Israël doodt Palestijnse extremist

In een nieuw teken dat Israël de strijd tegen de Palestijnse opstand opvoert, hebben gevechtshelikopters gisteren bij een raketaanval in de Gazastrook een leidend lid van het extremistische Islamitische Jihad gedood.

Bij het graf van Rachel bij Bethlehem op de Westelijke Jordaanoever brak even later een zware schotenwisseling uit tussen het Israëlische leger en Palestijnen na de dood van een Israëlische militair. Israëlische tanks openden later het vuur op het centrum van de stad, waarbij een hotel werd getroffen vanwaaruit Palestijnen zouden schieten. Bij deze aanval vielen verscheidene gewonden, onder wie zeker twee kinderen.

Vier Israëlische helikopters namen gisteren bij Rafah, aan de grens met Egypte, een bestelautootje onder vuur waarin Mohammed Abdelal, lid van de gewapende vleugel van Islamitische Jihad, zich bevond, en veranderden het in een brandend wrak. Tijdens zijn begrafenis, enkele uren later, schreeuwden duizenden aanwezigen wraak. ,,Zijn jullie bereid zelfmoordbommen te worden?'' vroeg een van de aanwezigen. ,,Ja, ja, op naar de hemel!'', schreeuwde de menigte. ,,Zijn jullie bereid om martelaren te worden en je bij Mohammed te voegen?'',,Wij zijn het leger van de heilige oorlog, en we zullen het land platbranden'', antwoordde de menigte. Een zegsman van de Islamitische Jihad kondigde ,,sterke en geëigende wraak'' aan voor de dood van Abdelal.

De Israëlische minister van Transport, Efraïm Sneh, legde gisteren uit dat het oogmerk van dit soort aanvallen is toekomstige Palestijnse aanslagen te voorkomen. ,,Dit zijn mensen die zich ten doel hebben gesteld om Israël te vernietigen'', zei hij. Abdelal was volgens de Israëlische veiligheidsdiensten betrokken bij verscheidene bomaanslagen, waaronder een bij een liftplaats voor militairen in 1995 waarbij 22 doden vielen.

In een telefoongesprek met de Amerikaanse minster van Buitenlandse Zaken, Colin Powell, verdedigde premier Ariel Sharon gisteren zijn politiek tegen de Palestijnse ,,terreur''. Powells ministerie had zich eerder gedistantieerd van het Israëlische militaire optreden tegen de Palestijnse opstand. Volgens diplomatieke bronnen in Jeruzalem onderstreepte Sharon in het telefoongesprek zijn vastbeslotenheid om de strijd tegen het geweld voort te zetten. President Bush op zijn beurt drong er tijdens een persconferentie samen met de bezoekende Egyptische president Mubarak bij Israël en de Palestijnen op aan de wapens neer te leggen en te werken aan hervatting van hun vredesoverleg. Bush zei dat hij ,,actief betrokken'' blijft bij het Midden-Oosten. De Palestijnse minister van Informatie, Yasser Abed Rabbo, vroeg de Amerikaanse regering tegelijk ,,haar rol van leider en bemiddelaar'' in het Israëlisch-Palestijnse conflict te hervatten.