Onderkoning met de bedelnap

Het is moeilijk voor te stellen in Barcelona en Madrid, maar Jordi Pujol (69 jaar), de president van Catalonië, vertrekt. Afgelopen weekeinde vertelde El Molt Honorable President (Catalaans voor Hoog Edelachtbare President) het met tranen in zijn ogen: bij de verkiezingen van 2004 zal hij niet langer lijsttrekker zijn van de Catalaans-nationalistische partij die onder zijn leiding sinds 1980 de dienst uitmaakt in de regio.

Met hem verliezen Catalonië én Spanje een van hun belangrijkste politici die het aangezicht van de Spaanse democratie na Franco bepaalden. Fysiek gezien was de aanblik nooit erg fraai. Uitgesproken klein van stuk, moeilijk verstaanbaar, schor keelgeluid en enkele zenuwtics inspireerden spotters om Pujol neer te zetten als Gremlin, Teletubbie of de Yoda, het modderwezen uit Star Wars. Maar het lachen verging zijn tegenstanders als het aankwam op zijn kundige politieke pokerspel.

In al die jaren zat Pujol nooit in een regering in Madrid, maar toch gold hij als de onderkoning van Spanje. Zowel de socialistische premier Felipe González als de conservatieve premier Aznar moest bij hem aankloppen voor steun aan hun minderheidskabinetten. Pujol verkocht het als een verantwoordelijke bijdrage aan de politieke stabiliteit van Spanje, maar in de praktijk betekende het vooral méér geld en méér autonomie voor de Catalaanse regio. Een koning met een bedelnap: dat imago zou Pujol niet meer kwijtraken.

Pujol belichaamt tegenstrijdige belangen en opvattingen. Onder Franco verdween hij een paar jaar in de cel wegens een opruiend pamflet dat hij hielp verspreiden. Hij is zwaar katholiek, maar staat wel aan het roer in Spanjes meest ontkerkelijkte regio. Hij is geobsedeerd door het Catalaans nationalisme, maar de Catalanen zelf moeten traditioneel niets van volledige afscheiding hebben. Hij doet enthousiast mee in Europese kring, waar hij zijn katholiek-nationalistische partij wist te verkopen aan de Europese liberale fractie, maar thuis in Catalonië houdt zijn beleid het midden tussen een sociaal-democratisch en een christen-democratisch bewind.

Veruit de meeste energie stak hij evenwel in de nationalistische droom, waarvan het einddoel nooit duidelijk werd, maar waarschijnlijk gezocht moet worden in een regio-staat binnen Spanje. De laatste jaren kwam Pujol daarover in botsing met een groeiend leger critici, onder wie de Spaans-Peruaanse schrijver Mario Vargas Llosa, dat hem verweet in Barcelona en Catalonië een allengs bedompter atmosfeer van provinciaalse dwingelanderij te scheppen. Vooral de `taalnormalisatie', die het Catalaans steeds nadrukkelijker opdringt aan de tweetalige regio, moet het daarbij ontgelden.

Pujol mocht zichzelf altijd graag vergelijken met staatslieden als Felipe González en Helmut Kohl, maar de tragiek wil dat Catalonië geen staat is en dat internationale erkenning bijgevolg uitbleef. Wat de Catalaanse leider wel met voornoemde staatslieden gemeen heeft is een lange regeertijd – met alle gevolgen van dien. Een bedenkelijke persoonscultus, nepotisme, welig tierende corruptie, cliëntelisme en geknoei met partijfinanciering zetten de toon in de meer dan twintig jaar `pujolisme'. Al in 1982 ontsnapte Jordi Pujol zelf tenauwernood aan het gevang in het schandaal dat de ondergang van diens familiebank begeleidde. Zelf meende de diep-verontwaardigde Catalaanse president dat hij toen het slachtoffer was van vuige machinaties van `Madrid', waar op dat moment socialisten regeren.

Een dergelijk martelaarschap, gecombineerd met pragmatisch opportunisme waren een constante lijn in Pujols politieke aanpak. Catalonië en Pujol waren zwaar gestraft door Spanje en Franco. Of Madrid die ereschuld maar even in klinkende munt wilde aflossen. Met de ex-dictator veilig in het graf werd die boodschap evenwel steeds sleetser. Vorig jaar merkte de Catalaanse voorman tot zijn verdriet dat de coalitie in Madrid zijn steun niet meer nodig had. Het was nu de minderheidsregering van zijn eigen nationalisten in Barcelona die om de steun van Aznar moest bedelen.

Het werd stil rond Jordi Pujol, die steeds vaker slapend in het Catalaanse parlement werd gekiekt. Er breken, zo moet hij zich met pijn in zijn hart hebben gerealiseerd, andere tijden aan. Zijn kroonprins heet Artur Mas, wiens achternaam in het Spaans `meer' betekent. Het zal hem moeilijk vallen meer te krijgen dan zijn charismatische voorganger.

    • Steven Adolf