PIMPELMEZEN ERVAREN KLIMAATVERANDERING ALS SELECTIEDRUK

De snelheid waarmee vogels hun broedseizoen nu al aanpassen of nog zullen aanpassen aan klimaatverandering wordt in veel gevallen waarschijnlijk bepaald door natuurlijke selectie. Voor pimpelmezen in Zuid-Frankrijk lijkt dit althans te verwachten. Pimpelmezen die er niet in slagen hun broedseizoen te laten samenvallen met de periode van het hoogste voedselaanbod brengen minder levensvatbare jongen groot en hebben zelf een verminderde levensverwachting. Dat melden Franse en Canadese onderzoekers deze week in Science (30 maart).

De onderzoekers vergeleken een populatie pimpelmezen (Parus caeruleus) op Corsica met een aantal pimpelmeespopulaties op het vasteland van Zuid-Frankrijk (bij Montpellier). De pimpelmezen van Corsica leven in bos waarin de altijd groene steeneik (Quercus ilex) de dominante soort is. De broedtijd van deze mezen ligt zó, dat de periode waarin de mezenjongen het meeste voedsel vragen precies samenvalt met de periode waarin het voedselaanbod (voornamelijk rupsen) maximaal is: begin juni.

In de bladverliezende bossen van de donzige eik (Q. pubescens) op het Franse vasteland bij Montpellier leven pimpelmezen die eenzelfde gunstige regeling hebben, zij het dat het broeden daar gemiddeld vier weken eerder begint omdat ook de piek in voedselaanbod vier weken eerder valt: begin mei. Het moment waarop pimpelmezen aan het broeden beginnen ligt grotendeels genetisch vast en is gekoppeld aan de daglengte (de dagelijke lichtperiode) zoals eerder onderzoek van de Franse groep aantoonde (Proceedings of the National Academy of Sciences, mei 1997, pagina 5153, op internet).

Het interessante is nu dat veel pimpelmezen uit de mooi aangepaste populatie van Montpellier zich regelmatig vestigen en gaan broeden in omringende bossen die niet uit donzige eik, maar ook voornamelijk uit altijd groene steeneik bestaan. Daar valt de top in het rupsenaanbod praktisch net zo laat als op Corsica, maar de aan de donzige eik aangepaste pimpelmezen beginnen er toch een tot drie weken eerder met broeden. Ze hebben dus een gevaarlijke `mismatch' tussen voedselvraag en -aanbod.

De Franse onderzoeksgroep vergeleek het energieverbruik (`metabolische inspanning') bij het – moeizaam – foerageren, de overlevingskansen van deze gehandicapte ouder-mezen en het latere broedsucces met die van de Corsicaanse pimpelmezen. Het bleek dat alle drie factoren door de mismatch ongunstiger uitvielen, en wel ongunstiger naarmate de mismatch groter was. Was de mismatch praktisch nihil, dan lagen de waarden voor de Montpellier-mezen nagenoeg op het niveau van de Corsicaanse.

De onderzoekers leiden eruit af dat de vervroeging in het tijdstip waarop bomen gaan uitlopen (onder invloed van klimaatverandering), en de daaraan gekoppelde vervroeging in het aanbod aan rupsen een tamelijk `harde' selectiedruk oplevert waardoor een snelle en adequate aanpassing van vogels, althans pimpelmezen, aan klimaatverandering optreedt.

Vooral zien ze in hun waarneming een bevestiging van de `prudent parent' hypothese (1980) van de Nederlandse onderzoekers Rudi Drent en Serge Daan. De hypothese stelt dat verzorgende vogels bij een te gering voedselaanbod een afweging maken tussen de overlevingskansen van hun jongen en van zichzelf.