Lulu als een banale mannenfantasie

Bij eerste kennismaking oogt ze als een onrijp schoolmeisje. Dat achter dit wicht met haar staartjes en kniekousen een femme fatale schuilgaat die op mannen een ontwrichtende uitwerking heeft, lijkt onbestaanbaar. Binnen de kortste keren echter valt haar eerste slachtoffer, waarna de volgende kandidaat al klaar staat om zijn plaats in te nemen.

Met Lulu, hoofdpersonage van zijn gelijknamige tragedie, schiep Frank Wedekind begin vorige eeuw een vrouw wier magische aantrekkingskracht sindsdien haast spreekwoordelijk is. Waar zij verschijnt slaat de vlam in de pan. Ze is een weergaloze mannenverleidster, maar ze is zich dat niet bewust. Ze volgt haar natuur, meer niet. Haar normloosheid maakt haar ongrijpbaar. Het raadsel van Lulu ligt in Theu Boermans' enscenering van het stuk bij De theatercompagnie besloten in de eerste indruk die we van haar krijgen: Lulu, het naïeve jonge ding dat, zonder er op uit te zijn, de mannen om haar heen verslindt.

De twee delen waaruit het stuk bestaat, Aardgeest en De doos van Pandora, zijn door Boermans bewerkt tot een vier uur durende voorstelling in vijf episoden die, telkens aangekondigd met een veelzeggende titel, Lulu's Werdegang vertellen. Het is een weg die loopt van Lulu de maagd tot Lulu de heilige. Maagd, moeder, hoer – moeiteloos neemt ze steeds een andere identiteit aan. Als eigen persoonlijkheid bestaat ze in feite niet, ze is een mannenfantasie en zo brengt Boermans zijn voorstelling ook. Deze Lulu is gezien vanuit het perspectief van Schigolch, een oude in lompen gehulde pooier die beweert dat hij haar vader is.

Als de voorstelling begint staat hij op het dak van een gebouw en speelt, als een fiddler on the roof, een droefgeestig wijsje op zijn mondharmonica. Via het dakraam slaat hij Lulu gade die in de uit grijze steen opgetrokken ruimte beneden reuze eigentijds poseert voor een computerkunstenaar. Afgezien van de scènes waarin hij zelf zijn opwachting maakt, verschijnt Schigolch bijna de hele voorstelling door als een sombere schaduw langs de zijlijn en wij volgen zijn blik. Het is een handige manier om meestervertolker Jan Decleir extra in de schijnwerpers te zetten. Tegelijk maakt het Lulu's rol passiever, al is ze lijfelijk nog zo aanwezig in de gedaante van Halina Reijn.

Reijn is een aantrekkelijke Lulu die zelfbewust maar ook argeloos uit de schaarse kleren en vleeskleurige pakjes stapt. Ze is als een hond met vele baasjes tegen wie ze allemaal opspringt. Haar inzet is groot, maar haar personage blijft in ieder geval voor de pauze nogal vlak. Dat geldt overigens ook voor de andere personages. Het lijkt of er in de eerste drie bedrijven een zware deken over de voorstelling ligt die alles en iedereen smoort. Het is een matte vertoning, in een keurig realistische stijl geacteerd die elke verrassing uitsluit. Al die mannen die om Lulu heenzwermen tot ze uiteindelijk dood neervallen – wat zijn ze eigenlijk vervelend en banaal.

De bedrijven na de pauze bieden meer spanning en vertier, al is het maar vanwege het water onder de schuin oplopende speelvloer waarin de spelers op den duur onvermijdelijk kopje onder gaan. Zo ook Lulu. Het weesmeisje dat op haar twaalfde door de krantenmagnaat Dr. Schön (Dries Smits) uit de goot is geraapt, verkeert nu tussen de internationale (Engels sprekende) jet set waar naar hartelust wordt gegokt, gesnoven en gehandeld in aandelen. Lulu kan zich moeilijk staande houden sinds de dood van haar beschermheer Schön en ze wordt gedwongen zich te prostitueren.

Dan gaat het snel bergafwaarts met haar en ze eindigt met de wanhopig verliefde lesbische gravin von Geschwitz (een mooie rol van Myranda Jongeling) aan haar zijde in het riool. Het is een grimmig einde, ondanks een aantal komische scènes. Het hellende speelvlak is verdwenen, de acteurs waden kniediep door een waterbassin. In dit spaarzaam verlichte, lekkende hol ontvangt Lulu haar klanten onder wie haar moordenaar, Jack the Ripper. Haar dood is een schok – de opwinding die zo lang is uitgebleven, doet zich in dit slotdeel alsnog voelen. Halina Reijns Lulu laat tenslotte toch niet onberoerd.

Voorstelling: Lulu naar De doos van Pandora van Frank Wedekind door De theatercompagnie. Regie en bewerking: Theu Boermans; decor: Bernhard Hammer; spel: Halina Reijn, Jan Decleir, Dries Smits, e.a. Gezien: 31/3 Compagnietheater Amsterdam. Aldaar t/m 26/5. Inl. (020) 5205320/ www.theatercompagnie.nl