Pritzkerprijs voor Herzog/Meuron

De Pritzker Architectuurprijs is dit jaar toegekend aan de Zwitsers Jacques Herzog en Pierre de Meuron. Tot vorig jaar genoten Herzog en De Meuron alleen in beperkte kring bekendheid, maar met hun `cathedral of cool', de verbouwing van een voormalige elektriciteitscentrale tot de Tate Modern Gallery in Londen, beleefden ze hun doorbraak.

Eerder bouwden de twee Zwitsers, wier bureau in Bazel inmiddels 150 mensen telt, onder meer een seinhuis in Bazel en een wijnmakerij in Napa Valley in de Verenigde Staten. Hun werk wordt wel gerekend tot het minimalisme.

De Pritzkerprijs ter waarde van 100.000 dollar werd in 1979 ingesteld door de Hyatt Foundation en wordt wel eens de `Nobelprijs' voor de architectuur genoemd. De prijs wordt op 7 mei uitgereikt in Monticello, het huis van Thomas Jefferson in Charlotteville (VS).

,,Herzog en De Meuron zijn in staat om van gewone vormen, materialen en voorwaarden iets buitengewoons te maken'', zo motiveerde een van de juryleden van de prijs de toekenning.

Eerdere prijswinnaars van de Pritzker architectuurprijs zijn Philip Johnson, Aldo Rossi, Richard Meier en Oscar Niemeyer. Vorig jaar kreeg de Nederlander Rem Koolhaas de prijs.