Kinderen moorden in vier Macbeths

Hun mantelpakjes zijn ouwelijk, hun kapsels dellerig, hun blikken koud en cynisch. Het duurt even voordat je beseft dat deze heksen gespeeld worden door kinderen die van de regisseur kauwgom, namaaksigaretten en panties hebben gekregen. In de voorstelling Bloetwollefduivel van het Ro Theater zijn kinderen niet langer onschuldig. Vol overgave spelen zij mee in het grote spel van het kwaad. Veel verschrikkingen van Jan Decortes stuk kennen zij al uit sprookjes.

Dit kinderspel maakt deel uit van het project Macbeth Macbeth van het Ro theater, een stijloefening voor regisseurs in vier delen. In het eigen theater in Rotterdam worden tegelijkertijd twee versies van Macbeth gespeeld, die van William Shakespeare en de vrije variatie die Decorte schreef: Bloetwollefduivel. De laatste is weer opgedeeld in drie versies.

Koningen, heksen en meer van dat soort sprookjeswezens legt de Vlaming versjes in de mond die naïef klinken en die toch gruwelijk zijn, versjes vol kleuterscheldwoorden (,,kwezelbille/bibberbakkes'') en kleinejongenswensen: ,,Allesin/ stukke/ kapotmot/ stamptramp/ aldoot''. Bij Decorte is het kwaad een neiging waarmee we geboren worden. De wens om anderen dood te maken komt net zo snel als de honger naar macht. Ondertussen kan het oorlogje spelende kind best ontwapenend zijn. Tenminste, zo werkt de tekst van het eeuwige kind Jan Decorte. En zo werkt de enscenering van Guy Cassiers en Herman Gilis. Gezamenlijk transformeren zij het kasteel van zwarte Legostenen midden op het podium tot een spookslot.

In deel twee hebben de kinderen plaatsgemaakt voor volwassen acteurs en Herman Gilis is nu de Bloetwollefduivel die de koning doodt om zelf koning te worden en die van kwaad tot erger gaat wanneer hij eenmaal koning ìs. Uit luikjes die de acteurs ter plekke opensnijden vallen rubberen handschoenen: zo simpel ziet het moorden er hier uit.

Maar in deel drie is het gedaan met de pret. Vanaf de trans van het kasteel kijken we neer op de zangers. Voor de derde keer, ditmaal op muziek van Jan Hus, horen we Decortes tekst, en we kunnen hem meelezen uit boeken die met touwtjes aan de trans zijn bevestigd. Een zekere eerbied daalt neer over het publiek en ook een zekere verveling. Hus' opera is mooi en razend knap in elkaar gezet, maar zodra we het tekstboek sluiten hebben onze ogen nog maar weinig te doen. Stoïcijns doen de zangers hun werk, stijfjes als in een recital, en zelfs de meegebrachte blazers swingen niet.

Alize Zandwijk ensceneerde de Macbeth van William Shakespeare. Je kunt er de avond voor of na Bloetwollefduivel naar gaan kijken. Als je alles gezien hebt ontdek je in de baaierd van vormen enige constanten. De mannen dragen uit Macbeth dezelfde kostuums als in Bloetwollefduivel; de muzikanten uit de ene voorstelling duiken ook in de andere op; het bloed is steeds zwart, pekzwart; en zowel bij Cassiers en Gilis als bij Zandwijk hebben kinderen een centrale betekenis.

Ook Zandwijk laat de heksen door kinderen spelen. Wederom stelen de kinderen de show, wanneer zij met wit krijt de contouren van de lijken op de vloer natekenen. Ook déze kinderen hebben deel aan het kwaad. Ze voorspellen welke doden er gaan vallen en ze helpen Macbeth bij het moorden. Maar anders dan de kinderen in Bloetwollefduivel etaleren zij geen plezier. Ze handelen onder een dwang die ze zo doet lijden dat zij op hun beurt anderen moeten laten lijden.

Steven Van Watermeulen speelt Macbeth getergd, bewust van het verderf dat hij aanricht en vol gewetenswroeging. Van een weifelaar verandert hij in een doelbewuste vent die nog maar één ding wil: bloedig sterven. De Lady Macbeth van Catherine ten Bruggencate begint juist resoluut en eindigt in naakte waanzin. Voor beiden is de schuld te zwaar om te dragen. Zandwijk dikt die schuldthematiek aan met passiemuziek van Bach.

Deze regie zou in goedkope pathetiek ontaard zijn als Zandwijk minder inventief was geweest. Maar ze komt met een paar aardige vondsten. De vrouw die samen met haar kind door Macbeth wordt gekeeld stoot een ijzingwekkende kreet uit en de jurk die zij draagt is vrijwel identiek aan die van Lady Macbeth. Het is alsof Macbeth zijn eigen vrouw vermoordt, en met haar het kind dat zij niet konden krijgen.

Guy Cassiers, de artistiek leider van het Ro Theater, en Alize Zandwijk, zijn vaste regisseur, hebben elkaar gevonden in het duivelse dilemma van scheppen en vernietigen dat in elk mens en in elk kunstwerk huist.

Voorstelling: Macbeth Macbeth door het Ro Theater. 1. Bloetwollefduivel van Jan Decorte. Regie: Guy Cassiers en Herman Gilis. 2. Macbeth van William Shakespeare. Regie: Alize Zandwijk. Gezien: 30 en 31/3 Ro Theater, Rotterdam. Daar t/m 28/4. Inl. (010) 404 7070 of www.rotheater.nl.

    • Anneriek de Jong