Nieuwe euro en oud geld

Een oude sok met geld op zolder levert een tijdelijk gevoel van rijkdom op. De kans dat de inhoud echter veel waarde heeft is minimaal. Daar doet de euro weinig aan af. Inleveren is niet altijd zinvol, de zilverprijs is laag. En er kan een zeldzaam exemplaar tussen zitten.

Na de invoering van de euro in 2002 lijkt het niet meer dan logisch dat de oude gulden automatisch meer waard zal worden. Muntenhandelaren roepen dan ook vrijwel allemaal op hun sites dat de oude vertrouwde gulden in waarde zal stijgen. Wie er echter de catalogus van de Nederlandse Vereniging van Munthandelaren op na slaat komt al snel tot de ontdekking dat al het geld dat in omloop is geweest, precies de waarde vertegenwoordigd die er door de Rijksmunt in Utrecht op is geslagen. Alleen wie onverhoopt tegen een gouden tientje aanloopt, moet hier niet de caissière in de supermarkt mee in verlegenheid brengen. Munten van vóór 1940 of uit de periode van vóór Juliana zijn de enige die per definitie meer waard zijn dan dat er door de muntmeester op is geslagen. En dat vooral in verband met de verzamelwaarde. Kortom: weet wat je bewaart.

,,In pricipe is een munt dus gewoon waard wat deze vertegenwoordigt en niet veel meer dan dat. Ook de komst van de euro verandert daar weinig aan. Mensen hoeven al hun munten dus niet te bewaren in de hoop daar beter van te worden. De meeste munten kunnen ze beter gewoon inruilen voor euro's'', zegt een munthandelaar uit Bussum

De cataloguswaarde van een munt wordt voor een belangrijk deel bepaald door de staat waarin de munt verkeert. Wanneer de munt direct na het slaan door de muntmeester in de Utrechtse Munt keurig is verpakt en daarna niet meer is gebruikt, is de waarde in de loop der jaren aanzienlijk gestegen.

Ook volgens taxateur Jacco Scheper van de Munten en Postzegel Organisatie (MPO) heeft de omwisselactie niet direct gevolgen voor de waarde van oude munten. Het MPO handelt zelf niet, maar organiseert beurzen, veilingen en taxatiedagen voor onder andere munten. ,,Het punt is dat mensen in verband met de nieuwe Europese munt meer geïnteresseerd zijn in oud geld. Ze kijken wat ze thuis hebben en komen erachter dat ze een aantal munten missen. Bijvoorbeeld het kwartje van '94. Dat is logisch, die is zeldzaam en zullen ze nooit in hun portemonnee aantreffen. Daarvoor gaan ze naar de handelaar. Die merkt dus een verhoogde vraag, waardoor de prijzen stijgen. Maar dat heeft niet direct iets met de euro te maken. Zeldzame munten zijn nu al zeldzaam.''

Handelaar Jan van Dongen van het Karveel in Lelystad is het echter niet helemaal met zijn collega's eens. Volgens hem zorgt de komst van de euro wel degelijk voor een waardestijging van `oud geld'. Zo zijn er de laatste jaren aanzienlijk minder munten in omloop gebracht waardoor de vraag van verzamelaars naar ondere andere rijksdaalders en vijf guldenmunten het geslagen aantal ruimschoots overtreft. Bovendien is het aantal verzamelaars de laatste tijd ook nog eens enorm gestegen. ,,Normaal waren er rond de 400.000 verzamelaars in Nederland. Maar in verband met de euro is dat aantal opgelopen tot 600.000. Dat is toch nostalgie, dat mensen munten verzamelen. Maar het komt nooit uit, het lukt nooit voor iedereen om de verzameling compleet te krijgen'', zegt Jan van Dongen. Het MPO spreekt van een grote groep passieve verzamelaars, misschien wel miljoenen. Verzamelaars die minstens een paar keer per jaar een beurs bezoeken, zijn er hooguit tussen de 50.000 en 100.000, meent Schepers.

