LAMBRECHTS

Met groeiende verwondering en stijgende ergenis heb ik het interview met Ursie Lambrechts in W&O van 24 maart gelezen. Tot voor kort dacht ik dat onderwijswoordvoerders voldoende wisten van het terrein waarover ze meedenken en oordelen. Zeven jaar zit Ursie in die functie in de Kamer, al twintig jaar wordt er uitsluitend bezuinigd op onderwijs. Nu deze sector mede wegens de te lage salariëring niet meer aantrekkelijk is voor nieuw personeel, komt mevrouw Lambrechts er achter dat de salarisverschillen voor exact hetzelfde werk kunnen oplopen tot bijna ƒ2.500.- netto per maand. Haar onwetendheid is gênant en verbijsterend.

Nu zitten we met tekorten en imagoverlies, want zeker academici kijken wel uit om voor de klas te gaan staan. Lesgeven is een kostelijke bezigheid, maar dat kun je tegenwoordig niet meer hardop zeggen zonder te blozen van schaamte. ``Leraren die extra presteren of zich extra inzetten, mogen best beter beloond worden'', zegt Ursie. Maar de extra activiteiten halen altijd de gewone docent voor de klas weg. Werk buiten de lessen om verdient immers beter. Waar blijft marktconforme betaling voor docenten die gewoon het werk doen waarvoor ze zijn opgeleid en aangenomen, te weten lesgeven en direct daaraan gerelateerde bezigheden als voorbereiding en correctie? Ursie zwijgt daarover, terwijl juist dáár de tekorten zijn, in de klas. Dáár zitten we te springen om geschikte mensen! Niet in allerlei managementfuncties, daarvan hebben we er juist veel te veel! De menselijke maat in het onderwijs is zoek, omdat in de huidige megascholen aansturen belangrijker is geworden dan onderwijzen van kennis en vaardigheden aan de jeugd.