Liggende en leggende gelden

Wie ver vooruit kijkt en zelf voor zijn oude dag zorgt, moet sparen, zijn geld beleggen of op een ander manier een reserve opbouwen. De dag dat men stopt met werken, is een keerpunt. Tot die dag probeer je zoveel mogelijk bijeen te sprokkelen en daarna leef je (ten dele) van de opbrengsten, de rendementen. Of je teert daarnaast ook in, geleidelijk aan.

Eerst voer je het beheer over geld dat in alle rust ligt te rijpen en dan moet het regelmatig wat opbrengen, het moet leggen. Het idee van de kip: je brengt haar in topconditie en dan volgen de jaren van de leg, liefst zo lang mogelijk. Alleen kan je op een echte kip niet interen, af en toe een stukje opeten, anders raakt de leg verstoort of sterft zij. Het gaat dus om het interessante verschil tussen liggende en leggende gelden.

Een lezer worstelt daar mee. Hij verkocht een van zijn bedrijven en hield er een miljoen gulden aan over. Nu zoekt hij een goede belegging met als doel over drie jaar te stoppen met werken en er dan van te leven. Hij vroeg zijn bank om raad, en maakte de volgende kanttekeningen. `Ik wil niet in individuele aandelen, omdat ik geen tijd heb om die dagelijks te volgen, maar in tenminste vijf beleggingsfondsen. Verdeling: 40 procent in fondsen met een gering risico, 40 procent in gemiddeld risico en 20 procent in meer dan gemiddeld risico.'

De bank stelde een verdeling over acht fondsen voor: obligaties, wereldwijde aandelen, groenfondsen, en de risico's in technologie, communicatie, telecom, biotechnologie en gezondheid. Plus 10 procent op een spaarrekening.

Tevreden klant? Nee. `Dit advies vertrouw ik niet helemaal, omdat het niet onafhankelijk is. Holland Fund is het beste, volgens het bureau Nyfer. Ohra zit er niet bij. Ik heb het gevoel dat ik nu niet in obligaties moet gaan, maar in aandelen, gezien de lage waardering. Ik houd rekening met het feit dat ik de komende drie jaren, mogelijk vijf, geen aandelen hoef te verkopen. Hoe kom ik aan een goed en onafhankelijk advies? Ik ben bang dat ik niet goed bezig ben.'

Tja, de bank deed precies wat de klant wilde. Deze lezer komt achteraf met wensen, die hij van te voren aan had moeten geven. Hij lijkt een boer die een waakhond koopt, 's nacht wakker blijft om te controleren of het beest op tijd blaft, en hem de volgende morgen de oren wast.

Het verwijt van de afhankelijkheid is niet terecht. De grote banken hebben allerlei beleggingsfondsen, spelen op haast alle kermissen. Natuurlijk stel je de huisfondsen voor. Noem je die van de concurrentie, dan geef je jezelf toch een brevet van onvermogen? Bovendien is niet zeker welke fondsen in de komende vijf jaar of langer het best zullen presteren, Nyfer kijkt terug, ook naar het Holland Fund (Nederlandse aandelen), en niet vooruit. En het wereldwijde Ohra Aandelenfonds? Presteerde als beste in de afgelopen jaren, maar niet meer in de twaalf maanden tot 1 maart j.l.: min 30 procent. Tegen min 14 procent voor het voorgestelde bankfonds. Wie zich wil verdiepen in het wel en wee van beleggingsfondsen, kijk eens op www.mrfinch.nl, een site die vele zaken vergelijkt. Of in de ConsumentenGeldgids van januari 2001 – bron: Nyfer.

Hoe kom je aan een goed en onafhankelijk advies? Door eerst zelf aan te pakken, te weten wat je wilt. Die risicoverdeling van fondsen doet wat merkwaardig aan. Waarop is die gebaseerd? Drie jaar voor je pensioen (korte termijn) moet je toch voorzichtig omspringen met liggende gelden, je kip. Je kan de bank beter om een optimaal spaaradvies vragen, gezien het beursklimaat. Misschien had de bank dat zelf moeten voorstellen.

Of je kiest ten dele voor aandelen van sterke bedrijven, gezien de lagere koersen en het daardoor aantrekkend dividendrendement. Dan kijk je vooruit naar de legfase, met dividenden als eitjes. Het geopperde bezwaar dat je die aandelen dagelijks moet volgen is onterecht. Waarom zou je? Speculanten die veel kopen en verkopen doen dat, beleggers niet.

Hoe zet je liggende gelden om in leggende? Als je echt een vast inkomen per jaar nodig hebt (en hoeveel dan?), zijn obligaties ideaal. Of een spaarrekening, waarop je bovendien makkelijk (tijdelijk) kan interen, hoewel de rente niet vast ligt, zoals bij obligaties. Of aandelen van stabiele bedrijven met een acceptabel contant dividend. Samen met je bank of een andere adviseur kan je een passend legplan opstellen.

Adriaan Hiele beantwoordt vragen van lezers op www.nrc.nl/Economie