Een directeur-generaal in slobbertrui en legging

Aan het hoofd van `de beste belastingdienst van de wereld' staat een vrouw die zichzelf niet-ambitieus, lui en gemakzuchtig noemt. Een portret van directeur-generaal Jenny Thunnissen, in de drukste week voor de Belastingdienst.

Alles lijkt terloops te gaan in het leven van Jenny Thunnissen. Het grote plan is nooit getrokken, functies en promoties nooit gepland. Krijg je kinderen, dan voed je die eerst netjes samen op en daarna pik je allebei je carrière weer op. Ambitie komt niet voor in het woordenboek van de directeur-generaal van de Belastingdienst. Emancipatie en feminisme evenmin. ,,Je vrouw-zijn is nooit een alibi'', zei ze ooit.

Al weer bijna 25 jaar loopt Thunnissen (48) rond bij de Belastingdienst. Ze noemt zichzelf nogal lui en gemakzuchtig. Weinig last van stress. ,,Ik zal nooit wakker liggen van de Belastingdienst'', zei ze ooit in een interview. Die laconieke houding heeft ze opgedaan tijdens haar eerste zwangerschapsverlof, 21 jaar geleden. ,,Toen ik na drie maanden terugkwam, lag 99 procent van het werk dat ik bij vertrek had achtergelaten er nog steeds. Veel dingen kunnen morgen ook, heb ik toen geleerd. Dat was heel ontnuchterend.''

Ze is ,,onconventioneel'', volgens Hans de Boer, voorzitter van MKB-Nederland. En hij zegt erbij: ,,Het is dat ik al getrouwd ben''. Haar voorganger bij de Belastingdienst Joop van Lunteren noemt haar ,,recht door zee''. Staatssecretaris Wouter Bos (Financiën), een van haar bazen, zegt dat ze ,,een goede dichteres'' is, ,,en een creatieve bulldozer''.

Begin december schreef zij steevast de Sinterklaasgedichten voor de directieraad. En toen in 1993 voor het afscheid van Cor Boersma, toenmalig directeur-generaal Belastingdienst, een musical werd opgevoerd, had Jenny een groot deel van de songteksten geschreven. Op de muziek van Morität von Mackie Messer uit de Dreigroschenoper schreef ze `Specialisten in het kwaad', met daarin de volgende slotcoupletten:

Piet of Jantje, een bv'tje

't doet er niet toe, hoe je heet

Truus of Alie, of tante Keetje

't gaat alleen om wat je deed

Vreemde zaken, duis'tre gelden

ja wij zien ze, vroeg of laat

Ons ontgaat iets maar heel zelden

specialisten in het kwaad

Thunnissen is sinds mei vorig jaar directeur-generaal van de Belastingdienst en daarmee de baas van ongeveer 30.000 ambtenaren. Ze kan volgens oud-woordvoerder Booij van de Nederlandse Federatie van Belastingadviseurs (FB) ,,verbaasd om zich heen kijken als ze zich realiseert dat ze de baas is van zo'n grote groep mensen''. Tussen de stropdassen en de grijze pakken van haar collega's loopt ze rond in slobbertrui en wijde broek, soms zelfs in legging. Gisteren was het 1 april, de jaarlijkse deadline voor het inleveren van de aangifte 2000, dus haar ambtenaren draaien dezer dagen overuren. Het is de laatste keer dat de Dienst de aangifte oude stijl hanteert. Vanaf volgend jaar geldt de nieuwe belastingwet.

Thunnissen zegt het zelf helemaal niet zo druk te hebben deze tijd. ,,Je hebt het zo druk als je jezelf druk maakt, en dat doe ik niet zo snel.''. De echte hectiek in haar positie concentreert zich vooral rond tijden van veel wetgeving over belastingen, zoals vorig jaar, bij de behandeling van de Wet inkomsten belasting 2001, ook wel bekend als De Belastingherziening.

De laatste jaren maakt de Belastingdienst een enorme verandering door. Thunnissen was begin jaren '90, toen de omslag in gang gezet werd, dicht betrokken bij de communicatie van de Dienst. Zodoende is ze betrokken geweest bij nagenoeg alle afdelingen waar wijzigingen plaatsvonden. De keuze om haar uiteindelijk de baas te maken van de Dienst is dan ook wellicht voor de hand liggend te noemen. Korte heldere zinnen zijn haar specialiteit, zowel in gesprekken als op papier.

