Vader werkte hard en zag niets

Jorge Zorreguieta ziet zichzelf als een `technocraat' die zich in een militair regime alleen voor de landbouw inzette. Volgens het rapport-Baud is dat niet de hele waarheid.

De Amsterdamse hoogleraar Michiel Baud trekt de conclusie welbewust niet zelf, maar hij is voor de lezer van zijn rapport onvermijdelijk. Jorge Zorreguieta kán niet de waarheid spreken als hij zegt dat hij pas in 1984 op de hoogte was van de verschrikkingen die waren aangericht door het militaire regime dat hij als burgerfunctionaris had gediend. Al in 1977 begonnen de `dwaze' Moeders van het Plaza de Mayo met hun voor iedereen duidelijk zichtbare rondjes over het centrale plein in Buenos Aires.

Het is, stelt Baud, ,,ondenkbaar dat hij niets van de praktijk van de repressie en de mensenrechtensituatie heeft geweten''. Maar in een brief van 3 maart aan de hoogleraar – waarin hij reageert op het rapport – schrijft Zorreguieta: ,,Ik was niet op de hoogte van de schendingen van de rechten van de mens. Pas in 1984 werd bekend wat er gebeurd was.'' Jorge Zorreguieta kan de conclusies in zijn rapport niet billijken, denkt Baud, die in opdracht van de regering in het rapport verslag heeft gedaan van de geschiedenis van de Argentijnse Videla-dictatuur, de rol van Zorreguieta daarin, en de verschillen in perceptie tussen Nederland en Argentinië in kwesties van `goed en fout'. De Latijns-Amerikanist Baud geeft in het dagelijks leven leiding aan het Interuniversitair Centrum voor Studie en Documentatie van Latijns Amerika.

In januari was het rapport, onder andere gebaseerd op drie weken onderzoek in Argentijnse krantenarchieven in oktober/november vorig jaar, klaar en kon Baud het Zorreguieta voorleggen tijdens een onderhoud in een New-Yorks hotel. Uit de achterin het rapport `Militair geweld, burgerlijke verantwoordelijkheid' opgenomen schriftelijke reactie van Zorreguieta blijkt al dat deze zeer kritisch stond tegenover Bauds bevindingen, en dat was ook zo in het gesprek, vertelde Baud gisteravond op zijn persconferentie in Den Haag.

,,Hij meent dat hij gewoon hard heeft gewerkt voor de Argentijnse landbouw, en wil niet zien wat er om zijn politieke handelen heen gebeurde.'' Dat was al zo toen Zorreguieta onderstaatssecretaris en staatssecretaris was ten tijde van de Videla-dictatuur. En het bleek, in dat hotel in New York, nog steeds zo, al had Baud de indruk gekregen dat Zorreguieta het rapport tijdens hun gesprek nog niet geheel had gelezen. ,,Hij beschouwt zichzelf als een neoliberale technocraat.''

Baud waarschuwt ervoor dat als een blijk van kwade trouw op te vatten: ,,Als historicus weet ik, hoezeer de menselijke herinnering soms moeizaam functioneert.'' Het is bovendien ,,praktisch uitgesloten dat Zorreguieta zich zelf aan schendingen van de mensenrechten heeft schuldig gemaakt'', meent Baud.

Deels laat het verschil in perceptie zich verklaren door de `culturele, mentale kloof' tussen Nederland en Argentinië, meent Baud. ,,Neem het hele begrip van `goed en fout', dat typisch Nederlands is. Het laat zich in het Spaans ook maar nauwelijks vertalen. Bueno y malo geeft niet de Nederlandse gevoelswaarde van het begrippenpaar weer. De meeste Argentijnen zijn ten aanzien van de geschiedenis van deze dictatuur schouderophalers. De benaderingswijze is minder dualistisch dan waartoe we hier in Nederland de neiging hebben.''

Baud heeft zijn werk in het geheim moeten doen, en kon daarom ook in Argentinië geen interviews afnemen. Hij constateerde wel met genoegen dat de discussie in Nederland `steeds inhoudelijker' werd. Het enige waaraan hij zich in de Nederlandse pers echt heeft gestoord, was de in een vraaggesprek in NRC Handelsblad uitgesproken stelling dat Jorge Zorreguieta als `couppleger' kon worden aangemerkt. ,,Dat is veel te kort door de bocht, dat zou ik nooit hebben opgeschreven.''

De hoogleraar refereert hiermee aan uitspraken die de auteurs van de onlangs verschenen biografie van Jorge Videla, El Dictador, in deze krant van 2 maart hebben gedaan. Het boek werd gepubliceerd nadat Baud zijn onderzoek had afgesloten. In het vraaggesprek stelt één van de onderzoeksjournalisten die aan het boek heeft meegewerkt, dat Zorreguieta niet een ,,initiërende, maar een organiserende'' rol heeft gespeeld bij acties van zakenmensen en landeigenaren die als doel hadden de zittende regering te ondermijnen en zo de weg vrij te maken voor een militaire coup. Op basis daarvan bestempelen de auteurs Zorreguieta als `medecouppleger'. Zorreguieta zelf schrijft aan Baud: ,,Ik wil duidelijk stellen dat ik op geen enkele manier heb deelgenomen aan de voorbereiding van de militaire staatsgreep van 24 maart 1976.''

Baud schrijft in zijn rapport ook over de Nederlandse houding ten opzichte van het militaire regime in Argentinië. Ondanks de betrokkenheid van sommige politieke partijen bleef, aldus Baud, ,,het Nederlandse regeringsbeleid gekenmerkt door dubbelzinnigheid. Het beleed het belang van mensenrechten, maar aarzelde om de Nederlandse economische belangen daaraan ondergeschikt te maken''.

(Bijdragen: Raymond van den Boogaard en Reinoud Roscam Abbing)