Een compromis met lage status

Hij maakt veel lawaai, heeft een lage status en er wordt steeds minder voor betaald. Desondanks niet meer weg te denken. De stofzuiger. Compromis tussen technische mogelijkheden en ruimte in de kast.

Tot opvallende feestelijkheden of herdenkingen heeft het nog niet geleid, toch is dit het jaar waarin de stofzuiger 100 jaar bestaat. Of preciezer gezegd: 100 jaar geleden bedacht de Engelsman Hubert Cecil Booth een stofverwijderende machine die gebruik maakte van luchtaanzuiging door een filter, een machine die later ook echt bleek te werken. Anderen hadden het al eerder geprobeerd maar het was niets geworden.

Booth had misschien meer technisch inzicht, hij was van huis uit bruggenbouwer en ontwierp ook het vermaarde reuzenrad van Wenen. Volgens de beschrijving die Patrick Robertson ervan geeft in `The Shell Book of Firsts' (1974) kwam Booth op zijn idee toen hij zag hoeveel moeite het kostte een treinwagon te reinigen met perslucht: dus volgens het blaasprincipe. Booth beweerde dat zuigen beter was en hij demonstreerde het ter plekke door met een zakdoek voor zijn mond hard aan een gestoffeerde stoel te zuigen. Begin 1902 richtte hij de Vacuum Cleaner Co Ltd op. Dat bedrijf bood stofzuigdiensten aan want het stofzuigend apparaat dat Booth ontwikkelde was nogal volumineus en bovendien hadden de meeste huishoudens nog geen elektriciteit. Booth reed met paard en wagen voor en zoog stof weg door slangen van tientallen meters lengte. In 1905 werden in San Francisco de eerste draagbare elektrische stofzuigers voor huishoudelijk gebruik in productie genomen. Weldra verscheen ook Hoover ten toneel.

Of in het Nederlandse huishouden al vóór de eerste wereldoorlog een noemenswaardig gebruik werd gemaakt van stofzuigers valt niet te achterhalen. Zeker is dat het elektrisch stofzuigen in de jaren twintig en dertig snel toenam. En nu is, zoals dat heet, de stofzuiger `niet meer weg te denken'. Maar erg hoog op de sociale ladder is de zuiger nooit geklommen en veel zal het ook niet meer worden. De stofzuigbranche signaleert dat de Nederlander steeds minder betaalt voor zijn stofzuiger. Het segment beneden de 150 gulden groeit steeds harder, heet dat.

Het is misschien een kip-ei kwestie, geeft een fabrikant toe. De consument heeft geen geld over voor een stofzuiger en daarom innoveren wij te weinig. Of andersom. Dat verklaart misschien waarom er, afgezien van design-gedoe en semi-vooruitgang, zo weinig wezenlijks aan stofzuigers is veranderd. Nog steeds is de machine een pomp die lucht aanzuigt door een filter. Vroeger was het een katoenen zak die moest worden leeggeklopt, tegenwoordg is het een wegwerpbare papieren zak (die een vermogen kost) met een extra filter erachter.

Meer dan de jaarlijkse stofzuigstukjes in de Consumentengids geeft de eigenaardige internetsite www.ristenbatt.com van een Amerikaanse stofzuigerdealer inzicht in de doorslaggevende techniek achter de stofzuiger. Technisch is hij te specificeren met de onderdruk die de pomp (de elektrisch aangedreven propeller) aanbrengt en de luchtverplaatsing (het debiet, traditioneel nog vaak uitgedrukt in kubieke voet per minuut) die vervolgens bij meer of minder vervuilde zak in het mondstuk optreedt. Men heeft het nooit de moeite waard gevonden de consument van deze primaire gegevens te voorzien, die moet het altijd doen met elektronische danwel mechanische zuigkrachtregeling, luxe zuigmonden en automatische buiskliksystemen. En natuurlijk met het motorvermogen in watt, alsof watts iets over de reinigende werking zeggen. Integendeel: in een enigszins ridicule race is het motorvermogen de afgelopen jaren steeds hoger en hoger geworden, waardoor nu weer extra voorzieningen nodig zijn om te verhinderen dat met het stof ook het tapijt wordt opgezogen. Het topvermogen staat in Duitsland al op 1800 watt, dat is bijna 2,5 paardekracht in oude maten. In Nederland is 1700 watt het maximum. De helft zou al meer dan voldoende zijn, zegt de Consumentenbond. Misschien dat de huidige belangstelling voor eco-labeling weer een omgekeerde trend opgang brengt.

