de wereld van vandaag? Prins Claus stelde zich die vraag, voordat hij zijn trouwlustige zoon en diens verloofde toesprak. Vroeg hij het zich af bij wijze van algemene culturele beschouwing? Vroeg hij het met het oog op zijn eigen positie als prins-gemaal? Of was zijn vraag een, voor de altijd zo beminnelijke Claus, onverwacht vilein protest tegen het lot van die andere pater familias, de vader van Máxima, waarmee hij zich in bevroren stilte verwant voelt?

Hoe het ook zij, de woorden van de prinselijke pater familias ontroerden bijna net zoveel als het, volgens de kritiekloze commentatoren in de media, zo charmante optreden van zijn aanstaande schoondochter. In die volksontroering ligt ook het antwoord op de vraag van de prins. Ja hoogheid, de pater familias is dood.

Hij is al stervende sinds de negentiende eeuw. Althans dat stelde historicus Jan Romein in 1946 in De vereenzaming van de mens. In deze Proeve eener studie over geestelijke crises beschreef hij hoe wij op het breukvlak van de negentiende en twintigste eeuw langzaam maar zeker verweesden. God was dood, de vader was niet langer, zoals Romein met een ironische verwijzing naar Freud schrijft, het `Über-ich' van zijn zoon. De zoon die de gehele twintigste eeuw zijn rolmodel moest missen.

Ja hoogheid, de pater familias is dood, maar het familiedrama dat vrijdag de euforie over de verloving van de kroonprins vergezelde, toont aan dat wij hem intens missen. Wij voelen ons verlaten en daarom heeft hij toch betekenis.Verlangen wij zo naar hem terug dat wij hem als arme wezen overal wanhopig zoeken en op deze wijze rouwarbeid verrichten om zijn dood? Verraden en verkopen wij als het nodig is tijdens die zoektocht onze eens zo gekoesterde moeders? Wentelen wij ons uit pure eenzaamheid in het sentiment van sprookjes over offervaardigheid, trouw, over vaders en dochters, prinsen en prinsessen? Ja. Wanneer wij dat doen laten we ons niet storen door enig kritisch historisch besef. Het rapport van prof.dr. M. Baud heeft dan misschien politieke betekenis, maar wordt eigenlijk niet meegenomen in ons denken over de verloving. Het sentiment en de esthetiek van ons eigen lijden gaat voor alles. Op de golven van deze aandoenlijke kitsch vormen wij een samenleving van onnozele kinderen met een pathetisch vadercomplex. Dat wordt zelfs internationaal beloond. Een oscar voor een tekenfilmpje over een dochter die telkens terugkeert naar de plek waar zij afscheid nam van haar vader.

In de context van een dergelijke sprookjeswereld zoeken en vinden we onze nieuwe vaders. Wij kiezen hen zelf. Oud-premier Van Agt beklemtoonde zondag in het tv-programma Buitenhof dat het voor de aanstaande van de kroonprins toch allemaal niet makkelijk was. Als afgevaardigde van God de vader en `de familie' probeerde hij zo door ons als nieuwe vader te worden uitverkoren. Een goede poging om in te spelen op onze onzekerheid en ons verlangen. Maar niet goed genoeg en te laat. Onze huidige minister-president was door ons al eerder herkend als vader van de Nederlandse familie.

Kok is een vader op wie wij kunnen bouwen. We vergelijken hem met vadertje Drees en met Den Uyl, die andere sociaal-democratische vaderfiguur. Allebei konden bij de gratie van het feit dat er een koningin aan het hoofd van de monarchie stond, de vaderlijke plaats van de prins-gemaal innemen in tijden van koninklijke crises. Ook nu is niet Claus maar Kok voor ons de rechtvaardige vader van de jong geliefden en de redder van Oranje. `Dat had je niet moeten zeggen, m'n jongen' sprak hij vorige maand streng tegen de kroonprins, die als onnozel kind `een beetje dom' was geweest. De knul had de elementaire bronnenkritiek van zijn eigen vak, geschiedenis, genegeerd. Hij had een boosaardige vader geciteerd ten einde een andere te verdedigen.

Daar hebben wij behoefte aan, aan iemand als Kok die met zachte hand corrigeert en ons lekker toestopt. We zullen er dan ook alles aan doen om onze nieuwe vader des vaderlands politiek in de luwte te houden, hem gunstig te stemmen door hem unaniem te prijzen want wij willen hem niet kwijt. Is het niet onmenselijk om zoiets van een dochter te vragen?, vroeg een verslaggever, zowel huiverend om het idee dat hij zelf zo'n offer moest brengen als om zijn brutale vraag aan vader Kok. `Nee, zo is het goed,' beschikte de vader. Maar het is niet goed. Niet goed genoeg. Een vadermoord dient zonder voorbehoud te worden gepleegd. Dat voorbehoud was er bij de dappere dochter wel degelijk. `Hij had de beste intenties en ik geloof hem'. `Ik ben geboren in een hechte familie en mijn vader is, en zal altijd blijven de integere en toegewijde vader die hij altijd voor mij was'. Geen charme die dat voorbehoud kan verhullen. Of vonden de bibberige verweesden van Nederland misschien juist dat stiekeme voorbehoud wel charmant? Wij vroegen Máxima een vadermoord te plegen. In dit land van theologische gehandicapten mogen we in onze handen knijpen dat ze zich er met bijna juridische elegantie onderuit wist te draaien. Anders zouden wij jammeren onder het juk van een enorm schuldgevoel over de dood van weer een vader, al was hij dan slecht.

Ja hoogheid, de pater familias heeft nog betekenis. Nu uw aanstaande schoondochter haar vader slechts licht heeft verwond, kunnen wij weeskinderen feesten zonder schuldenlast en hebben wij er Kok ook nog als supervader bij. Laat niemand zo zuur zijn om de pret te bederven. Met Thom de Graaf, onze nationale Pietje Bel, verzuchten wij aan de televisie geklonken opgelucht: Tjee, Máxima wat heb je dat goed gedaan.

Amanda Kluveld is historica.

    • Amanda Kluveld