Kern van de huidige omslag is dat, geheel analoog aan de ontspannen gedachten die Thunnissen heeft over `de baas zijn', de huidige managers minder taken krijgen. De verantwoordelijkheid komt niet bij één persoon te liggen, maar bij een team van vijf mensen. Thunnissen: ,,Ik merkte dat we te veel vroegen van onze leidinggevenden. Dan kun je zeggen: we pakken iemand anders. Maar zo werkt dat niet. Ik ben eens buiten de deur gaan kijken en in de ICT-hoek kwam ik het model met meerdere managers tegen die allemaal hun eigen taakgebied hebben. Dat zijn we nu bij de dienst aan het invoeren.''

Voormalig directeur-generaal Fiscale Zaken Dirk Witteveen: ,,Ze speelt daar de rol van haar leven.'' Hij herinnert zich de beruchte broodjeslunches over de belastingherziening nog goed. ,,Jenny (toen nog plaatsvervangend dg, red.) zat altijd bovenop de uitvoerbaarheid van de wetten. Ze redeneerde altijd vanuit de Belastingdienst en hoe die bepaalde wetgeving in de praktijk zouden moeten controleren. Er waren van die momenten waarop ze ronduit tegen Willem Vermeend (de toenmalige staatssecretaris, red.) zei: `Willem, zo kan het niet, het moet anders.' Thunnissens directe voorganger Joop van Lunteren. ,,En dan moest Willem af en toe bakzeil halen. Gelukkig kon hij een hoop van haar hebben.''

Nee zeggen is geen schande, mits je op de juiste momenten ook ja kunt zeggen, zo redeneert Thunnissen. ,,Ik ben een beetje lui en gemakzuchtig, maar kan denk ik wel goed inschatten wanneer ik er wel moet zijn'', zei ze ooit.

Staatssecretaris Bos, die zelf twee maanden voordat Thunnissen benoemd werd in haar huidige functie, Vermeend opvolgde, verbaasde zich in het begin over de opstelling van zijn dg. ,,Bij ingewikkelde vergaderingen over de belastingherziening kon ze soms tijden achter elkaar alleen maar naar haar papier staren, ondertussen van die kriebelige geometrische tekeningetjes krabbelend. Dan dacht ik wel eens: Jenny, ben je er nog? Maar als er dan een inbreng van haar gevraagd werd wist ze precies waar het over ging.''

Oud-FB'er Booij: ,,Ze heeft in het begin iets egelachtigs, de stekels staan uit. Op het eerste gezicht is Jenny niet iemand waar je snel carnaval mee gaat vieren. Ze is op haar hoede, afwachtend. Als het vertrouwen er eenmaal is, ondergaat ze een ware metamorfose, dan krijg je haast een warm bad. Het is een nuttig knaagdier.''

Alleen 's ochtends is zij niet op haar sterkst, ,,een ochtendhumeurtje'' zegt haar man Ramon. Voordat ze dg werd, begon ze om die reden pas rond half tien. Daarvoor was ze niet echt aanspreekbaar. Dat ochtendhumeur is ook binnen de muren van het Korte Voorhout doorgedrongen. Staatssecretaris Bos: ,,Een mobiele telefoon wil ze niet hebben, want voor je het weet hangen er mensen aan de lijn voor negen uur 's ochtends.'' Ze mag dan laat beginnen, ze werkt wel altijd door tot een uurtje of half acht. Niet uit plichtsbesef overigens, of omdat iets per se af moet. ,,Nee hoor, dan ben je lekker na de files.''

Thunnissen, geboren Tonneman, komt uit een oorspronkelijk Nederlands Hervormd nest en doorliep eind jaren zestig de Dalton-middelbare school in Voorburg, waar ze in de eindexamenklas `kennis kreeg' aan haar huidige echtgenoot Ramon Thunnissen. De twee besloten samen in Leiden civiel recht te gaan studeren. Niet dat civiel recht een passie van Jenny was – nee, het was ,,een studie waar je later veel mee kon''. Ramon studeerde net iets eerder af dan Jenny, die halverwege 1975 de meesterstitel binnenhaalde. Een post-doctorale opleiding fiscaal recht volgde.

