Publiek stemt over slavernijmonument

De keuze van het nationale slavernijmonument wordt mede bepaald door het publiek. In het Amsterdamse stadhuis zijn vanaf vandaag de voorstellen te zien van negen kunstenaars.

Op een expositie in het Amsterdamse stadhuis zijn tot eind april negen ontwerpen te zien voor het Nationaal Monument Nederlands Slavernijverleden, dat naar verwachting in oktober van dit jaar zal worden onthuld in het Amsterdamse Oosterpark. Bezoekers van de tentoonstelling en andere belangstellenden kunnen een voorkeur voor een van de ontwerpen uitspreken via de website www.slavernijmonument.nl.

De keuze voor een van de negen ontwerpen wordt gemaakt door R. van Boxtel, minister voor Grote Steden- en Integratiebeleid, en R. van der Ploeg, staatssecretaris van OCenW. Zij laten zich adviseren door verschillende partijen, en zullen de publieksvoorkeur laten meewegen. B. Lodder, voorzitter van de begeleidingscommisie van het slavernijmonument: ,,De stem van het publiek is niet maatgevend, het is geen Songfestival. Als de deskundigen ontwerp A willen en het publiek is voor ontwerp B, dan kan ik me niet voorstellen dat het ontwerp B wordt. Maar de stemming via internet is wel een manier om het publiek bij het monument te betrekken.''

De negen kunstenaars die een ontwerp hebben gemaakt zijn daartoe uitgenodigd door minister Van Boxtel, na voordrachten door een commissie van deskundigen en het Landelijk Platform Slavernijverleden, de initiatiefnemer van het monument. Twee buitenlandse kunstenaars, David Hammonds uit New York en Ousmane Sow uit Senegal, hebben de uitnodiging afgeslagen. Drie van de negen ontwerpen verwijzen naar de slavenschepen, twee ontwerpen gaan uit van een obelisk. Mevr. B. Biekman, voorzitter van het Landelijk Platform, heeft al eerder een duidelijke voorkeur uitgesproken voor een obelisk. Biekman: ,,Deze kunstenaars hebben blijk gegeven inzicht te hebben in de historische beleving waar ik het steeds over heb, maar dat zegt nog niets over de uiteindelijke keuze.''

Doel van het slavernijmonument is het onder de aandacht brengen van het Nederlandse slavernijverleden en de doorwerking daarvan in de multiculturele samenleving. Naast het monument, dat zal worden geplaatst in de zuidoostelijke hoek van het Oosterpark, komt er een instituut voor educatie en herdenking in de voormalige Muiderkerk aan de Linnaeusstraat. De nieuwbouw naast de toren van de in 1989 afgebrande Muiderkerk is grotendeels in gebruik van het naastgelegen Tropeninstituut, dat bereid is de ruimte af te staan.

Volgens B. Lodder wordt het instituut, de `dynamische dimensie' die de `statische dimensie' van het gedenkteken moet aanvullen, bescheiden van omvang. ,,Het instituut zal activiteiten inzake het slavernijverleden aan universiteiten, op scholen en in musea gaan coördineren. Het wordt zeker geen museum, eerder een kantoor. De lokatie bij het monument is vooral handig vanwege de faciliteiten van het Tropeninstituut.'' Het initiatief voor het instituut ligt bij OCenW, volgens Lodder wordt er momenteel gezocht naar financiering van twee à drie miljoen gulden per jaar. Biekman: ,,Het wordt geen klein instituut, het wordt een volwaardige instelling waar we fier op moeten kunnen zijn. Met een monument ben je er nog niet, maatschappelijk draagvlak creëer je in het onderwijs, de wetenschap. Het instituut moet begin 2002 opengaan. Het zou belachelijk zijn als er wel een monument is, maar geen plek voor verwerking.''