PALIMPSEST

In het artikel over het Archimedes-palimpsest (`Archimedes uit de schemer', W&O, 17 maart) lijkt het alsof het hier om een uniek geval gaat. In werkelijkheid zijn er alleen al honderden Griekse palimpsesten bewaard, om niet te spreken van handschriften in andere talen. Sommige zijn de enige bewaard gebleven getuige van een bepaalde tekst. Van een aantal van deze handschriften die in de 19de eeuw met chemicaliën zijn behandeld ter vergroting van de leesbaarheid van die onderste laag, zonder dat acht geslagen werd op de gevolgen op langere termijn, is het oppervlak nu bijna zwart. Aan de foto te zien valt het met dit Archimedes-palimpsest nog mee.

De twee genoemde Amerikaanse onderzoeksgroepen die met verschillende technieken proberen de verborgen tekst van Archimedes zichtbaar te maken zijn niet de enige die zich met dit probleem bezighouden. Ook in Europa is men aan het werk. Vooral in Italië, dat de grootste verzameling palimpsesten binnen zijn grenzen heeft, bestaat veel belangstelling. Het laboratorium Fotoscientifica uit Parma heeft goede resultaten behaald met een techniek die nog het meeste lijkt op die van het Rochester Institute of Technology, maar ook elders wordt geëxperimenteerd. Veel hangt vanzelfsprekend af van de grondigheid waarmee de oudere schriftlagen zijn gewist. Ook is van groot belang of de verschillende soorten inkt waarmee achtereenvolgens is geschreven voldoende contrasteren.

Het zal duidelijk zijn dat de experimenten van de Amerikanen en Europeanen niet gratis worden verricht. Soms bestaat voor de verborgen tekst die men verwacht te vinden belangstelling in zo brede kring, dat een sponsor gevonden kan worden die het werk financiert. In Europa is inmiddels een netwerk gevormd dat voor de studie van Griekse palimpsesten de krachten van filologen en technici probeert te bundelen en ook als platform voor fondsenwerving fungeert.

In Nederland bestaat onder andere belangstelling in Groningen, waar het onderzoek van het Romeinse en Byzantijnse recht aan de Juridische Faculteit geregeld met palimpsesten te maken heeft. Zo is onlangs vastgesteld dat de oudste versie van wat men het wetboek van de Grieks-orthodoxe kerk zou kunnen noemen alleen in een zeer moeilijk leesbaar palimpsest is bewaard. Het handschrift is zijn leven begonnen in de vijfde eeuw met de Geografie van Strabo, is in de zevende eeuw opnieuw gebruikt voor die canoniekrechtelijke teksten, die in de tiende eeuw plaats hebben gemaakt voor het Oude Testament en de kerkvader Gregorius van Nazianze. De perkamenten bladen stammen vermoedelijk uit Egypte of Palestina, zijn daar in een christelijke omgeving opnieuw gebruikt en mogelijk door voor de oprukkende Arabieren weggevluchte monniken meegenomen naar Zuid-Italië, waar het handschrift later voor zijn derde leven is opgedeeld.

Tegenwoordig berusten de bladen in de Vaticaanse Bibliotheek en in Grottaferrata. Ze zijn te vroeg bekend geworden om een chemisch bad te kunnen ontsnappen. Vanzelfsprekend zijn naast de Groningse en andere rechtshistorici ook filologen, oud-historici en theologen geïnteresseerd in deze materiële resten van de Grieks-christelijke beschaving in het Middellandse-Zeegebied.

Het Europese netwerk beoogt een `virtuele renaissance' teweeg te brengen in de studie van palimpsesten, een verwijzing naar de technologische vernieuwing die niet alleen onze kennis van Archimedes ten goede zal komen. Er zal nog wel meer uit de schemer komen dan alleen de wiskundige uit Syracuse.