Jarig

Rekel wordt morgen zeventien, tijd voor de jaarlijkse check-up. Een beetje stijver, een beetje dover, een beetje hijgeriger, een beetje suffer – het gaat wel.

Afgelopen zondag hebben we op Terschelling nog twee uur gewandeld, een kilometer of acht. Toen kon je hem nog van een duin zien hollen, maar het is niet gezegd dat hij dat voor zijn plezier deed, het kan ook zijn dat de helling hem gewoon geen keus liet, dat dit eerder het werk van de zwaartekracht dan van een krasse hond was.

Verder bestaat zijn leven uit slapen en vier, vijf keer daags een blokje om. We hebben ons aangepast aan zijn beperkingen. Ik beweeg mij alsof ik zelf tegen de tachtig loop en hij blijft angstvallig bij me in de buurt.

Soms kijkt hij over zijn schouder om te zien of ik er nog ben. Altijd de verkeerde schouder. ,,Hier'', zeg ik, maar dat heeft geen zin, hij is doof. Dus dan draait hij op zijn doorgezakte achterpoten in de rondte tot hij me gevonden heeft.

Soms wordt hij afgeleid door geuren in het gras. Zijn neus en hersenen treden in werking, en dat duurt eindeloos. Al snuffelend vergeet hij welke kant we opgingen. Opeens kijkt hij op. Hij kijkt naar links, hij kijkt naar rechts, hij raakt in paniek. ,,Hier'', roep ik. Hij zet het op een drafje en ik moet achter hem aan, tot ik hem op zijn rug kan tikken.

Als hij je dan aankijkt zie je geen verrassing of vreugde in zijn ogen, maar een diepe verslagenheid. Die verdwijningen van mij – op hem moeten ze een opzettelijke indruk maken, voor hem moet het zijn alsof er een wreed spelletje wordt gespeeld, alsof mijn goddelijke vermogens, die hij natuurlijk nooit in twijfel heeft getrokken, duivelse trekjes beginnen te vertonen.

Ook zijn ogen worden trouwens minder. Soms, vooral in het donker, kijkt hij me vanaf een paar meter recht in mijn gezicht en dan ziet hij me niet. Dan overvalt me een absurd gevoel van machteloosheid. Net of je je moet verstaan met iemand die jouw taal niet spreekt. Je hebt alle nodige woorden luid en duidelijk tot je beschikking, maar je kunt er niks mee.

Over goddelijke vermogens gesproken, Hij moet dit probleem kennen: hoe maak ik me in 's hemelsnaam zichtbaar?