Stad en land

Terug bestaat niet, dat is wel jammer. Terug naar de tijd toen de wereld nog overzichtelijk was, toen de Nederlanders het vlees van hun eigen oude koeien nog sudderden tot het een beetje te eten was, in plaats van de entrecôte, nog op z'n poten, van overzee te halen. Toen Europa nog een woord was dat je bij aardrijkskunde leerde, en kip eten iets voor hoogtijdagen. Toen in de stad nog geen affiches hingen met uitvergrote geslachtsdelen er op – en op het land niemand rondliep die er niet hoorde.

Maar terug bestaat niet.

Koe, schaap en varken zijn in zoetig roze, geel en blauw een vertrouwd vignet geworden op het televisiejournaal. De ellende in de veehouderij is te danken aan een cultuurhistorische omwenteling: de versmelting van stad en land. Altijd zijn het werelden apart geweest, en in de laatste twintig jaar zijn zij hopeloos verknoopt geraakt.

Nu mogen stadslui even niet meer wandelen op de keurig gemarkeerde voetpaden die het land doorkruisen van Loppersum tot Valkenburg; de Veluwe is afgesloten met tachtig kilometer prikkeldraad. Tweehonderd jaar geleden zou geen stedeling erover gepeinsd hebben om zich zo ver buiten de bewoonde wereld te wagen. Ach ja, behalve dan een enkele avontuurlijke patriciërszoon, maar dat was zo bijzonder dat er later een heel boek aan is gewijd.

Toen waren het niet de agrarische gebieden die op slot gingen, nee, elke avond na zonsondergang gingen de stadspoorten dicht. Een kwartier voor het zover was werd een klok geluid: denk erom, binnen of buiten, zoek je plaats op. Pas in 1814 werd die regeling afgeschaft.

Heel geleidelijk begon het daarna een beetje door elkaar te lopen. De steden groeiden, want daar was werk; maar hand in hand met die groei (oorzaken en gevolgen komen in de geschiedenis nooit na elkaar, alles gebeurt altijd tegelijk) wilden mensen juist naar buiten, om te wandelen, te wonen.

Niets tekent de kloof tussen stad en land in het verleden meer dan de vijandigheid die toen aan het licht trad. Eeuwenlang waren plattelanders afgeschilderd als boerenkinkels en struikrovers die je 's nachts beter buiten de deur kon houden. Nu de stedelingen naar buiten trokken, waren zij evenmin erg welkom. De eerste fietsers werden regelmatig gemolesteerd door geërgerde dorpelingen, met stenen bekogeld of uitgejouwd. De annalen van de ANWB melden dat wegwijzers door de plaatselijke bevolking werden omgegooid of opgestookt: wie ze nodig had, die hoorde hier niet thuis, was de redenering.

Het is heel lang zo gebleven, misschien niet de vijandigheid, maar wel de afstand. Plattelanders en stedelingen aten en dronken verschillend, praatten verschillend, dachten verschillend. Ze gingen naar elkaar kijken, elk binnen hun mogelijkheden: de boeren een dagje in de stad, de stedelingen 's zomers op het land. Want de boeren waren armer, dat wel. Daar stond tegenover dat zij een rustiger leven hadden dan de gejaagde stedeling. Een echter leven, te midden van hun dieren, waarvan de slager er zo nu en dan eentje opkocht.

We hebben even niet opgelet. Van de paar overgebleven verschillen tussen stad en land heeft het stadse kapitalisme zich niets aangetrokken. Het heeft nu overal de macht. We hadden moeten merken dat er iets raars gaande was, op z'n laatst toen – vorig jaar? eerverleden jaar? – landbouwdeskundigen begonnen te praten over varkensflats. Varkensflats!

Of er veel zal veranderen door de beschamende taferelen van deze tijd is twijfelachtig. Toen een jonge Duitse ministeres vorige maand bewogen riep dat het roer om moest in de Duitse landbouw, glimlachte haar Nederlandse collega schijnheilig dat hij dat zelf al een hele tijd vond. Hij wist wel dat het zo'n vaart niet zou lopen.

Burgers merken altijd alles te laat, bijna zo laat als de koeien. Wie wil dat het anders gaat moet zich ermee bemoeien, en niet zo'n klein beetje ook. Dat is vervelend, frustrerend, tijdrovend – voor je het weet ben je een politicus, moet je met andere politici praten, en nog is het niet zeker of het wat uithaalt. De meeste mensen doen liever iets leukers. Heel begrijpelijk, maar ook jammer.

    • Ileen Montijn