NS op dood spoor: waar is de noodrem

Bij publieke bedrijven zou het simpel geregeld moeten zijn. Publiek eigendom veronderstelt publieke verantwoording, met als logisch eindstation zeggenschap in publieke handen, bij minister of kabinet.

Maar ja, wat is logisch bij de Nederlandse Spoorwegen?

De klant is geen koning, maar wie is wel de baas bij de Spoorwegen? De vakbonden, de spoorcollectieven, de aandeelhouder, de Tweede Kamer, de commissarissen, de rechter, een arbitragecommissie?

Of toch de directie, zoals dat het geval is bij de meeste particuliere, beursgenoteerde ondernemingen? Directeuren danken hun macht aan hun informatievoorsprong op alle anderen. Daar kunnen de commissarissen, die de directie moeten controleren, maar voor hun informatie afhankelijk zijn van diezelfde directie, niet tegen op. De aandeelhouders staan doorgaans nog verder op afstand en daarmee op achterstand. Andere belanghebbenden hebben op zijn best maar een deel van alle informatie.

Nederland is in de wereld ook nog eens uniek, doordat aandeelhouders in grote bedrijven sinds een wetswijziging in 1971 monddood zijn. Dat wringt, vandaar de recente discussies over de macht in grote ondernemingen. Dezer dagen moet het kabinet de uitkomst van deze discussie kneden tot wetswijzigingen.

De Spoorwegen zijn een hybride bedrijf: publiek eigendom, met een semi-publieke taak, maar bestuurd als een particulier bedrijf, waar de commissarissen de macht hebben, niet de aandeelhouder. De weinige macht die de overheid had, is een zigzag-spoor: NS op afstand, NS deels verkopen, NS weer dichter bij de overheid

Minister Netelenbos moet zondag, na terugkeer uit China, de commissarissen masseren die de directie moeten masseren. Tijdrovend, maar de aankondiging van een aandeelhoudersvergadering waar de overheid de vertrouwensvraag stelt kan wonderen doen. Moderne bestuurders kunnen het vertrouwensverlies van hun aandeelhouder slechts negeren ten koste van hun baan.

De overgave waarmee Kamerleden zich in de discussie hebben gestort wekt de suggestie dat de NS al een overheidsdienst is en geen verzelfstandigde onderneming. Bij de Nederlandsche Bank had de minister van Financiën tot voor kort in noodgevallen het recht om via een aanwijzing zijn wil op te leggen. De rente en de koers van de gulden waren te belangrijk om het aan ongekozen centrale bankiers over te laten. Waarom ontbreekt deze noodrem bij de NS?