Groter aantal afwijkingen bij baby's

Vergeleken met het buitenland kent Nederland veel vroeggeboorten en baby's met een laag geboortegewicht en aangeboren afwijkingen.

Dit schrijft minister Borst (Volksgezondheid) de Tweede Kamer. Als oorzaken hiervan noemt Borst een relatief groot aandeel van allochtonen in het aantal geboorten, de stijgende leeftijd waarop vrouwen hun eerste kind krijgen, de ruime toepassing van reageerbuisbevruchting en het internationaal bezien grote aantal vrouwen dat ook tijdens de zwangerschap rookt. Door deze ontwikkelingen stagneert ook de daling van de kindersterfte in de periode tussen de 24ste week van de zwangerschap en de tweede week na de bevalling.

Borst schrijft actiever te gaan proberen vrouwen een `gezondere leefstijl' aan te meten. Zo wil ze onder meer het roken ontmoedigen en vrouwen bewegen op jongere leeftijd aan kinderen te beginnen.

De brief van Borst is een reactie op een aantal internationale onderzoeken. Daarin werd geconcludeerd dat Nederland in Europa op het punt van de vroege kindersterfte van de top is afgezakt naar de `middengroep'. Volgens Borst hebben andere landen in de afgelopen jaren hun achterstand snel ingehaald. In 1999 werd bijna één procent van de kinderen dood geboren of stierf in de eerste week na de bevalling. Borst baseert zich op een analyse die zij het RIVM (Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieuhygiëne) liet uitvoeren van rapporten van de wereldgezondheidsorganisatie en de OESO. Volgens het RIVM zijn deze rapporten overigens van beperkte waarde omdat soms is volstaan met globale schattingen.

De minister laat ook onderzoek doen naar de haalbaarheid van bevolkingsonderzoek naar prostaatkanker en darmkanker. Deze zijn er samen met borstkanker, longkanker en aandoeningen van de luchtwegen de oorzaak van dat de gemiddelde levensverwachting, anders dan in een aantal omringende landen, nauwelijks meer stijgt. Borst wil bovendien laten nagaan hoe levensstijl het ontstaan van borst-, prostaat- en darmkanker positief beïnvloedt, om op basis daarvan een preventieprogramma te kunnen beginnen.