CAO-akkoord in kleinmetaal

Werkgevers en vakbonden hebben vanochtend, na 47 uur moeizaam onderhandelen, een principe-akkoord bereikt over een nieuwe CAO voor de kleinmetaal. De 400.000 werknemers in 30.000 bedrijven krijgen een loonsverhoging van 8 procent in ruim twee jaar tijd en een jaarlijkse bonus van 275 euro. Jongeren krijgen 50 euro extra. De `dagvensters' (de periodes waarin geen toeslagen gelden) zijn flexibeler gemaakt. Daarbuiten gelden toeslagen van 15 tot 50 procent.

Werkgevers kunnen alleen nog de eerste tien uur overwerk in vier weken tijd verplicht opleggen. Meer uren worden slechts na overleg met de werknemer uitgevoerd, tenzij het bedrijf ,,onevenredige schade'' lijdt. Verplicht overwerk was een heikel punt voor de werkgevers. Voor de reisuren naar het zogenoemde karweiwerk wordt voortaan een vergoeding betaald, net als voor de wachttijd bij consignatiediensten, waarbij werknemers oproepbaar zijn. Scholing buiten werktijd wordt gecompenseerd.

De bonden hebben volgens een woordvoerder ,,mooie dingen binnengehaald, vooral de zeggenschap over werktijden''. Werkgeverswoordvoerder B. Vonk van de Federatie Werkgeversorganisaties Metaaltechniek (FWM) vindt het akkoord ,,aanvaardbaar'', maar de loonsverhoging ,,wat te hoog uitgevallen''. De druk van zijn achterban om toch een akkoord te sluiten werd volgens Vonk steeds sterker. Werkgevers konden, lopende de onderhandelingen, geen loonsverhogingen geven.

Nadat in februari de onderhandelingen waren stukgelopen, volgden wekenlange acties in diverse bedrijven. Enkele bedrijven tekenden een tijdelijk protocol van de bonden. Vandaag was de eerste landelijke stakingsdag gepland en kwamen 2.000 werknemers van het installatiebedrijf GTI en van garagebedrijven bijeen in Bunnik.