Kok on top

Dat ging dus zo snel als mocht worden verwacht. `Alle twijfel lijkt in één keer verdwenen', luidde de kop boven een voorpaginastuk in de Volkskrant vorige vrijdag, de dag waarop de verloving bekend zou worden gemaakt. Er werd in dat stuk weliswaar ook nog gesproken van ,,het ongemak dat koninklijk huis heet'', maar de volgende dag – nadat de koningin, de kroonprins en verloofde en premier Kok voor de televisie waren verschenen – waren de koppen: `Máxima neemt afstand van bewind-Videla' en `De zoen is voor de huwelijksdag'. Per hoofdartikel werd de kroonprins gelukgewenst dat hij een vrouw heeft gevonden ,,die er niet tegenop ziet om koningin te worden'' en die zich bovendien zo vertrouwenwekkend had gemanifesteerd. En, eerlijk is eerlijk, ook in andere media bleek plotseling een warme oranjezon doorgebroken.

Sommigen bleven koel, razend koel zelfs. Voorbeeld daarvan is Thomas von der Dunk, cultuurhistoricus, die zich gisteren op de opiniepagina van deze krant erover verbaasde dat ,,een anders zo nuchter volk met één enkele verloving in een roes van totale verdoving te brengen valt''. Nuchter volk? Men moet dat nuchtere volk eens zien wanneer het nationale voetbalelftal (Ons Oranje!) een internationale titel heeft veroverd (1988), of op weg lijkt dat te doen (1974, 1978, 1998, 2000).

Ja, schrijft Von der Dunk, doordat de mond van parlement en partijen op slot was gedaan heeft premier Kok ,,de kans tot beperking van traditioneel geworden koninklijke ononderhandelbaarheid duidelijk maximaal uitgebuit''. Nu, met die onderhandelbaarheid is het uiteindelijk kennelijk meegevallen, Zorreguieta sr. is er immers met de instemming van de koningin en zijn dochter van doordrongen geraakt dat zijn aanwezigheid bij de verloving en het huwelijk ongewenst is. Bovendien nam de 29-jarige Máxima in ruimere termen afstand van het Videla-regime (dus in feite ook van de staatssecretaris en minister die haar vader destijds was) dan zeer velen hadden verwacht en ook ruimer dan de Nederlandse regering of de Tweede Kamer dat een kwart eeuw geleden deden.

Maar, schrijft Von der Dunk, bij de authenticiteit van haar verklaring zijn vraagtekens te plaatsen, zij stond op schrift en was natuurlijk vooraf in het Catshuis goedgekeurd en de ,,hele vertoning was vanzelfsprekend sterk door de regering geregisseerd''. Wat had hij dan gewild? Een improvisatie in zó'n geval en na alle discussies van de afgelopen maanden van iemand die daarop politiek niet kan worden aangesproken en die nog Nederlands leert? Maar dat dan wèl gedekt door Koks ministeriële verwantwoordelijkheid? Nee, natuurlijk, het is inderdaad `vanzelfsprekend' dat de premier hier regie heeft gevoerd, het zou wonderlijk zijn als het anders was geweest.

Kern van de zaak is immers dat het staatshoofd, de kroonprins en Máxima zich daarnaar hebben geschikt en daarmee, al dan niet van harte, misschien onder druk (die zoveel mogelijk `achter' het geheim van het Noordeinde verborgen moet blijven), hebben erkend dat Kok verantwoordelijk is en moet bepalen wat hij tegenover de Staten-Generaal wil verdedigen. Datzelfde geldt voor de omgang van de premier met het parlement, zeker in een kwestie als deze: hij belooft met deze en gene gevoeligheid rekening te zullen houden, weet dat tussentijdse discussies het risico van constitutionele averij kunnen meebrengen, vraagt en krijgt radiostilte en vertrouwen (of niet, dan hebben we een ander verhaal) en wordt tenslotte politiek beoordeeld op het bereikte resultaat. De staatkundige regel inzake koninklijke onschendbaarheid en ministeriële verantwoordelijkheid is zó helder dat er echt meer moedwil dan misverstand nodig is om haar niet te begrijpen.

Kok wordt nu alom in een rijtje gezet met zijn voorgangers en geestverwanten Drees en Den Uyl, PvdA'ers die het koningshuis in de jaren vijftig en zeventig uit een constitutionele gevarenzone hebben geloodst. Dat roept de vraag op of er dit keer werkelijk zulke grote gevaren hebben bestaan. Dat wil zeggen: is er een fase geweest waarin Kok de mogelijkheid van een constitutionele crisis onder ogen moest zien? Bijvoorbeeld toen vader Zorreguieta nog weigerde zelf te verklaren dat hij inzag dat hij beter niet aanwezig kon zijn bij verloving en huwelijk? Zo ja, dan is Kok wel zeer koelbloedig of zelfverzekerd geweest, want tussen november 2000 en vorige week is in het kabinet niet gesproken over de kwestie, laat staan over de mogelijkheid van een constitutionele crisis. Dat althans zegt een van zijn ministers met zoveel woorden. Wat wil zeggen dat Kok sinds vorig najaar nooit een echt crisis-risico heeft gezien, dan wel zijn collega's daarover liever niet heeft willen informeren. Dat laatste lijkt bij een voorzichtig én scherpzinnig man als Kok ondenkbaar. A contrario moet je dan aannemen dat er wel eens sprake zal zijn geweest van enig zwaar weer, wat de premier vorige week vrijdag trouwens niet verborg, en misschien ook wel van enig loven en bieden binnen de kroon (dat overleg gáát immers ergens over), maar er nooit werkelijk een crisis-risico was.

Nu de zaak afgehandeld is, politiek gesproken, mag daarvan vermoedelijk óók een disciplinerend effect worden verwacht op het debat in het kabinet over de begroting-2002. Niemand zal willen dat Kok komend najaar in demissionaire staat het goedkeuringswetsvoorstel voor het huwelijk in het parlement moet verdedigen, al kan dat formeel wèl. Kortom, wie wil plagen zegt: het is mede dankzij de familie Zorreguieta nóg minder waarschijnlijk geworden dat Paars II struikelt over de begroting-2002, wat Paars III ook wat dichterbij brengt.

Blijft de vraag wat Kok, 62 en buitengewoon on top, straks doet. Zegt hij: het is mooi geweest en mooier dan nu kan het niet meer worden? Of wordt hij 2002 nog eens PvdA-lijsttrekker en premier? En wacht hij tot de EU-collega's hem zomer 2004 aanwijzen als voorzitter van de Europese Commissie? Of op een andere kans om de weg naar het Catshuis tussentijds vrij te maken voor Ad Melkert?

    • J.M. Bik