Van Agt

Dat had Dries in Buitenhof toch weer even flink gezegd, nietwaar, mijn beste? Dat er over Zorreguieta in Nederland `een schijndiscussie' is ontstaan, dat die arme drommel nu moet wegblijven omdat er anders gedonder van komt, dat niemand zich druk maakt als Kok de leider van China ontvangt enzovoort.

Maar was de houding van zijn kabinet vanaf 1977 ook niet slapjes geweest, vroeg de interviewer hem. Parbleu, reageerde Van Agt verongelijkt, wie had zich destijds in Nederland dan wél zo druk gemaakt om Argentinië, `behalve Freek de Jonge en nog anderhalve man en een paardenkop'?

Dat een regering een eigen verantwoordelijkheid heeft, en geacht wordt over meer informatie en invloed te beschikken dan die anderhalve man en een paardenkop, dat leek nog steeds niet tot de ex-premier doorgedrongen.

Van Agt maakte niet de indruk het recente rapport van prof.dr. Michiel Baud, Militair geweld, burgerlijke verantwoordelijkheid, grondig gelezen te hebben. Baud schreef het in opdracht van het ministerie van Algemene Zaken. Het rapport had tot doel om tot een oordeel te komen over het Argentijnse militaire bestuur van 1976 tot 1983 en de rol van Zorreguieta daarin.

Baud geeft een aantal onthutsende feiten over de rol van de Nederlandse overheid en het bedrijfsleven. Terwijl er volop handel werd gedreven met Argentinië, sloot men zoveel mogelijk de ogen voor de gruwelen in dat land. Baud: ,,De regering koos voor wat ook wel `quiet diplomacy' werd genoemd. Zo weigerde minister van Buitenlandse Zaken Van der Klaauw in april 1979 te protesteren bij de Argentijnse regering toen 27 vakbondsleiders ontvoerd werden. Tweede-Kamerleden Relus ter Beek en Harry van den Bergh, beiden van de PvdA, hadden daar bij de minister op aangedrongen. Van der Klaauw stelde echter dat in Argentinië protestacties verboden waren en dat de arrestaties daarom rechtsbevoegdheid hadden.''

Die `quiet diplomacy' bleek vooral te bestaan uit het genoegen nemen met de smoezen van de junta. Baud constateert dat de Nederlandse regering juist wantrouwend stond tegenover de mensenrechtenorganisaties die over de gruweldaden rapporteerden. In 1979 werd in Argentinië een wetsvoorstel ingediend dat tot doel had de verdwenen mensen dood te verklaren. Op die manier wilde men een einde maken aan het zoeken naar vermisten. De Nederlandse regering liet zich snel geruststellen door een Argentijnse minister. Baud: ,,Ook premier Van Agt liet weten dat de bedoelingen van de Argentijnse regering goed waren. Hij benadrukte dat de autoriteiten hadden laten weten dat ze met de bekritiseerde wet niet de bedoeling hadden mensen dood te verklaren die nog in leven waren. Van Agt geloofde dat de Argentijnse regering bereid was om mee te werken aan het verschaffen van opheldering over het lot van de vermisten.''

Regeren is laveren, het zij zo, maar het zou een politicus 25 jaar na dato tot enige terughoudendheid kunnen manen – dezelfde terughoudendheid waar hij toen zo goed in was.

    • Frits Abrahams