Door het grote aantal verzamelaars is daardoor ook de belangstelling voor munten die wel in omloop zijn geweest groot. ,,De tijd begint nu echt te dringen. Mensen met een nog niet complete verzameling, hebben nog tien maanden de tijd. Sommige munten vind je nu al niet meer in de roulatie, die moet je dus kopen. Want straks komt er een einde aan de circulatie. Zo zijn er vanaf 1992 maar 150.000 rijksdaalders en vijf guldenmunten geslagen. Dat is dus niet genoeg voor het aantal verzamelaars dat op dit moment in Nederland is'', zegt Van Dongen.

Van Dongen verwacht dan ook dat de prijzen van munten de komende jaren aanzienlijk zullen stijgen. ,,Al blijft dat altijd koffiedikkijken. Maar je moet wel weten wat je moet houden. Iedereen bewaart automatische de dubbele koppen in grote hoeveelheden. Dat hoeft niet, die worden nooit wat waard. Daar zijn er 80 miljoen van gedrukt. Hetzelfde geldt voor zilveren tientjes en Unie van Utrecht-munten. Je moet ze één keer hebben, maar de rest kun je uitgeven. Die zijn niks meer waard.''

Maar wat moet je dan wel bewaren? ,,Wij krijgen veel telefoontjes van mensen met munten, geen verzamelaars, die vragen wat ze ermee moeten doen: inwisselen of bewaren. Bijna iedereen heeft munten, in potjes of als spaarcentjes. Nietsvermoedende bezitters doen er goed aan bepaalde stukken te houden. Zoals het dubbeltje van 1988, dat is schaars. En het kwartje van 1994, dat is een lastig kwartje, die gaat nu al voor 7,50 over de toonbank. Na de zomer wordt dat alleen maar meer, dan begint de tijd te dringen. Ook de gulden van 1989, 1990 en 1991 zijn moeilijk. Die zijn in kleine oplages geslagen. Ook de handelaren hebben dat destijds gemist'', zegt Van Dongen.

Ondanks het gebruik van edelmetaal wordt de waarde vooral bepaald door het aantal geslagen exemplaren. Toch raad handelaar Van Dongen bezitters aan dergelijke munten te bewaren. ,,Zowel de guldens als rijksdaalders van Juliana zijn weliswaar nog niet zeldzaam maar omdat ze geen wettig betaalmiddel meer zijn, kan de waarde alleen nog stijgen.''

Hij gaat verder: ,,Het klopt dat de zilverprijs op dit moment erg laag is, rond de 1,40, dus dat levert niets op. Maar dat kan veranderen. De zilverprijs kan ineens stijgen, zoals in 1980 naar 6 gulden. Maar ook daar zijn een aantal speciale gevallen. Zoals de laatste zilveren en nikkelen uitvoering van de Julianagulden uit 1967. Die is nooit in de roulatie geweest, vandaar. Net als de rijksdaalders van 1963 en 1964. Als koppeltje leveren die nu al 37,50 gulden op. Maar de zilveren tientjes en vijftigjes hoef je echt niet te sparen, die hebben geen meerwaarde. Met een oplage van 6 miljoen zijn er daar veel te veel van. Op die van 1982 na, daar zijn er maar 190.000 van geslagen, die moet je wel bewaren. De rest? Gewoon lekker storten bij de bank.''

MPO-taxateur Schepers meent dat Nederlandse munten geen interessant beleggingsobject zijn. ,,Munten verzamelen is een hele leuke hobby, goed voor je algemene ontwikkeling ook. Wij adviseren meestal dat als je iets moois in huis hebt dat oud is, bewaar het dan. Vaak is het weinig waard, maar het is wel leuk een halve cent aan je kleinkinderen te kunnen laten zien. Anders ligt het voor semi-beleggers. Zo sprak ik laatst een man die in het huis van zijn ouders 300 zilveren munten van vijftig gulden uit 1984 en 1987 vond, nog in de rol. De nominale waarde was dus vijftienduizend gulden. Die man wilde het geld bewaren, het behoudt de waarde toch wel, dacht hij. Onzin dus, ik voorspelde hem dat de munten over tien jaar niet meer dan vijftienhonderd gulden waard zouden zijn. Straks zijn ze niet meer in te wisselen en moet hij ze verkopen. En dan loopt hij tegen het probleem dat er miljoenen van zijn geslagen en hij er nooit vijftig gulden voor krijgt. Zelfs het zilver levert niet meer dan vijf gulden per munt op. Inwisselen dus.''