Hebron, stad van haat, bloed en angst

Hebron en de aanpalende joodse nederzetting Kiryat Arba zijn het centrum geworden van extremistisch joods nationalisme. De angst groeit dat Hebron een explosie in het Midden-Oosten zal ontketenen.

De halacha, de joodse religieuze traditie, bepaalt al eeuwenlang dat doden zo snel mogelijk ter aarde moeten besteld, bij voorkeur nog de dag van het overlijden. Om politieke redenen hebben in de heksenketel van de Palestijnse stad Hebron, waar religieuze hartstochten joden en moslims in een oneindige bloedvete tot godsdienstwaanzin opzwepen, joodse kolonisten dit strenge voorschrift van de halacha geschonden. Zij wilden Shalhevet Pass, de tien maanden oude baby die vorige week door een Palestijnse scherpschutter werd doodgeschoten, pas begraven nadat het Israëlische leger de Palestijnse buurt Abu Sneineh zou hebben `heroverd'. Vanuit een huis in Abu Sneineh, op een heuvel boven de hernieuwde joodse wijk in Hebron, had de Palestijn zijn dodelijk schot gelost.

Vijf dagen heeft het op ijs bewaarde lijkje van de baby op haar begrafenis moeten wachten. In die tijd gruwelden veel Israëliërs van het fanatisme van de ouders van de baby. ,,Geen begrafenis als Abu Sneineh niet wordt heroverd zodat geen kind meer vanuit die buurt door Palestijnen wordt vermoord'', zeiden de ouders. Voor de kolonisten vervulden zij in de strijd om de bevrijding van Erets-Israël, het land van Israël, een heldenrol.

Na enkele dagen zwijgen kwam opperrabbijn Lau in opstand tegen deze fanatieke afwijking van de joodse godsdienst. In een vraaggesprek met radio Israël klonk zijn verontwaardiging door over het manipuleren van het lijkje voor politieke doeleinden. ,,Dat komt niet te pas'', zei hij. De opstelling van de opperrabbijn bracht uiteindelijk de ouders van de baby tot inkeer. Zondag had de begrafenis plaats. Maar bij het graf klonk de roep om wraak. Rabbijn Dov Lior uit Hebron riep de regering op om het bloed van Shalhelvet Pass te wreken. ,,Laat de regering voor eens en altijd de terreur uitroeien'' riep hij.

In 1929 werden tijdens ernstige onlusten in Hebron tientallen joden in de eeuwenoude joodse wijk in de stad der aartsvaderen door een Palestijnse meute vermoord. Joods Hebron hield op te bestaan. Na de oorlog in 1967, toen Hebron door het Israëlische leger werd veroverd, keerden de joden met steun van de Israëlische staat naar Hebron terug en werd een begin gemaakt met de herbouw van de joodse wijk in de oude stad. Daar wonen nu, in het hartje van de Palestijnse stad, zeventig joodse gezinnen en zo'n honderd studenten van een jesjiwah, een joods religieus opleidingsinstituut. Tot coëxistentie tussen joden en moslims bij de graven van de aartsvaderen is het bepaald niet gekomen. Hebron en de aanpalende joodse nederzetting Kiryat Arba zijn het centrum geworden van extremistisch joods nationalisme. Hebron is de stad waar rabbijn Moshe Levinger de verdrijving van de Arabieren predikt, het is de stad waar Baruch Goldstein in 1994 29 biddende moslims in de Ibrahim-moskee, boven de graven van de aartsvaderen, koelbloedig vermoordde.

Op geen plaats in het heilige land staan Israëlische joden en Palestijnse moslims elkaar om nationalistische en religieuze redenen zo naar het leven als in Hebron. De spanningen zijn zo hoog opgelopen dat hier een nieuwe explosie in het Midden-Oosten kan worden ontketend.

De kolonisten en hun in Hebron geboren kinderen zijn in de hogedrukpan van haat, bloed, bommen en angst paranoïde geworden. Niet alleen de Palestijnen maar ook Israëlische soldaten die de joodse wijk in Hebron dag en nacht bewaken, moeten de uitbarstingen van haat en verachting van de zijde van de kolonisten incasseren. Vlak bij een Israëlische militaire positie lieten kolonisten deze week gasflessen in een Palestijnse winkel de lucht ingaan. Zes militairen werden licht gewond.

Soldaten worden bespuugd en voor nazi's uitgemaakt als zij kolonisten proberen ervan proberen te weerhouden Palestijns bezit te verwoesten. De kolonisten kennen de erecode dat joodse soldaten niet te hardhandig tegen joden optreden. Als het leger de Palestijnen weer eens een uitgaansverbod heeft opgelegd, zoals na de dood van de baby, trekken kolonisten als vandalen door de Palestijnse markt. Palestijnse stalletjes worden bij zo'n pogrom omvergegooid, winkels en auto's in brand gestoken.

Kolonisten klimmen op daken van Palestijnse huizen, vernietigen de kwetsbare zonnecollectoren. Het zijn jongeren, kinderen vaak, die Palestijns bezit vandaliseren. Vrome meisjes in lange rokken uit de joodse wijk provoceren de soldaten tot het uiterste. Gillend proberen ze langs de soldaten de Palestijnse wijk te bereiken om mee te doen aan de verwoestingen. Wat kan een joodse soldaat doen tegen een hysterisch joods meisje? Als hij haar te stevig beetpakt vliegen oudere kolonisten op hem af. En zo draait in de gekte van Hebron de mallemolen van geweld.

Het is irrelevant wie dagelijks het geweld begint. Schieten de Palestijnen eerst? ,,Ja'' zeggen de kolonisten. Zij wassen hun handen in onschuld. Politici van de linkse Burgerrechtenpartij schuiven de kolonisten een grote portie verantwoordelijkheid in de schoenen voor de explosieve toestand in Hebron, waar gewapende kolonisten en Israëlische militairen oog in oog staan met gewapende Palestijnen.

De linkse oppositie eist onmiddellijke ontruiming van deze hete ontmoetingsplaats tussen de meest fanatieke stromingen in het jodendom en in de islam. ,,Dat moet gebeuren voordat er een ramp gebeurt'', zei Ran Cohen, een reserve-kolonel van de Burgerrechtenpartij deze week. Vandaag roept de krant Ha'aretz in een hoofdartikel premier Ariel Sharon op de kolonisten uit Hebron te halen om een enorme ontploffing te voorkomen. Sharon heeft zich echter in de verkiezingscampagne en daarna vastgelegd op het standpunt dat er onder zijn bewind geen enkele nederzetting zal worden ontruimd. Evenals zijn voorgangers Rabin, Peres, Netanyahu en Barak, laat hij zich gijzelen door een handvol fanatiekelingen in Hebron.

    • Salomon Bouman