Uitgedamd

In juli 1999 vond in de Amerikaanse staat Maine een ongewone gebeurtenis plaats: de Edwards-dam in de Kennebec-rivier, een stuwdam van 280 meter lengte en 7,6 meter hoogte, werd afgebroken. De Federal Energy Regulatory Commission (FERC) weigerde een nieuwe licensie te verschaffen aan de eigenaar, een textielfabriek die de dam in gebruik had voor de opwekking van energie. In 1986 had het Amerikaanse Congres een wet aangenomen die bepaalde dat de FERC bij het verlenen van vergunningen behalve naar de energie-opwekking ook moet kijken naar zaken als natuur en milieu. In 1997 kwam de FERC tot de conclusie dat deze dam te veel schade aanrichtte omdat hij verhinderde dat allerlei Atlantische vissoorten naar hun paaiplaatsen konden zwemmen. Het afbreken van de dam was de goedkoopste en effectiefste oplossing.

De komende jaren moet de FERC honderden vergunningen verlengen, die gewoonlijk een looptijd van 50 jaar hebben. Veel dammen zijn in strijd met nieuwe Amerikaanse wetten als de Endangered Species Act en de Wild and Scenic Rivers Act. Veel vissoorten, met name zalm, zijn door de Amerikaanse dammenbouwerij bedreigde diersoorten geworden. Volwassen vissen kunnen ondanks vistrappen hun paaiplaatsen stroomopwaarts moeilijk bereiken, jonge vissen de oceaan niet. In het stroomgebied van de Columbia-rivier heeft men al ruim drie miljard dollar uitgegeven aan het behoud van de zalm. Met dat geld zijn bypasses en kwekerijen aangelegd, en worden jonge vissen in vrachtwagens en schepen langs de turbines vervoerd waarin ze anders vermalen worden. De maatregelen hebben echter niet het gewenste effect. Het verwijderen of buiten werking stellen van de dammen is vaak een goedkopere oplossing.

Behalve ecologische schade spelen ook zaken als veiligheid en hoge onderhoudskosten een rol. Ook stuwdammen hebben niet het eeuwige leven. Voor een aantal veel hogere en grotere dammen dan de Edwards-dam bestaan serieuze ontmantelingsplannen. Zelfs de immense Glen Canyon Dam in de Colorado, waartegen in de jaren '50 en '60 veel weerstand was, staat ter discussie.

afbraak

De Amerikaanse waterdeskundige Peter Gleick presenteert in zijn boek The World's Water 2000-2001 de afbraak van stuwdammen als een nieuwe, zij het nog zeer bescheiden trend. Eens zette Amerika wereldwijd de toon bij de aanleg van stuwdammen, in de toekomst bij het neerhalen ervan. Er worden nu al meer dammen afgebroken dan gebouwd.

Elke twee jaar brengt Gleick een nieuwe versie uit van The World's Water. Steeds geeft hij de actuele stand weer rond een aantal waterthema's, om zo de waterkennis in de loop der jaren bij de lezer te verversen. Behalve aan het verwijderen van stuwdammen wijdt hij hoofdstukken aan ontzilting, hergebruik van afvalwater, water voor voedsel (geïrrigeerde landbouw), de wereldwatervoorraden, toekomstscenario's en water als mensenrecht. Dit laatste thema kreeg op het Tweede Wereld Water Forum in Den Haag veel aandacht in de controverse over de vraag of betrouwbaar drinkwater een recht was waarvoor overheden moeten zorgen of een economisch goed dat door bedrijven geleverd kan worden. Verder bevat het boek een overzicht van interessante websites en een uitgebreide data-sectie (www.worldwater.org).

Er is geen waterdeskundige die met zoveel kennis van zaken zo toegankelijk over zoveel aspecten van water schrijft als Gleick. Hij is een onafhankelijk waterdeskundige, die een goede balans weet te vinden tussen maatschappelijk engagement en wetenschappelijke distantie, iemand die het tot zijn taak rekent zijn inzichten op een wetenschappelijk verantwoorde manier uit te dragen naar een breed publiek. Ingewikkelde vraagstukken weet Gleick tot begrijpelijke proporties terug te brengen zonder te simplificeren. Hij is verliefd op feiten, maar die verstikken zijn betogen niet. Gliecks The World's Water 2000-2001 is een must voor wie zich met de mondiale waterproblematiek bezighoudt.

Peter H. Gleick, The World's Water 2000-2001. The Biennial Report on Freshwater Resources. Island Press, Washington DC, 315 pag. Prijs: $32.- ISBN 1 55963 792 7.