Drievoudige roem bij LSO: óók nog Boulez en Bartoli

Tweehonderdvijftig gulden kostten gisteravond bij het Amsterdamse Concertgebouw de losse kaartjes voor het concert van het London Symphony Orchestra in de serie `Wereldberoemde symfonieorkesten'. Maar daarvoor kreeg men nog twee keer extra `wereldberoemd': dirigent Pierre Boulez en de mezzo-sopraan Cecilia Bartoli, sinds enkele jaren de lieveling van het Amsterdamse publiek.

Voor een volstrekt authentieke uitvoering van Ravels balletmuziek Daphnis et Chloé was die prijs echter nog onvoldoende: het koor dat woensdag en donderdag dezelfde concerten in Londen opluistert, reisde niet mee naar Amsterdam. Pierre Boulez liet echter weten dat balletimpresario Serge Diaghilev van Ravel toestemming had het werk ook zonder koor uit te voeren, dus was deze uitgeklede uitvoering door de componist toch geautoriseerd.

Boulez toonde zich met een licht ordinair-lawaaiige ouverture Béatrice et Bénédict niet te chic om belangstelling te wekken voor de complete uitvoeringen van Berlioz' komische opera bij de Nederlandse Opera volgende maand. Daarna kreeg Amsterdam op deze zomerse lenteavond de wereldprimeur van de samenwerking tussen de koele Franse dirigent en de warmbloedige Italiaanse diva in Berlioz' liederencyclus Les nuits d'été. Het veelal langademige contemplatieve werk is geen repertoire dat de extraverte Bartoli van nature ligt, een mezzo als Susan Graham is daarin meer geverseerd. Maar juist in de eigen wijze waarop zulke problemen worden opgelost is de ster Bartoli op haar interessantst, al verdrong dat de aandacht voor Boulez' begeleiding.

Villanelle was een opgewonden en snelle opening in lichte en luchtige Rossini-stijl. In Le spectre de la rose was Bartoli's vibratorijke stem niet strak genoeg, maar haar pianissimo-passages mochten er zijn en zorgden voor vervoerende momenten, magisch zelfs aan het eind, zoals alle slotpassages hoogst bijzonder waren. Het tragische Sur les lagunes klonk met haar lage donkere stem en ingehouden dramatiek intens droevig.

In het languissante Absence kreeg Bartoli echt de geest en steeg ze met haar onwaarschijnlijk lichte, langzame en etherische zingen – opeens stralend en strak! – op in buitenaardse sferen – het hoogtepunt van de avond. Na een vlinderend Au cimetière was Bartoli in L'île inconnue weer terug bij haar vertrouwde Rossini-stijl. De toegift was Berlioz' Zaïde, ondanks haar vaardig klepperende castagnetten net niet spectaculair genoeg voor een herhaling van de extreme bijval die haar eerder in Amsterdam ten deel viel.

In Ravels Daphnis et Chloé kon de aandacht gaan naar het `wereldberoemde' orkest en de dito dirigent. Hij is 76 inmiddels, is weer geheel gezond en oogt slechts van middelbare leeftijd. Het London Symphony Orchestra dat hij met regelmaat dirigeert, speelt voor hem op zijn allerbest en is in zulk repertoire verre superieur aan elk Frans orkest. Het resultaat was in deze Franse voorloper van Strawinsky's Le sacre du printemps dan ook voorspelbaar: een volledige exploratie van Ravels verbazingwekkende waaier aan klankkleuren met een ritmisch energiek slot, driftig, onstuimig en woest. Boulez epateerde: zijn Ravel is lucide en zwoel, fris tintelend en sprankelend, weelderig en elegant, delicaat en magnifiek, geraffineerd en geacheveerd.

Op 1 december is Boulez weer terug in Amsterdam, waar hij in de Matinee op de Vrije Zaterdag onder meer de Nederlandse première leidt van de nieuwe versie van zijn Derive 2.

Concert: London Symphony Orchestra o.l.v. Pierre Boulez m.m.v. Cecilia Bartoli, mezzo-sopraan. Gehoord: 2/4 Concertgebouw Amsterdam.