`ONDERWIJSIS EEN GOUDEN MARKT'

Nederlandse universiteiten en hogescholen moeten niet alleen buitenlandse studenten halen, ze moeten zèlf de grens over. Zegt minister Hermans.

Vorige maand was minister Loek Hermans van Onderwijs, Cultuur en Wetenschappen in Beijing en Shanghai. Het Nederlandse hoger onderwijs presenteerde zich aan Chinese studenten en hun ouders. Ook werd een overeenkomst getekend over de opening van de eerste van drie Netherlands Education Support Offices in Azië. Het bureau moet Chinese studenten gaan informeren over studie in Nederland.

Terug op het ministerie in Zoetermeer praat Hermans over de relatie tussen onderwijskwaliteit en internationalisering. Die moet verder gaan dan internationale uitwisseling van studenten en academici. Universiteiten en hogescholen zullen moeten kunnen concurreren op de internationale onderwijsmarkt. Dus ook met buitenlandse universiteiten die zich in Nederland komen vestigen. En het beroeps- en voortgezet onderwijs komt straks in dezelfde situatie.

De beurs in China was een succes, maar de Chinese overheid schijnt huiverig te zijn voor het verlies van vele studenten aan Europa. Wat heeft u van die huiver gemerkt?

Hermans: ``Niets. Maar de afspraak is dat wie hier voor studie komt, daarna naar China teruggaat. We creëren dus geen brain-drain. De nadruk ligt op het belang van uitwisseling. Chinese studenten die hier een doctoraal doen, of een master-course zoals het straks zal heten, hebben een veel bredere oriëntatie dan studenten die alleen met hun landgenoten studeren.''

Maar de Duitse overheid zegt sinds kort dat het geen zin heeft buitenlandse studenten te werven als die na hun studie niet in Duitsland mogen werken, in plaats van in eigen land werkloos te worden.

``Daar ben ik het niet mee eens. In China bestaat grote behoefte aan hoogopgeleide mensen. Op de beurs in Beijing waren honderden alumni aanwezig die in Nederland gestudeerd hebben. Moet u eens kijken wat het betekent voor de relatie Nederland-China als op belangrijke posten een heleboel mensen zitten die een stuk van hun opleiding in Nederland hebben gekregen! En dat geldt ook voor de andere landen waar ons beleid zich op concentreert: Indonesië, Taiwan en Zuid-Afrika.

Nederlandse universiteiten en hogescholen kunnen vestigingen openen in China. Moet nu ook hier de komst van meer buitenlandse universiteiten worden bevorderd?

``De Nederlandse markt is geheel open voor buitenlandse instellingen die hier opleidingen willen aanbieden. Als die in Nederland geaccrediteerd zijn, kan dat een internationaal erkend bachelor- of masterdiploma opleveren. En er kunnen ook opleidingen worden aangeboden die niet hier geaccrediteerd zijn, alleen krijgen studenten dan geen internationaal geaccrediteerd bachelor- of masterdiploma.''

Amerika heeft onlangs een voorstel aan de leden van de World Trade Organisation (WTO) gestuurd om het vrijmaken van de handel in hoger-onderwijsdiensten op de agenda van de volgende WTO-conferentie te zetten. De Europese ministers hebben Brussel nog niet laten weten wat hun reactie is. Neemt Europa die liberalisering wel serieus?

``Ik wel. Onderwijs is een gouden markt. Dat het Nederlandse onderwijs voor 99 procent door de overheid gesubsidieerd wordt, zal commerciële aanbieders er niet van weerhouden hier te komen. In HOOP, het Hoger Onderzoeks en Onderwijs Plan, heb ik dan ook gesteld: Nederlandse instellingen, houdt in de gaten hoe u niet alleen nationaal maar ook internationaal moet opereren. En bereidt u erop voor dat u straks zelf uw broek moet ophouden in de internationale concurrentieslag. Alleen vechten om buitenlandse studenten naar Nederland te halen, dat is kortzichtig. Het zijn toppers die hier binnenkomen en proberen de markt te pakken. Dus Nederlandse instellingen moeten zorgen voor differentiatie in hun aanbod. Ze moeten niet alleen buitenlandse studenten halen, maar ook zelf naar het buitenland kunnen gaan. Daar is vanaf de eerste dag mijn beleid op gericht geweest.''

