Oranje boven

Voetbal is meer dan sport alleen en zelfs veel meer dan oorlog. Want niet alle gewapende conflicten kunnen een volk eensgezind om zijn eigenheid verenigen. Oorlogen kunnen juist verdeeldheid zaaien, denk aan de koloniale oorlog in Indonesië of de interventie in Kosovo. Daarentegen zorgt een optreden van het nationale elftal in een cruciaal duel bijna altijd voor eensgezindheid. In Nederland meer dan elders omdat het beleven van de nationale identiteit hier snel verdacht is en vaak als een ongepaste en ongewenste uiting van nationalisme wordt beschouwd. Op twee uitzonderingen na. Rond het voetbal en het koninklijk huis zijn vrije plekken ingericht waarin sentimenten van nationale trots uitbundig mogen worden geuit. Voetbal en monarchie zijn de geautoriseerde afwerkplekken voor chauvinistische zelfbevrediging. En zoals bekend: van zelfbevrediging word je blind. Soms werken bal en kroon als twee communicerende vaten. Bij voetbal tooit de supporter zich niet met de nationale driekleur, maar met de tint die het koninklijke huis symboliseert. Het vaderlandse elftal heet dan Oranje en soms draagt de fan een opblaasbare kroon op zijn hoofd.

Is het toeval dat zowel de wedstrijd tegen Portugal woensdag als de verlovingsaankondiging van Alex en Max vrijdag bijna evenveel tv-kijkers trokken? Is het verbazingwekkend dat binnenkort duizenden supporters met Máxima-kapsels van gele stro eensgezind op tribunes hossen en brallen? Hoewel ik veel verzet tegen mijn stelling verwacht, ben ik ervan overtuigd dat de orgastische vloed die vrijdag over het land heeft gestroomd niet deze intensiteit had bereikt als Nederland woensdag van Portugal had gewonnen. De gelijkspel-nederlaag van Oranje heeft bij veel burgers tal van zekerheden aangetast. Een voorsprong van 2-0 zo knullig weggeven duidt op een gebrek aan mentale standvastigheid en is dus een slechte zaak voor het nationale zelfbeeld. Bovendien was het uitgerekend aanvoerder Frank de Boer, zeg maar de Prins van Oranje, die door de domste actie uit de voetbalgeschiedenis twaalf seconden voor tijd zijn ploeg nekte. Niemand durfde het beestje bij zijn naam te noemen. Niemand die het waagde om de debiele actie van De Boer als die van een volstrekte imbeciel te brandmerken. Een parallel is snel getrokken: heel anders ging het er aan toe twee dagen later in Den Haag. Máxima nam geen blad voor de mond als het ging om de penalty die haar eigen prins onlangs veroorzaakte door aan een brief van dictator Videla te refereren: `Dat was dom!' Deze verbale directheid moet na de kater van Porto de Oranjesupporter zuurstof hebben verschaft.

Maar er is meer. Terwijl het Oranjevolk na Porto in zak en as zat, kwam de verlossing via een onaangekondigde thuiswedstrijd. De reserveploeg van Oranje verscheen in Den Haag in een optimale opstelling achter de microfoons. Beatrix wat krampachtig (slechte warming-up) gaf een eerste voorzet. Máxima nam het Nederlandse woord in de mond en kopte resoluut in: 1-0, extase alom. Op de linkervleugel verscheen Kok met de mededeling dat vader Jorge van achteren was getackeld: 2-0. Opnieuw Máxima in de kleine ruimte om dribbelend afstand van papa en oompje Videla te nemen: 3-0. Het volk dat niet zo dom is als zijn prinsen, trok zijn freudiaanse conclusies: het affront van de verloren finale uit 1978 was gewroken. Argentinië vernederd. Zorreguieta met een doodschop geruimd. En Max, de leukste spits van de pampa, gekocht en overgelopen. Deze afgedwongen transfer kostte Oranje geen bergen guldens, maar een kroon. De herinnering aan Portugal werd met Oranjebitter weggespoeld, het volk vierde opgewonden zijn larmoyante overwinning en de persen draaiden hun kleurenbijlagen. Ik geloof niet in gearrangeerde wedstrijden die alleen bedoeld zijn illusies te verschaffen, het eigen comfort te vergroten en het geweten te sussen. De Oranjesupporter is een schijnheilige chauvinist die vroeg of laat zichzelf tegenkomt.

    • Sylvain Ephimenco