Halveer straf klikkende criminelen

De PvdA en CDA-fracties in de Kamer willen de straffen van criminelen die een belastende verklaring tegen een verdachte afleggen, halveren. Minister Korthals (Justitie) stelt een derde deel strafvermindering voor.

Korthals (VVD) ziet geen reden om de grens op te rekken: ,,Het is niet de bedoeling de regeling voor ruimere toepassing geschikt te maken.'' Hij zei dit gisteren tijdens een debat met de Kamer over wijzigingen van het Wetboek van strafrecht en het Wetboek van strafvordering waarin `de verklaringen in ruil voor een toezegging van het openbaar ministerie' worden geregeld.

Woordvoerder Van Oven (PvdA) toonde zich gematigd voorstander van de wetswijzigingen omdat justitie ,,in elk geval in heel bijzondere gevallen niet zonder dit instrument kan''. Daar staat naar zijn mening tegenover dat er duidelijke nadelen aan de wet vastzitten, omdat er ,,risico's voor de rechtspleging, met name op het gebied van waarheidsvinding, de gelijkheid van behandeling en de integriteit van de rechtspleging'' aan verbonden zijn.

De PvdA vreest dat criminelen niet bereid zullen zijn om voor `slechts' een derde minder straf als verklikker op te treden. Van Oven: ,,De beperking tot een derde bedreigt ons inziens de bruikbaarheid.'' CDA-woordvoerder Van de Camp deelt die mening.

Het wetsvoorstel waarin de toezeggingen aan getuigen wordt geregeld is al verscheidene malen aan de orde geweest in de Tweede Kamer. Een eerste poging tot wijziging mislukte, een tweede voorstel oogstte harde kritiek van de Raad van State.

Vorig jaar maart werd het debat afgebroken en `geschorst'. De Kamer wilde strakkere regels, maar dat was vooral ingegeven door het proces tegen Mink K. die iets zou zijn overeengekomen met het Amsterdamse parket.

Uit twee ronden van schriftelijke vragen is nu een nauwkeuriger beschrijving van voorwaarden door Korthals naar voren gekomen. Een van de criteria is bijvoorbeeld dat de informatie werkelijk waardevol moet zijn, wil de getuige in aanmerking komen voor de strafvermindering. Het is voorts aan de rechter en niet aan het OM zelf om te beslissen of de lagere straf ook daadwerkelijk wordt opgelegd. Alle overeenkomsten of voorbereidende gesprekken daarover moeten in een proces-verbaal worden vastgelegd. PvdA-woordvoerder van Oven kwam nog in het geweer tegen de bevoegdheid van de rechter om de strafvermindering niet toe te passen, omdat hij meende dat de regeling daardoor te veel aan kracht in zal boeten. Volgende week debatteert de Kamer verder over de wetswijzigingen.