De stofzuiger is een compromis tussen wat technische gewenst is en wat de consument nog kwijt kan of wil in de stofzuigerkast. Er is geen plaats voor de gewenste grote propellers en daarom laat men een kleine propeller door een zware motor aandrijven tot een vliegtuigachtig toerental. Technisch gesproken, zegt de Amerikaanse site, is een dubbele propeller wenselijk, tegenwoordig zie je steeds vaker enkele propellers. Vroeger was de propeller in de steelstofzuiger vóór zak en/of filter geplaatst waardoor hij nogal van het passerende vuil te lijden had, in de tegenwoordig gangbaarder sledestofzuiger is dat beter geregeld.

Hoewel een elektromotor die zo weinig gebruikt wordt als een stofzuiger, en die bovendien zo gunstig wordt gekoeld, eigenlijk het eeuwige leven heeft weet de Consumentengids (april 1999 en 2000) toch geregeld machines te vinden die hun koolborstels al na 600 uur draaien verspeeld hebben. Koolborstels zijn inderdaad, zegt een fabrikant, meestal de gevoeligste onderdelen van de elektromotor. Er bestaan brushless elektromotoren maar die zijn voorlopig nog te duur voor de stofzuiger.

Afgezien van onderdruk en luchtverplaatsing blijkt de reinigende werking van de stofzuiger vooral af te hangen van de al genoemde zuigmonden (die het opnemen van het stof beheersen) en de zak met achtergeplaatst filter (die de scheiding lucht-stof voor hun rekening nemen). De ontwikkeling van betere zuigmonden wordt door veel fabrikanten uitbesteed, bijvoorbeeld aan een bedrijf als Wessel-Werk GmbH in Duitsland. Voor de zakken en filters geldt hetzelfde. De prestaties van deze hulpmiddelen zijn niet afzonderlijk in eenvoudige getallen uit te drukken, de branche zelf onderzoekt de `dust pickup' van haar zuigers in gestandaardiseerde testen waarbij een standaard-tapijt dat standaard vervuild is op een standaard-manier wordt gestofzuigd. De opgenomen hoeveelheid stof geldt als een maat voor de stofzuigprestatie, consumenten worden niet van de uitkomsten op de hoogte gesteld. Dat zouden ze toch niet begrijpen, denkt de fabrikant.

Voor zover er wezenlijke research wordt gedaan is die de laatste jaren ook gericht op lawaaibestrijding, want aan stofzuiglawaai heeft bijna iedereen een hekel. Hier en daar wordt al gedacht aan het inzetten van anti-geluid. De rugzakstofzuiger zou wat kunnen worden als de consument hem ziet zitten. Jammergenoeg kan het niet zonder snoer omdat een accu hem te zwaar zou maken. De in veel opzichten ideale centrale stofzuiging (terug naar Booth) is alleen weggelegd voor nieuwbouwwoningen.

Of de robot-stofzuiger waarnaar nu al meer dan tien jaar wordt uitgezien ooit een consumentenartikel wordt valt nog te bezien. De geschatte verkoopprijzen liggen nu nog op vele duizenden guldens. Maar er is geen stofzuigerfabrikant die de ontwikkelingen niet nauwlettend volgt. De hoop is gevestigd op die kleine maar opmerkelijke groep consumenten, die steeds meer geld voor een stofziger uitgeeft.

    • Karel Knip