Offer

Bij de oude stammen werd de koning na een jaar ter dood gebracht, na het binnenhalen van de oogst, opdat de nieuwe koning voor nieuwe vruchtbaarheid zou zorgen, totdat ook hij een jaar later gedood zou worden.

Voor de Helleense stammen die uit het noorden naar Griekenland trokken was de koning de bemiddelaar tussen het volk en de goden die regen konden brengen. Zijn ambtstermijn was langer dan een jaar, maar ook hij moest zijn leven geven in tijden van crisis, als de tekenen het eisten.

Het is vastgelegd in de mythe van Theseus, die de Minotaurus doodde in zijn labyrint op Kreta. De Minotaurus was een stier, maar hij was ook de koning van vorig jaar, die wachtte op zijn dood.

Als er toen gesproken zou zijn over het offer dat de levensopdracht van de koning eiste, zou dat geen lege formule zijn. De koning was zelf het offerdier. De omgangsvormen met de monarchie waren direct, hard, bruut zelfs naar onze normen. Nu niet meer, maar even leek het er weer op vorige week.

De scène waarin de kroonprins, zijn verloofde en zijn ouders elkaar in een kringetje omhelsden is door veel mensen op de televisie gezien. Voor een radioluisteraar was het een buitengewoon wonderlijke scène. Wat gebeurde daar precies, vroeg hij zich af.

De koningin had gesproken over de offers die de bijzondere levensopdracht van de kroonprins vroeg. Toen werd het even stil. Daarna hoorde je gesmak, gefluister en iemand zei `pappa!' Wat was dat?

Het klonk zo intiem dat je even kon denken dat de archaïsche directe omgang met het koningshuis hersteld was en dat straks een vertegenwoordiger van de Rijksvoorlichtingsdienst de witte lakens met het rode maagdenbloed aan het volk zou tonen, als bewijs dat ook op onze toekomstige koning de gunst van de vruchtbaarheidsgoden rust.

Wat jammer dat we geen televisie bij de hand hadden om dat te zien. Maar toen het later op de televisie herhaald werd, viel het tegen en bleek de radio als medium dat de fantasie de vrije loop liet, toch ver superieur te zijn geweest.

Ik heb hier wel eens verteld hoe de veertienjarige Oostenrijkse prinses Maria Antoinetta in 1770 naar Frankrijk werd gebracht om daar met de toekomstige koning Louis XVI te trouwen. In een paviljoen op een eilandje in de Rijn werd zij door haar begeleiders geheel naakt uitgekleed, nog geen haarspeld mocht blijven zitten, en vervolgens precies op de lijn van de grens met Frankrijk in handen gegeven van de Franse delegatie, die haar aankleedde met Franse spullen. Zo werd zij toen de Franse Marie Antoinette.

Dat zou nu als te archaïsch worden ervaren. `Koopt Nederlandse waar dan helpen wij elkaar' is geen slagzin meer van onze liberale regering. Maar ook nu werd de nieuwe verloofde die naar ons land was gekomen Nederlands aangekleed: ze sprak in goed Nederlands de Nederlandse mensenrechtentaal, ze paste zich aan bij het Nederlandse gezondheidsbeleid door niet in het openbaar te roken en, verreweg het meest frappant, ze sprak haar toekomstige echtgenoot gekscherend bestraffend toe door te zeggen dat hij wel een beetje dom was geweest.

Zo mogen we het zien in ons gezellige Nederland! De wat sullige, onhandige man die door zijn nuchtere en praktische vrouw af en toe met een kleine vermaning op het rechte spoor wordt teruggezet, is een standaardkarakter van de Nederlandse humor. Mevrouw Carmiggelt en mevrouw Van Kooten (en u begrijpt dat ik het nu over fictieve figuren heb), hadden het de nieuwe verloofde niet verbeterd.

Ook een modern vorst moet een offer brengen en rationeel gezien zou dat in de eerste plaats moeten gebeuren bij de keuze van zijn echtgenote, die overgelaten dient te worden aan regering en parlement. Louis XVI ging ook niet eerst kijken of hij Marie Antoinette wel aardig vond, dat deed er niet toe in zaken van Staat.

Een koninklijk huwelijk dient de banden tussen twee landen te versterken. Argentinië is wat dat betreft voor ons te ver weg. Ze interesseren zich daar niet erg voor ons koninklijk huis. België en Duitsland zijn weer te dichtbij, want er zijn al zo veel banden met die landen dat een koninklijk huwelijk niet veel meer uit kan maken. Een verloofde uit een van de nieuwe Oost-Europese democratieën, dat zou de juiste keuze van regering en parlement zijn geweest.

Het offer dat de kroonprins daarmee eventueel had gebracht, zou gering zijn geweest, want juist doordat hij zijn partnerkeuze door het landsbelang zou hebben laten bepalen, zoals koningen het altijd hebben gedaan, zouden latere bezigheden buitenshuis hem nooit misgund worden.

Helaas, rationeel handelen in deze zaken is in de moderne tijd niet meer mogelijk. Het is duidelijk dat juist een koning die hierin het landsbelang zou laten prevaleren, door het land niet geaccepteerd zou worden. Het land wil het landsbelang niet, het wil echte liefde van gewone mensen, net zoals men dat in andere televisieprogramma's gewend is.

En juist doordat het kleine offer van de rationele partnerkeuze door een gedegenereerd sentimentele publieke opinie niet meer aanvaard wordt van de toekomstige vorst, wordt daarmee een veel groter en verschrikkelijker offer afgedwongen. Echte liefde van gewone mensen in een situatie die zo ongewoon is dat er nauwelijks ruimte voor kan bestaan. Welke offers de oude koningen ook brachten, een zo verschrikkelijk offer is nooit van hen gevraagd.

In het hele land gaat nu een luid applaus op, zo lijkt het tenminste in de pers en op de televisie, waar gezegd wordt dat zelfs de meest geharde republikeinen nu om zijn, zonder dat er overigens zo'n bekeerde republikein getoond wordt.

Ook het applaus komt voort uit de praktijk van het offer, niet het moderne offer bij wijze van spreken, maar het oude offer dat tot de dood leidde. Het applaus was er om de kreten van het slachtoffer te overstemmen.