Irene denkt

Er zwemt een vreemde vis met een grote donkere vlek in de vijver. Op sterven na dood, lijkt het. Tijdens het moeizame zwemmen zien we telkens zijn witte buik.

Er zit iets aan hem vast, een boomblad misschien. Ik zal het eraf halen. Hij laat zich gedwee vangen. Irene van vier en haar iets oudere broertje Ernst staan naast mij in het netje te kijken. Wat zien we? Niet te geloven. Een van onze mooie windes omarmd, omklemd door een vetglanzende donkerbruine pad. Even zijn we stil van verbazing. Wat wil zo'n pad met een vis? Dat moet ik eens aan een bioloog vragen.

Ernst weet het meteen: ,,Ze vechten.'' Irene zegt: ,,Ik denk...'' Maar ze praat niet door. Ik kijk haar nieuwsgierig aan. ,,Ik denk...'' Maar ze zegt weer niet wat ze denkt. ,,Nou, wat denk je dan?'' ,,Ik denk..., ik denk... dat ze het koud hebben.''

    • Henk Raanhuis