Politiek en juridisch steekspel om Miloševic

Ruim tien jaar lang drukte Slobodan Miloševic zijn stempel op de gebeurtenissen in het (voormalige) Joegoslavië. Vorig jaar verloor hij de verkiezingen en nu dreigt hij terecht te moeten staan. Wat is er veranderd en hoe moet het nu verder?

De autoriteiten in Belgrado hebben het er toch maar op gewaagd. Daags voordat een Amerikaans ultimatum afliep – Belgrado moest op straffe van sancties voor 31 maart om middernacht bewijzen met het VN-tribunaal voor oorlogsmisdaden in Den Haag samen te werken – zijn ze over hun schaduw gesprongen en begaven zij zich naar de residentie van Slobodan Miloševic om de voormalige president aan te houden. De politie verzamelde zich gisteren in de loop van de dag bij zijn residentie in de luxe voorstad Dedinje. Miloševic liet via een woordvoerder weten zich geen zorgen te maken, maar gisteravond laat leek het dan toch eindelijk zo ver te zijn: voertuigen van Justitie reden af en aan. Vannacht, bij het zakken van deze krant, was onduidelijk of de oud-president nu daadwerkelijk is voorgeleid.

De gebeurtenissen gisteravond vormen een voorlopig hoogtepunt in een proces dat begin oktober vorig jaar begon, toen Miloševic zijn nederlaag in de Joegoslavische presidentsverkiezingen toegaf en het veld ruimde voor de winnaar, Vojislav Koštunica. In Belgrado kwam het vrijwel onmiddellijk tot een soms heftig debat over de vraag of, en zo ja waarvoor, Miloševic moest worden gearresteerd. Hoofdrolspelers in dat debat: Koštunica, president van Joegoslavië, en Zoran Djindjic, premier van Servië.

Koštunica is een nationalist en een nogal steile en zelfs ietwat fundamentalistische jurist. Hij voerde aan dat de Joegoslavische wet de uitlevering van Joegoslavische staatsburgers verbiedt en dat, als zijn voorganger zou worden gearresteerd, hij in Joegoslavië zou moeten worden berecht. En dan niet voor oorlogsmisdaden, maar voor verduistering, diefstal, wanbeheer en verkiezingsfraude. Koštunica ziet (net als Miloševic) in het Haagse VN-tribunaal een bij uitstek anti-Servisch instrument van de wereldgemeenschap. Daar kwam voor Koštunica nog het argument bij dat de arrestatie van een man die vijftien jaar lang door een aanzienlijk deel van de bevolking was gekozen en herkozen, en die volgens heel wat Serviërs de Servische waarden had verdedigd tegenover een vileine wereld, wel eens tot zeer ernstige protesten zou kunnen leiden.

Zoran Djindjic, anders dan Koštunica een pragmaticus, stelde zich veel meegaander op. Hij bepleitte een snelle aanpassing van de bewuste Joegoslavische wet die de uitlevering van eigen staatsburgers verbiedt. Hij wees verder op de in snel tempo afbrokkelende steun voor Miloševic onder de Serviërs: uit peilingen bleek al in december dat een brede protestbeweging ten gunste van Miloševic er niet zou komen. Volgens de jongste peilingen vindt rond 60 procent van de bevolking dat er niets mis is met een uitlevering van Miloševic aan `Den Haag'. Gisteravond verzamelden zich ook niet meer dan enkele honderden aanhangers bij zijn huis om steun te betuigen aan de oud-president.

Intussen is het thema `arrestatie-Milosevic' in de Joegoslavische politiek een eigen leven gaan leiden: het maakt nu deel uit van een steeds langere reeks meningsverschillen tussen Koštunica en Djindjic, die elkaar zeer slecht liggen. Ze verschillen van mening over het VN-tribunaal. Ze verschillen ook van mening over de houding van Belgrado jegens de Servische Republiek in Bosnië: Koštunica wil de banden met de Servische Republiek handhaven, Djindjic wil ze laten vieren. Ook over de eisen van meer autonomie vanuit de Vojvodina zijn ze het niet met elkaar eens: Djindjic is er gevoelig voor, Koštunica niet.

Beiden weten inmiddels dat om verschillende redenen vervroegde algemene verkiezingen later dit jaar zo goed als onvermijdelijk zijn en dat in dat geval hun coalitie DOS (Democratische Oppositie van Servië), de alliantie die vorig jaar Miloševic versloeg, uiteenspat. Koštunica heeft het komende congres van zijn Democratische Partij van Servië (de belangrijkste partij binnen DOS) alvast in het teken van die verkiezingen geplaatst. Hij is niet bang voor de verkiezingen: hij is nog altijd veruit de populairste politicus in Servië: 91 procent heeft volgens een recente peiling een gunstige mening over hem. Djindjic komt met 40 procent pas op de twaalfde plaats.

Tegen de achtergrond van dit alles speelt het Amerikaanse ultimatum. Belgrado moet bewijzen met het tribunaal samen te werken, op straffe van economische en politieke sancties. De afgelopen weken heeft men zich in Belgrado in allerlei bochten gewrongen om dat `bewijs' op tafel te leggen. Washington was er niet kapot van, zelfs niet toen de uitlevering van een Bosnische Serviër door Belgrado eerder deze maand Carla Del Ponte, hoofdaanklager van het tribunaal, tot een lovend commentaar verleidde.

Tegelijkertijd weet men in Belgrado dat strafmaatregelen van de VS dramatische consequenties kunnen hebben. Het dreigement vanuit Washington loog er dan ook niet om: alle financiële en politieke steun van de VS zou worden gestaakt. Potentiële schade: honderd miljoen dollar. Verder zouden de Amerikaanse vertegenwoordigers in de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds zich tegen verdere hulp aan Joegoslavië uitspreken. Met het IMF wordt gepraat over een krediet van 150 miljoen dollar. En die potentiële klappen werden nog groter toen men onlangs in Belgrado ontdekte dat de buitenlandse schuld van het land met 12,2 miljard dollar – anderhalf keer het jaarlijks bbp en zeker vijf keer de jaarlijkse export – veel groter is dan men aanvankelijk had gedacht.

Het bracht midden vorige maand de Joegoslavische vice-premier Miroljub Labuš tot de waarschuwing dat het land ,,voor een bankroet staat als het niet samenwerkt met het tribunaal in Den Haag''. ,,In juni zal het te laat zijn om te zeggen dat we met het tribunaal samenwerken. Dan gelooft niemand ons meer.'' Het alternatief is ,,een bankroete staat'', want ,,krediteuren geven ons geen vergiffenis als er geen samenwerking is'', aldus Labuš.

De gebeurtenissen van vannacht betekenen (nog) geen uitlevering van Miloševic aan Den Haag. Er is nog steeds die wet die uitlevering van eigen burgers verbiedt. Maar die wet kan er al heel gauw komen – volgens sommigen in Belgrado binnen een week, volgens anderen uiterlijk eind april. Of Miloševic dan op het vliegtuig naar Nederland wordt gezet kon wel eens afhangen van de vraag wie inmiddels sterker in zijn schoenen staat in Belgrado: Zoran Djindjic of Vojislav Koštunica.