Krijgsmacht mag geen sluitstuk zijn

De bevelhebber der Landstrijdkrachten, luitenant-generaal Maarten Schouten heeft bij zijn naderend vertrek de personeelsproblemen nog eens uitdrukkelijk aan de orde gesteld. Dat is juist, want hier ligt het grootste probleem van de krijgsmacht. Schouten wendde zich ook tot het personeel. Jullie moeten zelf ook reclame maken en laten zien dat je een interessante baan hebt, ik kan dat niet alleen met wervingsspotjes, zo liet hij weten.

Het hoofdartikel van deze krant (29 maart) reageerde op de noodkreet van de bevelhebber wel erg kort door de bocht: ,,Als de door Schouten aanbevolen aanpak evenmin zoden aan de dijk zet, rest slechts bijstelling van de ambities''. Schouten kwam natuurlijk niet met een totale oplossing. Slechts en passant vroeg hij ook het personeel actief te gaan werven. Hij wendde zich tot de politiek, die moet het probleem aanpakken. Het gaat om een nationaal belang dat opgelost kan worden mits het de politieke prioriteit krijgt.

Gelijk maar bijstellen van het ambitieniveau is het slechtste wat we kunnen doen. De wereld past zich toch niet aan Nederland aan? Of moet Nederland tot de bondgenoten zeggen dat het een paar filialen sluit, maar dat zij zich vooral moeten blijven inspannen, omdat we niet zitten te wachten op instabiele situaties in Europa en op en grote vluchtelingenstromen. Veiligheidsbeleid is toch niet vrijblijvend? Juist nu met een nieuwe Amerikaanse regering een sterkere Europese presentatie noodzakelijk is en ook de Europese Unie een eigen defensierol op zich wil nemen, moeten we onze inspanning niet verminderen.

Nut en noodzaak van de krijgsmacht onderzoeken is overbodig, maar wel moet de vraag worden gesteld of onze krijgsmacht wel optimaal is afgestemd op de internationale veiligheidssituatie. Er is de afgelopen jaren veel ervaring opgedaan met nieuwe taken en nieuwe veiligheidsrisico's in de wereld. Eerder deze maand werd duidelijk dat het investeringspercentages voor de krijgsmacht, met 14.3 procent, veel te laag is en sterk achterblijft bij dat van andere NAVO-landen. Nu komt daar dus het personeelsprobleem bij, dat niet nieuw is, maar nooit zo indringend is gepresenteerd. Het vergt revolutionaire maatregelen, maar vooral ook geld. Andere landen zoals Engeland en de VS gingen ons daarin voor.

Een beetje bijspijkeren aan het bestaande defensiebeleid kan niet meer, een meer fundamentele benadering is nodig. De krijgsmacht heeft behoefte aan continuïteit en zekerheid. Niet voor wat betreft haar inzetgebieden en de aard van de operaties, daarin zal zij zeer flexibel moeten zijn. Wel voor wat betreft haar budget, anders kan geen goede planning plaatsvinden. Ook moet de personeelsomvang vastliggen, want niemand zoekt een baan bij een bedrijf waarbij hij een risico van overbodigheid loopt.

Nu zoveel militairen voor risicovolle missies zijn uitgezonden en anderen zich daarop voorbereiden, nu we omgeven zijn door zoveel gevaren en onzekerheden, mag de krijgsmacht geen sluitstuk worden van onderhandelingen na de verkiezingen.

J. Schaberg is generaal-majoor b.d. van de Landmacht.