Heeft u het idee dat dat aanslaat bij de universiteiten en hogescholen?

``Ik ben er nog niet van onder de indruk.''

En bij uw eigen ministerie? Uw ambtenaren hebben de Vereniging van Samenwerkende Nederlandse Universiteiten en de HBO-raad nog niet gepolst over het Amerikaanse voorstel, omdat dat toch geen direct effect zou hebben op het Nederlandse onderwijs zelf.

``Toch heb ik dat zelf wel gedaan. De hervorming in de richting van het bachelor-mastermodel is bedoeld om internationaal te kunnen concurreren. De hele onderwijssector moet nu de mogelijkheden bekijken om een eigen positie te verwerven. Het hoger onderwijs krijgt daar als eerste mee te maken, maar ook in het beroepsonderwijs en voortgezet onderwijs zullen marktpartijen zich in toenemende mate op de onderwijsmarkt richten. De kwaliteit van het onderwijs kan wel eens gebaat zijn bij het verhogen van de concurrentie. Maar instellingen die alleen maar kijken of Zoetermeer naar links of naar rechts draait, zullen nooit goed kunnen concurreren.''

Mogen Nederlandse universiteiten en hogescholen die in het buitenland opleidingen aanbieden met elkaar gaan concurreren op basis van tarieven, of moeten ze prijsafspraken maken?

``Van mij hoeven ze geen prijsafspraken te maken, ik zou liever hebben dat ze concurreren op kwaliteit dan op basis van tarieven.''

Maar dan ontstaat een mededingingsprobleem. Mastersopleidingen van universiteiten worden wat ontwikkelingskosten betreft gesubsidieerd door de overheid, die van het hoger beroepsonderwijs niet.

``Dit is een kwestie van over het ene toekomstbeeld heen kijken naar het volgende. De overheid financiert nu eenmaal afgeronde opleidingen. In het hoger beroepsonderwijs is dat een bachelor-opleiding, in het wetenschappelijk onderwijs een master-opleiding. Als het bachelordiploma in het wetenschappelijk onderwijs ook een uitstroommoment zou worden, kan daar verandering in komen. Bovendien heb ik liever dat het hbo nu eerst de bacheloropleidingen zo sterk mogelijk maakt. Nu kennen de samenleving en de markt de hbo-master nauwelijks en is er geen behoefte aan. Maar als de bachelor-masterstructuur eenmaal is ingevoerd en het zou blijken dat er wel behoefte is aan hbo-masters, kan de earning capacity ervan zo groot zijn dat de markt de hbo-masterfase volledig zelf financiert.''

Aan de internationale promotie van het Duitse hoger onderwijs doen overheden, Kamers van Koophandel, wetenschappelijke instituten, vakbonden en werkgevers mee. Een poging zoiets in Nederland te doen is twee jaar geleden mislukt. Is het daar toch niet hoog tijd voor?

``We hebben in de tussentijd in ieder geval niet afgewacht. Minister Jorritsma en ik hebben een intensieve samenwerking tot stand gebracht tussen het ministerie van Economische Zaken en OCenW. De conferentie die we in februari in Shanghai hebben bijgewoond was helemaal gericht op samenwerking tussen universiteiten en bedrijven uit China en Nederland. Nu wij eenmaal begonnen zijn met samenwerken denk ik dat het in de komende jaren voor andere partijen makkelijk een kwestie van zwaan-kleef-aan kan worden. Onze aanpak is ook anders dan die van de Duitsers. Met de nota `Kennis: geven en nemen' is ingezet op het opleiden van buitenlandse studenten die ambassadeurs voor Nederland worden. We zijn ervan overtuigd dat dat veel effectiever is dan welke publiciteitscampagne voor ons onderwijs ook.''

Bent u niet jaloers op uw collega's in die landen? De Duitse bondskanselier Schröder heeft ervoor gezorgd dat miljoenen Mark worden besteed aan de internationalisering van het hoger onderwijs, en het Engelse internationaliseringsbeleid wordt hogelijk geroemd omdat premier Blair zich er zo sterk voor maakt.

``Ja, en in Nederland is het geweldig en maakt Hermans zich er sterk voor.''