Compacte Archis met scheurlijntjes

De doorstart van het architectuurtijdschrift Archis is gelukt. Weliswaar verscheen het nu tweemaandelijkse tijdschrift in het jaar 2001 voor het eerst pas in de derde maand, maar daar staat tegenover dat het met zijn bijna 120 pagina's de omvang van een klein boek heeft.

Vorig jaar werd Archis, een tijdschrift met wortels in de jaren twintig van de twintigste eeuw, ernstig bedreigd in zijn bestaan. Voor uitgever Elsevier was het rendement van het blad niet hoog genoeg en het Nederlands Architectuurinstituut (NAi), dat voor het tijdschrift een subsidie van 345.000 gulden kreeg, zag er vreemd genoeg ook niets meer in. Maar hoofdredacteur Ole Bouman wist, met medeneming van de subsidie, een nieuwe uitgever te vinden, de stichting Artimo in Amsterdam.

Nog voor de redding beloofde Bouman dat een herrezen Archis compacter zou worden en dat het blad niet langer tweetalig zou zijn, maar afzonderlijke Nederlandse en Engelse versies zou krijgen. Ook zou de vormgeving van het tijdschrift veranderen. Zeker wat dit laatste betreft heeft Bouman woord gehouden. Het omslag is, slechts getooid met 5 kleurbanen en een gele driehoek, schrikaanjagend saai. Binnenin is het nieuwe Archis onderverdeeld in vijf afdelingen: onderzoek, innovatie, politiek, besprekingen en `dossier'.

Elk deel begint met een pagina die eruit ziet als een dossiermapje waarin alle artikelen zijn opgeborgen. Wie wil, zou de artikelen ook echt kunnen opbergen in een mapje, want alle bladen hebben een scheurlijn gekregen. De uit te scheuren pagina's hebben allemaal ruimte voor aantekeningen achter hoofdjes als `Inspireert tot' en `Ziet over het hoofd'

Echt compacter is de nieuwe Archis niet geworden. Weliswaar zijn de nieuwsrubriek en de tentoonstellingsagenda verdwenen – die hebben ook niet veel zin bij een tweemaandelijkse verschijning – maar in verschillende afdelingen staan artikelen die er beter niet hadden kunnen worden opgenomen. Vooral het eerste deel, `onderzoek', lijdt hieronder. Dit begint met een artikel van Brett Steele over het op zichzelf interessante onderwerp `branding' dat zozeer wordt ontsierd door kreupel jargon, dat het praktisch onleesbaar is. ,,Reclame is het meest perfecte ononderbroken oppervlak ter wereld. Starbucks is de ultieme Miesiaanse ruimte'', zo luidt het desastreuze begin van Steele's artikel.

Zulke mislukkingen zijn het gevolg van de ambities van Archis. Het tijdschrift `voor architectuur, stad en beeldcultuur' wil architectuur van alle mogelijke kanten benaderen. Naast een beperkt aantal besprekingen van gebouwen en boeken, bevat de nieuwe Archis bijdragen over de Vinex-mens, de vijfde nota ruimtelijke ordening, de welstand, het debat over het nieuwe Rijksmuseum en de Zeitgeist. Wie na het lezen van Steele's modderproza de nieuwe Archis voor gezien houdt, doet zichzelf tekort en mist bijvoorbeeld Kees Christiaanse's al dan niet gefingeerde Jiskefet-achtige gesprek tussen een aantal betrokkenen bij een stadsontwerp, onder wie drie projectontwikkelaars.

Zo blijken de scheurlijntjes van de pagina's bij nader inzien van buitengewoon nut. Ze maken het mogelijk om met groot gemak alle onleesbare artikelen er resoluut en zonder schade aan het tijdschrift uit te scheuren. Wat resteert is een compacte Archis, precies zoals Bouman vorig jaar beloofde.

Archis. Onafhankelijk tijdschrift voor architectuur, stad en beeldcultuur. Uitg. Stichting Artimo,

120 blz. Prijs ƒ32,50

    • Bernard Hulsman