PIAGET

Alsof het een wetmatigheid betreft, Piagets werk en de onjuiste weergave ervan, want ook hoogleraar ontwikkelingspsychologie Gopnik (`De jonge onderzoeker', W&O, 10 maart) volgt het patroon. Piaget heeft namelijk nergens gezegd `dat kleine kinderen niet causaal konden redeneren'. Piaget zag al begin vorige eeuw in dat kinderen onderzoekers als wetenschappers zijn, of beter, omgekeerd. Hij onderscheidt in de eerste twee kinderjaren al vele vormen van verklaargedrag. En alleen al in `La construction du réel chez l'enfant' in het hoofdstuk `Le développement de la causalité' uit 1937 besteedt hij er ruim 80 paginas aan: blz. 191-279.

Bij kinderen manifesteert zich verklaargedrag voor het eerst, en bij wetenschappers vindt het thematiserenderwijs op complexe terreinen plaats. Het handelen van de kleinste kinderen wordt er door Piaget zelfs mee begrepen, ver vóór dat zij naar school gaan in tegenstelling tot wat Gopnik beweert. Bijvoorbeeld Laurant van ruim zeven maanden slaat Piagets hand weg als hij die voor een interessant speeltje houdt (observatie 122 in `La naissance de l'intelligence chez l'enfant' uit 1936). Waarom? Laurant heeft een doel-middel verband gelegd waarbij hij de hand ruimtelijk associeert met het voorwerp erachter. En als eenmaal mentale constructies mogelijk worden, voert Jacqueline van twintig maanden ter verklaring aan van de mist om de bergen als zij naar buiten kijkt: `brouillard fumée papa', 'de mist is de rook uit de pijp van papa', terwijl haar vader niet aanwezig is (observatie 158 in `La construction').

Piaget vertoonde verklaargedrag bij uitstek: als bioloog en empirisch epistemoloog probeerde hij de ontwikkeling van natrekbare kennis te verklaren. Omdat de prehistorische mens en vroegere wetenschappers niet te onderzoeken zijn, onderzocht hij kinderen, geïnspireerd door een parallel tussen embryogenese en het ontstaan der soorten. Hij begreep dat het van meet af aan `assimilatie' en `accommodatie' is. In cognitief opzicht betekenen beide verklaargedrag in algemene zin, bij kinderen, volwassenen, wetenschappers of welk organisme met enig zenuwstelsel ook, zoals Piagets slak die bij een hindernis toch weer na een aarzeling zijn weg naar het water weet te vinden (Autobiographie, 1976).