Eenzaam in Delhi

Het is niet raadzaam om in een midlifecrisis te raken als je in Delhi woont. Als je de veertig passeert en afwisselend gevoelens hebt van melancholie en grootheidswaan, puberale drift en afmatting, zelfverzekerdheid en vertwijfeling; als je merkt dat je steeds meer drinkt en steeds meer denkt aan seks; als je je afvraagt of het allemaal zin heeft gehad, de carrière, het huis, de auto, het huwelijk, de scheiding; als je dreigt religieus te worden of pervers; als je ineens je vader en je moeder en je eerste liefde mist – ga dan weg uit Delhi. Vlucht uit India. De overgang van jong en vitaal naar eenzaam en verlaten is dodelijk, in deze contreien.

Vooral omdat je hier niet eenzaam en verlaten kúnt zijn. Een man heeft hier geen kamer voor zichzelf, vertelt Khushwant Singh in zijn roman `The Company of Women'. Het boek is slecht ontvangen. Men vond het onvolwassen en obsceen. Literair beneden de maat, vooral de maat die Khushwant Singh zelf heeft gesteld. Hij is een van de best gelezen en meest gerespecteerde auteurs van India, die deze roman voltooide op vijfentachtigjarige leeftijd. Hij is behalve romancier ook columnist en recensent, hij was een tijd lang lid van het parlement en ontving de hoogste nationale onderscheiding voor zijn werk in 1974. Hoe kan zo'n eerbiedwaardig man komen met een verhaal over een vent van middelbare leeftijd die alleen nog maar wil zuipen en neuken en daar tenslotte aan ten onder gaat?

Laat ik er meteen bij vertellen dat ik het ook niet zo'n goede roman vind. De hoofdfiguur Mohan Kumar ziet eruit als Hercules, hij is groot en gespierd en hij heeft een enorm geslachtsorgaan. En je kunt veel zeggen van Indiërs van middelbare leeftijd, maar niet dat ze groot en gespierd zijn. De vrouwen waar Mohan Kumar naar bed mee gaat hebben allemaal een smalle taille en volle borsten met grote tepels. En je kunt veel zeggen van Indiase vrouwen, maar dat van die smalle taille wens ik te betwijfelen. Het boek zit boordevol cliche's; ze komen altijd gelijktijdig klaar, de vrouwen raken hopeloos verliefd op de held en tegen het eind van elke relatie wordt stevig gehuild. Bovendien zijn de passages over seks zo slecht geschreven, dat je het gevoel krijgt dat de leeftijd de schrijver parten speelt.

Maar ik wil het Khushwant Singh vergeven, omdat het daar niet om gaat. `The Company of Women' begint op de dag waarop Mohan Kumars vrouw hem verlaat. Hij dacht dat hij zich bevrijd zou voelen, het was een ellendig huwelijk met een bazige, koude vrouw, maar in plaats van bevrijd, voelt hij zich juist eenzaam en verlaten.

Het zijn sleutelwoorden, want hoe eenzaam en verlaten kan Mohan Kumar zijn? Als hij na het werk thuisgebracht wordt door zijn chauffeur staat de kok te koken en zit de schoonmaakster te dweilen (dweilen doen ze gehurkt in India). De kinderen van de schoonmaakster spelen in de tuin, de chauffeur staat buiten een praatje te maken met de nachtwaker. Pas tegen elf uur `s avonds gaat het personeel naar de personeelsverblijven, gesitueerd achter zijn slaapkamer. En 's ochtends breekt Mohan bijna zijn nek als hij snel de deur open moet doen voor de kok, de schoonmaakster, de vuilophaalster, de tuinman, de klusjesman, de chauffeur en degene die de waterpomp bedient.

Aan het werk wordt Mohan omringd door een moederlijke secretaresse en een groot aantal jonge mensen. Mohan staat aan het hoofd van een winstgevend computerbedrijf, over geld heeft hij niet te klagen.

Maar met alle geld ter wereld kun je in Delhi niet komen aan je gerief. Whisky en sigaren kun je zo laten halen, maar vrouwelijk gezelschap? Dit is geen Bombay waar er callgirls zijn in alle maten en scholingsgraden. Dit is geen Bangalore waar je naar een kroeg kunt om met iemand van de andere sexe een praatje te beginnen. Dit is Delhi waar je, zoals Mohun doet, een contactadvertentie moet plaatsen om aan vrouwelijk gezelschap te komen.

Misschien is het meest irreële van Khushwant Singhs roman dat er op zijn advertentie gereageerd wordt. Drie vrouwen komen langs, in een tijdsbestek van vier of vijf jaar, en ondanks hun slankheid, hun ruimdenkendheid en hun geilheid loopt het telkens stuk op roddelpraat en geklets.

Mohan Kumar blijft achter met zijn whisky, zijn sigaar en zijn personeel. Het geroddel en de kwaadsprekerij heeft hij juist aan zijn personeel te danken, maar wat moet hij zonder ze? Als ze 's avonds laat naar hun vertrekken zijn gegaan, sluipt Mohan naar de tuin om telkens in een andere hoek te urineren. Zijn fantasie over seks is niet een bepaalde positie, maar een bepaalde plek: op het balkon, of op het dakterras. Mohan Kumar wil een ruimte voor zichzelf, waar hij privacy heeft en niet gehinderd wordt door lieden die dweilen of schrobben en hem aanstaren.

Wat doet een man die in een midlifecrisis verkeert en niet de ruimte krijgt om er doorheen te komen? Wat doet een man die ouder wordt en aan zijn potentie twijfelt, en het gevoel heeft dat als het afgelopen is met de seks, het ook afgelopen is met het leven? Wat doet een man van midden veertig die 's avonds met een loeiende airco in de slaapkamer en een fel draaiende plafondventilator in de Playboy bladert? Die vergrijpt zich aan het personeel.

De dweilende vrouw op haar hurken wil hem voor tweehonderd rupees (een Nederlands tientje) wel helpen. Als de kok weg is, en de chauffeur vrijaf heeft, sleept hij haar naar zijn slaapkamer. In de roman doet hij dit ook tussen de komst van de vrouwen van de contactadvertenties, maar de vrije val is duidelijk. Niets kan zijn waardigheid meer redden. De laatste mensen die achting voor hem opbrachten, lachen hem nu uit. Khushwant Singh geeft het verhaal nog een dramatische wending, maar die is niet zo interessant. Interessant is de onmogelijkheid om alleen te zijn in India, en de ernstige gevolgen daarvan.

ramdas@nrc.nl