Het echtpaar verhuisde naar de toenmalige gemeente Woubrugge, alwaar ze zich, bijna terloops, aansloten bij de net in oprichting zijnde PvdA-afdeling aldaar. ,,Blijkbaar had men daar gehoord dat we nogal rood waren, we werden gevraagd lid te worden, en dat hebben we toen maar gedaan'', aldus Thunnissen. Jenny kwam, tot haar eigen verbazing, gelijk op een bestuurspositie terecht, Ramon werd gemeenteraadslid en later zelfs wethouder in Jacobswoude. Die verbazing over de bestuurspositie relativeert ze overigens met terugwerkende kracht. Desgevraagd erkent ze dat het de rode lijn in haar werkzame leven is. ,,Blijkbaar doe ik de dingen wel goed'', zegt ze bijna verontschuldigend.

Later verhuisde het echtpaar naar Leiderdorp, de huidige woonplaats, waar Jenny voorzitter werd van de plaatselijke PvdA en Ramon fractievoorzitter. Een politieke carrière heeft Thunnissen echter nooit nagestreefd. ,,Ze houdt er niet van, het past niet bij haar om radicale standpunten in te nemen'', zegt haar man.

Even terloops als de studiekeuze en het PvdA-lidmaatschap kwam ze bij de Belastingdienst terecht. ,,De arbeidsmarkt was nogal krap toen en overal waar ik solliciteerde vonden ze me te jong. Bij de Dienst kreeg ik wel een baan.'' Toen er eind jaren zeventig, begin jaren tachtig drie kinderen kwamen, besloten zij zonder enige discussie beide halve dagen te gaan werken. Later, toen de kinderen naar school gingen, werkten ze beide vier dagen en pas heel veel later pakten zij beide de volle werkweek weer op. Opa en oma zorgden in huize-Thunnissen ondertussen voor de kleinkinderen. ,,Mijn moeder heeft zelfs haar baan opgezegd omdat ze de verzorging van de kleinkinderen leuker vond dan haar toenmalige baan'', vertelde Thunnissen ooit.

Haar eigen opvattingen over arbeidstijdverkorting en verlof heeft ze in de tijd dat ze directeur Planning, Financiën en Control was bij de Dienst tot staand beleid verheven. Iedereen die dat wilde, mocht in deeltijd gaan werken. Ondanks tegenwerpingen van collega's die zeiden dat niet iedere functie door meerdere mensen gedaan kon worden, hield ze voet bij stuk. ,,Het kan wél. Soms is het organisatorisch lastig, je moet veel afspraken maken, veel bellen, veel briefjes achterlaten. (...) Maar heel veel mensen kunnen wat een ander kan'', zei ze in een interview met deze krant in 1996.

Het vrouw-zijn mag voor sommige gesprekspartners dan in eerste instantie een issue zijn, voor Thunnissen zelf bestaat er geen onderwerp waar ten onrechte zoveel aandacht aan wordt besteed. ,,Je moet jezelf de vraag niet eens stellen of het wat uitmaakt of je vrouw bent of man'', zegt ze nuchter. Van emancipatie en feminisme moet ze niets hebben. In tegenstelling tot veel vrouwen die in dezelfde periode lid werden van de PvdA, is ze nooit lid geworden van de Rode Vrouwen, de vrouwenbeweging binnen de partij. ,,Ik lees soms de Opzij'', zei ze eens desgevraagd. Haar man Ramon, lachend: ,,Ze gebruikt ook gewoon mijn achternaam, dat zegt toch genoeg.''

Haar politieke baas Gerrit Zalm, minister van Financiën, wil haar bij tijd en wijlen nog wel eens `misbruiken' in discussies over de emancipatie bij de rijksoverheid. Trots meldde hij in een overleg met de Kamer vorig jaar dat hij in een jaar tijd het aantal vrouwelijke topambtenaren met ,,maar liefst 25 procent had doen toenemen''. Die 25 procent, dat was Jenny, die in mei 2000 als opvolger van Van Lunteren was benoemd. Thunnissen: ,,Ach, ik amuseer me erover. Dan denk ik: joh, wees jij er maar blij mee.''

    • Egbert Kalse