Dwaze Moeders in zwabberende regie

Niets oogt zo treurig als een verlaten badplaats in de winter. Laag zonlicht beschijnt de omgevallen terrasstoeltjes en de afgebrokkelde pier. Regisseur Mirjam Koen van het Onafhankelijk Toneel heeft zo'n oord van gedempte treurnis gekozen voor haar versie van Trojaansen van Euripides. Na de val van hun stad zitten de Dwaze Moeders van Troje bijeen aan het strand om hun lot te bewenen en te wachten op wat de Griekse overwinnaars over hun beslissen; de dood of slavernij.

In de Schiecentrale, de voormalige elektriciteitscentrale in de Rotterdamse haven, bouwde ontwerper Edwin Kolpa uit blank hout, kokosmatten en schelpen een prachtig wijds en koel strandterras. Lichtontwerper Paul van Laak schildert fraai het warme zonlicht.

Voor Trojaansen voegde vertaler Gerard Koolschijn twee tragedies van Euripides samen, Hekabe (425 v.Chr.) en Trojaanse vrouwen (415 v.Chr.).

Op zich kan dat makkelijk, omdat ze uitgaan van hetzelfde gegeven. Koningin Hekabe, die haar vijf kinderen verliest aan de Grieken, speelt in beide de hoofdrol. Door de samenvoeging mist Trojaansen echter een dwingende structuur. Er zitten bijvoorbeeld twee finales in; de wraak op koning Polymestor die de jongste zoon van Hekabe heeft vermoord, én de `rechtszaak' tegen de schone Helena, om wie de oorlog is begonnen.

Op twee punten wordt, in vrijwel gelijke woorden, vooruitverwezen naar het bloedige onthaal dat Griekenleider Agamemnon thuis wacht. Heel sterk zijn de welluidende redes die de vrouwen houden om de onbuigzame Grieken te overreden. Vooral in die staaltjes van poëtische retorica blijkt hoe sterk Koolschijns vertaling is: plechtstatig en barok Nederlands dat toch modern en helder is.

Koens Trojaansen is een aanklacht van de weerloze vrouwen tegen de beschaafde bloeddorst en de onbuigzame wetten van de mannen, al wordt deze tweedeling op twee cruciale momenten doorbroken: als Hekabe bloedwraak neemt op Polymestor en zich zo tot mannelijke agressie verlaagt, en als ze de vrouwelijke solidariteit doorbreekt door de kokette Helena aan te klagen. Het proces tegen Polymester is verder een aanklacht tegen het hypocriete mannenrecht. De boodschap is: je mag wel doden, als het maar binnen de wetten, onze wetten, geschiedt.

Grote kracht van deze uitvoering is Koens ensemble van tien vrouwen met grootheden als Marlies Heuer, Joke Tjalsma, Els Ingeborg Smits, en Ria Eimers. De laatste speelt met kracht en waardigheid Hekabe, de spil van de voorstelling. Heuer speelt koket en met grappige, gespeelde onschuld de rol van Helena. Tjalsma speelt een groot aantal dubbelrollen, bijna allemaal even sterk.

Helaas zijn de jongere actrices, als de kinderen van Hekabe, veel minder sterk. Hun geweeklaag klinkt krachteloos en niet overtuigend. De vrouwen spelen ook alle mannenrollen, in feldgrau en op moffenlaarzen. Deze travestierollen zijn veel minder goed dan de vrouwenrollen. Alleen Heuer en Tjalsma weten er geloofwaardige mannen van te maken, de andere grijpen terug op allerlei clichés over mannen: wijdbeens staan, borst naar voren, streng, afgemeten spreken, als Nazi's in een slechte oorlogsfilm.

Koens regie zwabbert enigszins, de gedragen, waardige toon wordt soms verstoord door (onbedoeld) grappige momenten, en rare frivoliteiten.

De eerste helft, die voornamelijk uit Hekabe bestaat, is veel sterker dan de korte tweede helft, die begint met een mislukt komisch intermezzo, een gesprek tussen Poseidon de zeegod en godin Athene, dat teveel uit de toon valt. Verder gaat de herhaling van zetten, die ook al in de samengevoegde tekst zit ingebakken, vervelen.

Voorstelling: Trojaansen. Tekst: Euripides. Regie: Mirjam Koen. Gezien: 31/3 Schiecentrale Rotterdam. Aldaar t/m 8/4 en 4/5 t/m 25/5. Tournee Den Haag, Amsterdam, Haarlem t/m 30/6. Inl. (010) 476 9029 of www.ot-rotterdam.nl.

    • Wilfred Takken