Media Máxima

Hoe zou het voelen om tot je negenentwintigste achter een loket te zitten en dan van de ene dag op de andere de aanstaande bruid van een kroonprins te zijn?

Moeilijke vraag, beter niet aan denken. Van bankemployee naar kroonprinses, het is een overgang waarbij die naar het hiernamaals in het niet valt.

Hoe zou het zijn om een vader te hebben met boter op zijn hoofd? Die vraag is makkelijker, met dat bijltje hebben wij Nederlanders vaker gehakt. Kranten vol. Van alle vaders op de wereld heeft de helft boter op het hoofd. De andere helft was toevallig even niet in de buurt toen de boter rondging. Het laagje fatsoen is maar zo dik als een portemonnee, dus laten we daar over ophouden. Uitzonderingen daargelaten natuurlijk. Altijd zijn er uitzonderingen.

Hoe zou het trouwens voelen om voor de rest van je leven voorpaginanieuws te zijn?

Niets aan. Achter elk bosje kan een fotograaf liggen. Het zijn beste mensen. Als jij niets doet, doen zij ook niets. Het is een kwestie van op je tellen passen, dat je voor zo'n bosje niet per ongeluk je broek laat zakken of je tong uitsteekt.

Maar hoe zou het voelen aan de andere kant, om de fotograaf te zijn die achter het bosje ligt? Laten we het daar eens over hebben. Die mannen – vrouwen komen bijna niet voor in de persfotografie – die dagen achtereen in het gras liggen te verstijven, in portieken staan te verkleumen. Omdat wij zo nodig een plaatje van Máxima willen zien, of hoe heten ze allemaal.

Hoe zou het zijn om middenin de nacht uit je bed te moeten? Je bivak tegenover een raam opslaan waarachter geen teken van leven te bekennen is? Omdat op de redactie de tip is binnengekomen dat dat het slaapkamerraam is waarachter het allemaal staat te gebeuren. Het eerste uur houdt de verwachting je wakker. Bij het miniemste beweginkje in het gordijn kromt je vinger zich om de ontspanknop. Maar er gebeurt niets. Zou het toch niet een raam zijn aan de voorzijde van het pand? Hopen dat ze niet straks uit een zijdeur sluipen, in een auto springen en er vandoor gaan. Dan lig ik hier voor pietsnot. Maar stel je voor dat ik het zie. Dan moet ik er nog achteraan ook op mijn scootertje. Hier lig ik tenminste rustig.

Die jongens die met gevaar voor eigen leven achter Diana aanraceten, zijn opgepakt op beschuldiging van dood door schuld. Laat mij maar lekker hier achter de bosjes liggen. Geen fotoliefhebbers die komen zeuren hoelang je telelens is, die willen weten of je de Zilveren Camera al eens hebt gewonnen. Nu beweegt dat gordijn weer. Daar zul je hem hebben. Hij wil het raam opendoen. Klak klak. Daar heb je haar ook. Klak klak klak. Ze houdt hem tegen. Klak klak. Vindt het zeker te koud. Krijg je als je uit een warm land komt. Dat is haar toch? Klak. Met die flinke bakkes? Daar krijgt ie nog wat mee te stellen, die kin zit er niet voor niets. Dat open raam kan hij vergeten, tegen die kin heeft hij geen schijn van kans. Klak. Daar hou je het wel het langste mee uit, met de pittige types. Klak. Laat hij haar nou even grijpen, dat willen ze graag op de redactie. Klak. Hij blijft maar aan dat raam sjorren. Dit is misschien het eerste raam dat hij zelf opent? Je weet maar nooit met die koningskinderen. Geef mij zo'n vent. Klak. Ze begint aan hem te trekken. Klak klak. Shit, ze heeft een glas in haar hand. Het is helemaal geen slaapkamer. Daar loopt nog iemand. Een oude vent. Waar ken ik hem van? Grijs, golvend haar. Zuid-Amerikaans type. Klak klak klak.