NATUURKUNDE 2

Met stijgende verbazing las ik de bijdrage `Wasknijpers' van Vincent Icke in de bijlage W&O van 17 maart. Wat is het geval? Max Pam had op 9 februari de natuurkunde de `koning der wetenschappen' genoemd. In plaats van Pam erop te wijzen dat natuurkunde vrouwelijk is, en dat het dus `koningin' zou moeten zijn, struikelt Icke over zichzelf om het predikaat `koning' op de natuurkundigen te betrekken, lees: Icke en zijn collega's. Vervolgens besteedt hij een betoog van aanzienlijke lengte aan een nadrukkelijke afwijzing van zoveel eer. Het is tegelijkertijd pijnlijk, potsierlijk en onthullend. De Natuurkunde werd aldus geëerd, niet haar beoefenaars!

Zij heeft dit ere-predikaat voor zover ik weet altijd gedragen, en terecht. Door kijken, meten, wegen en rekenen laat de wereld zich verkennen en begrijpen. Wie zich zelfs maar korte tijd aan de randen van deze wetenschap bewogen heeft, kent, na het oplossen van een wiskundig probleem, het `elated' gevoel (dat iets heeft van een religieuze ervaring) dat aan de wereld een zinnig ontwerp ten grondslag ligt, waarin `alles klopt'.

Bij (wis- en) natuurkunde begint de ontdekking van de wereld:, niet bij de geschriften en dogma's van de theologie, niet bij de geneeskunde (begonnen als pure empirie), niet bij economie, sociale wetenschappen, taalkunde etc., die toch alle wetenschappen heten. Het begrip `koning(in)' heeft met dit essentiële verschil te maken, en natuurlijk niets met `hoog' of `onaantastbaar'.