Davidovitsj is de goedheid zelve

Onuitsprekelijk warm, liefdevol en natuurlijk. Zo klinkt het spel van de 72-jarige Russische pianiste Bella Davidovitsj, die in de jaren '70 naar het Westen emigreerde. Als een van de allerlaatsten vertegenwoordigt Davidovitsj het uitstervende ras van de Russische Grootmeesters aan de piano, zoals haar leraar Flier, de pianisten Zak, Neuhaus, Oborin en Goldenweiser, maar ook Emil Gilels en Svjatoslav Richter.

Aan hun muzikale rijkdom heeft Davidovitsj zich van jongsafaan gespiegeld en gelaafd, in hun gezelschap ontwikkelde deze grande dame onder de pianisten zich tot een bolwerk van artistieke bevlogenheid, virtuositeit en muzikale integriteit. Davidovitsj is de goedheid zelve, de Moeder Aarde onder de pianisten. Gul en onbaatzuchtig haalt ze het beste uit de vleugel en de componisten die ze vertolkt, naar boven. Haar warme en zangerige spel is klank geworden liefde.

Meteen al in haar vertolkingen van Mozarts Fantasie in d, KV 397 en de Sonate in Bes, KV 333 creëerde Davidovitsj gisteravond in het Amsterdamse Concertgebouw dat soort magische ruimtewerking vanuit het binnenste van de noten, die ook het spel van Richter vleugels verleende. Voor Davidovitsj hangt elke noot samen met het grotere geheel van de partituur, dat weer een onderdeel uitmaakt van een kosmische wereld vol betoverende samenhangen, waarin de aardse kommer en kwel getransformeerd wordt tot universele en tijdloze energie.

Bracht ze beide werken van Mozart als miniatuur-operaatjes, haar interpretatie van 6 Lieder ohne Worte van Mendelssohn deed denken aan een vocale bloemlezing van hoogtepunten uit de romantiek. In Mendelssohns Rondo Capriccioso liet ze de elfen en bosgeesten onbekommerd en in vreugde ronddwarrelen.

Zeven delen uit Romeo & Juliet van Prokofjev bracht Davidovitsj als spannende verhalen bij het haardvuur, boordevol sfeer, kleur en symboliek, en met een metafysische lading. Ook drie werken van Albeniz spraken op sublimerende wijze tot de verbeelding, alsof het Zuid-Spaanse landschap in klinkende geuren tot leven werd gewekt.

Als er al iets op Davidovitsj aan te merken viel, dan misschien dat het bijtende sarcasme van Sjostakowitsj door haar `afgezwakt' werd tot milde ironie in haar charmante weergave van Vier preludes uit op. 34.

Concert: Bella Davidovitsj (piano). Programma: werken van Mozart, Mendelssohn, Prokofjev, Sjostakowitsj en Albeniz. Gehoord: 1/4 Concertgebouw Amsterdam.